<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<rss version="2.0" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" >
 <channel>
  <title>Stijn Vermeeren</title>
  <link>http://www.stijnvermeeren.be/</link>
  <description>Stijn Vermeeren - Blog</description>
  <language>nl-be</language>
  <category>Weblog</category>
  <atom:link href="http://www.stijnvermeeren.be/rss.xml" rel="self" type="application/rss+xml" />
  <docs>http://blogs.law.harvard.edu/tech/rss</docs>
   <item>
    <title><![CDATA[Van je "twenty-twelve" en "one-two-Trier"]]></title>
    <guid>http://www.stijnvermeeren.be/2012/1/19/van_je_twenty-twelve_en_one-two-trier</guid>
    <link>http://www.stijnvermeeren.be/'.2012/1/19/van_je_twenty-twelve_en_one-two-trier.'</link>
    <description><![CDATA[
Ik heb het nieuwe jaar 2012 ingezet in België, een land dat nu opeens én een regering, én Google Street View heeft...]]></description>
    <content:encoded><![CDATA[
<p>Ik heb het nieuwe jaar 2012 ingezet in België, een land dat nu opeens én een regering, én Google Street View heeft. Ik weet al niet meer op welk van de twee ik al het langste aan het wachten was...</p>
<p>2012 is <a href="http://www.turingcentenary.eu/">Alan Turing Year</a>. Honderd jaar geleden, op 23 juni 1912, werd Alan Turing geboren. Daarom worden dit jaar zijn (baanbrekende) werk en zijn (tragische) leven gevierd en herdacht. Aangezien Alan Turing de fundamenten heeft gelegd van mijn eigen onderzoeksgebied, de berekenbaarheidstheorie, wordt dit voor mij een interessant jaar. Mijn promotor Barry Cooper is trouwens de wereldwijde coördinator van alle Turing Year activiteiten. In die rol gaf hij vorige week al <a href="http://audioboo.fm/boos/615254-bbc-5-live-outriders-interview-with-prof-barry-cooper">een boeiend interview aan BBC Radio 5</a>.</p>
<p>Mijn eerste activiteit in het kader van het Alan Turing Year was een seminarie over &quot;<a href="http://www.dagstuhl.de/en/program/calendar/semhp/?semnr=12021">Computability, Complexity and Randomness</a>&quot;, vorige week in Duitsland. Het vond plaats in de gemeende Wadern in Saarland, waar een kasteel (<a href="http://www.dagstuhl.de/">Schloss Dagstuhl</a>) is omgebouwd tot informatica-onderzoekscentrum. Dat was heel erg goed gedaan. De grandeur van het kasteel was bewaard gebleven, maar tegelijk had je er de meest moderne faciliteiten, zowel voor werk (een uitgebreide bibliotheek, goed uitgeruste conferentiezalen, een rotatiesysteem voor het middag- en avondeten zodat je steeds met andere mensen aan tafel zat), als voor ontspanning (een pool-tafel, gratis gebruik van fietsen, een sauna, een goban, een muziekzaal). Zelfs het eten, waar je altijd voor vreest in Duitsland, was tip-top in orde.</p>
<p>Tijdens het seminarie werd er een uitstap georganiseerd naar Trier, de bekendste stad langs de Moezel. Trier was al een hoofdstad van het Romeinse Rijk, maar met die erfenis is men door de eeuwen heen niet altijd goed omgegaan. Monumenten werden afgebroken om de stenen te hergebruiken, zodat er van bijvoorbeeld de keizerlijke baden nog slechts schaarse ruïnes overblijven. De Konstantinbasilika, oorspronkelijk een audiëntiezaal van de Romeinse heerser, een gigantische hal die zonder de steun van ook maar een pillaar opgericht werd, werd in de Middeleeuwen half gesloopt, zodat de resterende muren deel konden uitmaken van het kasteel dat een of andere rijke idioot daar aan het bouwen was. De huidige, na WO II heropgebouwde Konstantinbasilika is nog steeds indrukwekkend, maar je ziet wel dat hij eigenlijk helemaal niet zo oud is. Verder is er nog de iconische Romeinse stadspoort Porta Nigra, die enkel van vernieling bewaard is gebleven, omdat men er in de Middeleeuwen een kerk van gemaakt had...</p>
<p>Gelukkig hebben de middeleeuwers ook iets positiefs bijgedragen aan de stad, met name een aantal indrukwekkende kerken, en aardig gedecoreerde gebouwen in de buurt van de Hauptmarkt. Zo is Trier vandaag een soms wat onsamenhangende bloemlezing van 2000 jaar geschiedenis en bouwkunst.</p>
<p>Aangezien we dus al een uitstap naar Trier gedaan hadden, besloot ik op de terugweg via Luxemburg te rijden. Het kleine land en zijn gelijknamige hoofdstad zijn vooral gekend voor het bankwezen en de goedkope benzine. Daarbij vergeet men gemakkelijk dat Luxemburg stad een zeer indrukwekkende historische kern heeft, spectaculair gelegen op rots waarrond de rivieren Pétrusse en Alzette een kloof hebben gegraven. Langs de rivier vind je de <em>ville basse</em>, waarvan in het bijzonder de wijk Grund heel pittoresk is. Hoog daarboven imponeert de <em>ville haute</em> met de Cité Juririciare, het paleis van de Groothertog, de kathedraal, en de versterkingen van de Bock. Die versterkingen waren vroeger zo imposant, dat Luxembourg ook wel het <em>Gibraltar van het noorden</em> genoemd werd. Toen de Luxembourg-crisis in 1867 echter bijna tot oorlog tussen Pruisen en Frankrijk leidde, was de ontmanteling van de versterkingen de enige manier waarop beide partijen de onafhankelijkheid van Luxembourg wilden bevestigen. De overblijfselen hebben echter nog steeds hun charme. Ondergronds bestaat er ook nog een uitgestrekt netwerk van onderaardse gangen, in totaal wel 23 km, maar die zijn helaas in de winter niet te bezoeken. Gewoon wandelen door de oude stad was echter ook heel erg aangenaam. Het was er kalm, met geen enkel spoor van gestresseerde bankiers of gehaaste Europese ambtenaren.</p>
<p>Ik besloot dan om niet de E411, maar wel de E421 te nemen, die nog door de rest van het landje Luxembourg loopt, riching Hoge Venen. Ondanks dat E-nummer, verlaat de E421 Luxembourg stad als een gewone dorpsweg, waar de bankiers en Europese ambtenaren plots toch allemaal opdoken en een eindeloze avondfile vormden. Na een half uur filerijden, werd de weg dan toch een heuse autostrade. Die houdt na 15 km alweer plots op, maar op die 15 km was als bij wonder alle verkeer weer verdwenen, en was ik opeens bijna alleen op de weg. Ik deed nog een kleine omweg langs Vianden, waar het imposant gelegen kasteel prachtig verlicht was in de nacht. Het dropje zelf en de omgeving zagen er ook in het donker heel pittoresk uit. In Vianden kom ik zeker nog eens terug als ik meer tijd heb.</p>
<p>Al mijn <a href="/fotoalbum/dagstuhl_trier_luxembourg">foto's van Dagstuhl, Trier en Luxembourg</a> heb ik reeds op deze site geplaatst.</p>
<p>Zo ben ik nu terug in Leeds voor de start van het tweede semester. Hier begint de <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Leeds_arena">Leeds Arena</a> er trouwens steeds indrukwekkender uit te zien:</p>
<p style="text-align:center;"><a href="/download/blogfotos/leeds_arena.jpg"><img src="/download/blogfotos/leeds_arena_klein.jpg" alt="Leeds Arena" /></a><br />
<a href="/download/blogfotos/leeds_arena.jpg">Klik op de foto voor een grotere versie</a></p>]]></content:encoded>
    <pubDate>Thu, 19 Jan 2012 14:07:00 +0000</pubDate>   </item>
   <item>
    <title><![CDATA[Is Mijnenveger NP-volledig?]]></title>
    <guid>http://www.stijnvermeeren.be/2012/1/3/is_mijnenveger_np-volledig</guid>
    <link>http://www.stijnvermeeren.be/'.2012/1/3/is_mijnenveger_np-volledig.'</link>
    <description><![CDATA[
Het doorsnee wiskundetijdschrift is geen lectuur die je voor het plezier gaat lezen...]]></description>
    <content:encoded><![CDATA[
<p>Het doorsnee wiskundetijdschrift is geen lectuur die je voor het plezier gaat lezen. De artikels die erin staan zij zo technisch en gespecialiseerd dat meestal slechts een handvol mensen ze kan begrijpen. Normaal neem je dus enkel een tijdschrift ter hand als je op zoek bent naar een bepaald artikel waarvan je op voorhand weet dat het relevant zal zijn. Een uitzondering op deze regel is de <em><a href="http://www.springer.com/mathematics/journal/283">Mathematical Intelligencer</a></em>. Dit driemaandelijks tijdschrift publiceert breed toegankelijke artikels, met veel aandacht voor puzzels en recreatieve wiskunde, geschiedenis, en ook wiskundige humor. De <em>Mathematical Intelligencer</em> neem elke keer ik met plezier ter hand.</p>
<p><h4>Minesweeper Consistency</h4></p>
<p>&quot;Minesweeper is NP-complete&quot; is een artikel door de Britse wiskundige <a href="http://web.mat.bham.ac.uk/R.W.Kaye/minesw/">Richard Kaye</a> dat in 2000 in de Mathematical Intelligencer verscheen. Inderdaad, het gaat hier enerzijds over het <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Mijnenveger_%28spel%29">computerspelletje Mijnenveger</a>, en anderzijds over de NP complexiteitsklasse, het onderwerp van een van de <a href="http://www.claymath.org/millennium/P_vs_NP/">$1.000.000 Millennium Prize Problems</a>. Het mag geen verrassing heten dat het artikel dan ook heel wat aandacht kreeg. Ian Stewart besteedde er zelfs een van zijn populaire columns in de <em>Scientific American</em> aan. Die column is in lichtjes gewijzigde vorm (lees: een kemel van een verwarring tussen <em>NP</em> en <em>NP-volledig</em> eruit gehaald) <a href="http://www.claymath.org/Popular_Lectures/Minesweeper/">online te vinden</a>.</p>
<p>Wat lezen we nu in de meest recente uitgave en de Mathematical Intelligencer? Een artikel door Allan Scott, Ulrike Stege en (de Nederlandse) Iris van Rooij, getiteld &quot;Minesweeper May Not Be NP-Complete but Is Hard Nontheless&quot;. Wat is dat nu? Zat er een fout in het artikel van Richard Kaye? Ian Stewart die NP en NP-volledig verwart is geen grote schok, maar dat er een significante fout zou zitten in Richard Kaye's originele artikel zou wel onthutsend zijn.</p>
<p>Gelukkig gaat het niet over een fout van Richard Kaye, wel over een verschillende interpretatie van het probleem.</p>
<p>Richard Kaye bekijkt het <em>Minesweeper Consistency</em> probleem. Dit gaat als volgt:</p>
<ul>
<li><strong>Invoer</strong>: een gedeeltelijk onthuld Minesweerper bord (sommige vakjes tonen het aantal omliggende mijnen, sommige vakjes hebben een vlag om te markeren dat er een bom onder ligt, en andere vakjes zijn nog verhuld.)</li>
<li><strong>Uitvoer</strong>: &quot;ja&quot; als het bord <em>consistent</em> is, anders &quot;neen&quot;</li>
</ul>
<p><em>Consistent</em> wil zeggen dat er een oplossing bestaat, dus dat je de bommen zodanig kunt verdelen dat alle onthulde cijfertjes en alle reeds gemarkeerde bommen kloppen. Een bord met het cijfertje nul op een vakje naast een bom, is noodzakelijk inconsistent. Maar een bord kan ook op veel subtielere manieren inconsistent zijn.</p>
<p>Bestaat er een algoritme dat &quot;Minesweeper Consistency&quot; efficiënt oplost? Richard Kaye zegt van neen. Toch niet als de klassen P en NP verschillen. Dat bewijzen is het onderwerp van het Millennium Prize Problem. Maar zelfs zonder bewijs denken de meeste wiskundigen en informatici dat P en NP verschillend zijn. P is namelijk de klasse van ja/nee-problemen die efficient (d.w.z. in veeltermtijd) kunnen beantwoord worden. NP (voor &quot;niet-deterministisch polynomiaal&quot;) is de klasse van ja/nee-problemen waarbij als het antwoord &quot;ja&quot; is, er een <em>certificaat</em> bestaat dat je er efficiënt van overtuigt dat het antwoord inderdaad &quot;ja&quot; is. Beschouw bijvoorbeeld het probleem &quot;heeft deze legpuzzel een oplossing?&quot;. Als het antwoord &quot;ja&quot; is, dan kan je daar gemakkelijk van overtuigd worden door de opgeloste puzzel te zien. Die opgeloste puzzel is het certificaat. Maar als het antwoord &quot;neen&quot; is, dan ben je daar niet zo snel van overtuigd. De enige manier is om de puzzel proberen op te lossen door alle combinaties uit te proberen. Als er een puzzelstukje ontbreekt, dan kom je daar meestal pas achter als na veel werk, als de andere puzzelstukjes reeds op hun plaats liggen. Erg frustrerend, maar er bestaat vrijwel geen manier om na te gaan of de puzzel wel oplosbaar is, zonder de oplossing ook echt proberen te maken. Dat is de intuïtie achter het begrip van een probleem in NP.</p>
<p><em>Minesweeper Consistency</em> is in NP, want een plaatsing van alle mijnen die met de reeds getoonde gegevens overeenstemt, is een certificaat dat de consistentie bewijst. Voor inconsistente borden schijnt er echter geen certificaat te bestaan, dat je van die inconsistentie overtuigt.</p>
<p><h4>Logische circuits op mijnenvelden</h4></p>
<p>De interessantere kant van Richard Kaye's artikel is echter dat Minesweeper Consistency bij de <em>moeilijkste</em> problemen in NP hoort, de zogenaamde NP-volledige problemen. Dit doet Kaye door aan te tonen dat Minesweeper Consistency minstens even moeilijk is als een gekend NP-volledig probleem, namelijk SAT. SAT (voor &quot;Satisfiability&quot;) kan geformuleerd worden met behulp van logische circuits. Een logisch circuit heeft verschillende aan/uit-invoersignalen, die door bepaalde logische poorten (AND, NOT, ...) verwerkt worden tot één aan/uit-uitvoersignaal. SAT is dan de vraag: &quot;bestaat er een combinatie van invoersignalen zodat de uitvoer 'aan' is?&quot;. Merk op dat die invoer een &quot;certificaat&quot; is voor een &quot;ja&quot;-antwoord. Maar om een &quot;nee&quot;-antwoord te controleren, kan je schijnbaar niets efficiënter doen dan alle mogelijke invoer-combinaties na te gaan, wat voor grotere circuits al snel onmogelijk veel werk is. Inderdaad, SAT is niet alleen gekend als NP probleem, maar ook als een van de moeilijkste NP problemen, een NP-volledig probleem dus.</p>
<p>Kaye toont aan dat Minesweeper Consistency minstens even moeilijk is als SAT (en dus ook NP-volledig) door SAT te <em>reduceren</em> tot Minesweeper Consistency. Dit wil zeggen dat elke SAT-vraag wordt omgevormd tot een equivalente vraag over de consistentie van een mijnenvegerbord. Dit gebeurt door een geniale <em>codering</em> van logische circuits op mijnenvelden. Een signaal wordt hierbij als volgt over het bord voortgebracht:</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/minesweeper_wire.png" alt="Minesweeper NP-complete wire" /></p>
<p>Deze <em>draad</em> draagt een signaal van links naar rechts. Er zijn telkens twee verhulde vakjes naast elkaar, waarover de opliggende cijfertjes bepalen dat juist één van de twee een mijn bevat, en steeds het hetzelfde vakje. Als steeds het eerste -&quot;&quot;-vakje een mijn bevat, dat interpreteren we dat als een &quot;uit&quot;-signaal. Als steeds het tweede &quot;+&quot;-vakje een mijn bevat, dan draagt de draad een &quot;aan&quot;-signaal.</p>
<p>Vervolgens moeten we deze <em>mijnenvegerdraden</em> samenvoegen met logische poorten. Bijvoorbeeld een AND-poort:</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/minesweeper_AND.png" alt="Minesweeper NP-complete AND-gate" /></p>
<p>Er komt een &quot;paars&quot; signaal van boven en een &quot;geel&quot; signaal van beneden, die worden samengevoegd tot een &quot;zwart&quot; uitvoersignaal. De nummers 5 zorgen ervoor dat het uitvoersignaal &quot;aan&quot; kan zijn als en slechts als beide invoersignalen ook &quot;aan&quot; zijn. De drie verhulde vakjes rond het cijfer 4 zorgen ervoor dat het geheel een (en niet meer dan één) oplossing heeft voor elke invoer. (Merk op dat juist één van die drie vakjes een bom moet bevatten. Het vakje links van het cijfer 4 zal een bom bevatten als beide invoeren hetzelfde zijn. Anders zal de bom boven of onder de 4 liggen, aan de kant van de &quot;aan&quot;-invoer.)</p>
<p>Deze AND-poort heb ik overigens zelf ontdekt. Ze is kleiner en eleganter dan de oorspronkelijke AND-poort in Richard Kaye's eigen artikel. Reden te meer dus voor de lezer om zelf een beetje te gaan puzzelen om andere elementen van logische circuits in Minesweeper te ontwerpen, want we hebben nog minstens een NOT-gate nodig, elementen om draden te buigen en te kruisen, om een signaal te splitsen...</p>
<p>Dat alles is echter niet meer dan een leuke oefening. Uiteindelijk kunnen we elk logisch circuit coderen in een mijnenvegerbord. Dan moeten we enkel het uitvoersignaal op &quot;aan&quot; zetten, en het mijnenvegerbord is consistent als en slechts als het logisch circuit <em>satisfiable</em> is. Dus Minesweeper Consistency is NP-volledig!</p>
<p>Tot zover Kaye's leuke artikel. Maar welk probleem hebben Scott, Stege en Van Rooij daar nu bij gevonden?</p>
<p><h4>Minesweeper Inference</h4></p>
<p>Wel, zij beweren dat Minesweeper Consistency helemaal niet de juiste vraag is. Je speelt Minesweeper niet door steeds te vragen &quot;is dit bord consistent?&quot; De vraag die je je stelt bij het oplossen is: &quot;kan ik uit de reeds onthulde (consistente) gegevens afleiden of er een bom ligt onder dit vakje?&quot;. Of algemener: &quot;Kan ik überhaupt nog iets afleiden uit het reeds onthulde?&quot;. Deze twee problemen vallen allebei onder de naam <em>Minesweeper Inference</em>.</p>
<p>Wat blijkt? Deze problemen zijn niet in NP... maar wel in co-NP! Dat wil zeggen, nu bestaat er juist een <em>certificaat</em> als het antwoord &quot; neen&quot; is, maar waarschijnlijk niet als het antwoord &quot;ja&quot; is! Immers: als de inhoud van een vakje niet logisch afgeleid kan worden, dan kan je daarvan overtuigd worden door twee mogelijke oplossingen voor het hele bord te zien te krijgen, waarbij er een bom ligt onder het vakje in de ene oplossing, en niet in de andere.</p>
<p>Meer nog: Scott, Stege en Van Rooij gebruiken helemaal hetzelfde idee als Richard Kaye (de codering van een logisch circuit in een mijnenvegerbord) om te bewijzen dat <em>Minesweeper Inference</em> co-NP-volledig is. <em>Minesweeper Inference</em> is dus bij de moeilijkste problemen in co-NP.</p>
<p>Maar kunnen we beide resultaten (de NP-volledigheid van Minesweeper Consistency en de co-NP-volledigheid van Minesweeper Inference) nu niet van elkaar afleiden? Het zou toch erg stom zijn als we de volledige constructie helemaal opnieuw moeten doen, voor twee resultaten die zoveel op elkaar lijken.</p>
<p>Wel... stel dat je Minesweeper non-Inference wilt reduceren tot Minesweeper Consistency (zodat de NP-volledigheid van Minesweeper Consistency zou volgen uit de co-NP-volledigheid van Minesweeper non-Inference). Dat lijkt redelijk gemakkelijk. Je kan niets afleiden als en slechts als voor elk nog verhuld vakje zowel de toestand &quot;bom&quot; als &quot;geen bom&quot; consistent is. Die verschillende consistentie-vragen kan je gemakkelijk samenvoegen tot het consistentieprobleem voor één groter bord... behalve dat &quot;geen bom&quot; niet bestaat als toestand! Als er geen bom ligt op een vakje, dan bevat het vakje een getal, het aantal omliggende bommen. Aldus moeten we een disjunctie maken over de verschillende mogelijke aantallen van elk vakje, maar dat kan niet zomaar met een <em>many-one</em> reductie, het soort van reductie waarmee NP-volledigheid normaal gezien gedefinieerd wordt. Het werkt dus niet... en dat was dan nog de intuïtief gemakkelijkere richting.</p>
<p>Moest het bovenstaande wel werken, dan zou het artikel van Scott, Stege en Van Rooij sterker zijn dan Kaye's artikel, en dus een echte verbetering. Nu is het echter niet zozeer sterker, gewoon een andere nuance. Het algemene beeld wordt er eerder minder aantrekkelijk op. Het ziet ernaar uit dat er een hele hoop mijnenvegerproblemen bestaat, allemaal op zichzelf NP-volledig of co-NP-volledig, maar niet met natuurlijke, intuïtieve reducties naar elkaar te herleiden. Tenzij je flexibeler bent me je reducties: niet enkel <em>many-one</em>, maar bijvoorbeeld Turing reducties waarbij de orakels enkel positieve antwoorden geven (om toch maar het onderscheid te behouden tussen NP en co-NP) en waarbij je verschillende orakelvragen tegelijk kunt stellen. Dat lijkt mij sterk genoeg om natuurlijke reducties te krijgen tussen alle mijnenvegerproblemen. Weet er iemand of dit soort reducties bestudeerd wordt in complexiteitstheorie? Het zou leiden tot een zwakker begrip van NP-volledigheid, maar het lijkt me toch nog interessant.</p>
<p><h4>Conclusies voor de <em>casual gamer</em></h4></p>
<p>Genoeg technische <em>jibber-jabber</em> nu. Welke conclusies moet de niet-wiskundige mijnenveger-liefhebber nu uit dit alles trekken? Wel, stel dat je vast zit en niet meer weet of je nog iets logisch kunt afleiden, dan wel moet gaan gokken. Bestaat er een efficiënt algoritme dat je kan vertellen of je nu echt moet gokken of niet? Wel, voor kleinere borden is het misschien nog wel doenbaar, maar verwacht je niet aan een algoritme dat ook voor grotere mijnenvelden efficiënt blijft. Als je toch werkelijk zo'n algoritme gevonden hebt, dan heb je P=NP bewezen en ben je en miljoen dollar rijker.</p>
<p>Stel nu dat er een helderziende vriend over je schouder staat mee te kijken. Hij beweert het antwoord te weten op de vraag of je nu moet gokken of niet. Kan hij je overtuigen dat hij werkelijk het juiste antwoord heeft, en geen charlatan is? Dat hangt af van zijn antwoord. Als hij beweert dat je <em>niets</em> meer logisch kunt afleiden, dan kan hij je daar gemakkelijk van overtuigen met het <em>certificaat</em> waar ik eerder over sprak. Maar, verrassend genoeg: als hij beweert dat je nog wel iets logisch kunt afleiden, dan heeft hij in het algemeen géén manier om je daar snel van te overtuigen! En als hij dat toch altijd kan, dan heeft hij co-NP=NP bewezen, terwijl de meeste wetenschappers juist vermoeden dat co-NP en NP verschillende klassen zijn.</p>
<p>Wat ook het geval is, er blijft altijd een fundamenteel probleem over met mijnenveger. Je zult altijd situaties hebben waar je wel moet gokken. Dan heb je net een hele week gewerkt om een 1000x1000-mijnenveld voor 99% op te vegen, bij het laatste stukje moet je gokken en BOEM! Dood... Dergelijke frustraties zijn intrinsiek aan mijnenveger. Daar kan geen complexiteitstheorie verandering in brengen.</p>
<p>Aldus is het misschien beter om mijnenveger maar te vergeten, en bijvoorbeeld te bestuderen waarom ladders in het <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Go_%28bordspel%29">bordspel Go</a> PSPACE-moeilijk zijn? Dat is echter voor een andere keer...</p>
<p>PS: voor wie meer wil lezen over complexiteitstheorie en NP-volledigheid: het boek &quot;<a href="http://www.amazon.com/Computers-Intractability-NP-Completeness-Mathematical-Sciences/dp/0716710455/ref=cm_lmf_tit_1">Computers and Intractability</a>&quot; van Garey en Johnson is reeds meer dan 30 jaar oud, maar nog steeds fantastisch leesmateriaal.</p>
]]></content:encoded>
    <pubDate>Tue, 03 Jan 2012 16:16:00 +0000</pubDate>   </item>
   <item>
    <title><![CDATA[Drie weken in Frankrijk]]></title>
    <guid>http://www.stijnvermeeren.be/2011/11/25/drie_weken_in_frankrijk</guid>
    <link>http://www.stijnvermeeren.be/'.2011/11/25/drie_weken_in_frankrijk.'</link>
    <description><![CDATA[
In het Musée Marmottan Monet bevindt zich het schilderij "Rue de Paris, temps de pluie" van Gustave Caillebotte...]]></description>
    <content:encoded><![CDATA[
<p>In het Musée Marmottan Monet bevindt zich het schilderij &quot;<a href="http://www.linternaute.com/musee/diaporama/1/7314/musee-marmottan-monet/5/34873/rue-de-paris--temps-de-pluie/">Rue de Paris, temps de pluie</a>&quot; van Gustave Caillebotte. In feite is dit slechts een voorstudie. De <a href="http://www.artic.edu/aic/collections/artwork/20684?search_id=1">afgewerke versie</a> bevindt zich in Chicaco. Op de versie van het Musée Marmottan Monet zijn veel details, met name de gelaatsuitdrukkingen van de figuren op straat, nog helemaal niet aangebracht. Juist dat maakt de voorstudie voor mij echter zo treffend. Als je door Parijs wandelt, wordt je omringd door gehaaste mensen, die aan jou geen aandacht schenken, en jij schenkt geen aandacht aan hen. Je bent je net genoeg van elkaars tegenwoordigheid bewust om botsingen te vermijden, of soms zelfs dat niet. De mensen op de voorgrond vervagen, en het is de achtergrond van Parijs' statige huizen langs rechte boulevards die de belangrijkste indruk nalaat. Enkel <a href="http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Place_de_Dublin_depuis_la_rue_de_Moscou.jpg">het drukke autoverkeer</a> ontbreekt nog bij Caillebotte...</p>
<p>Die kracht om te schilderen, zonder fotografisch realisme na te streven, maar toch met een resultaat dat échter aanvoelt als een foto; dat vind ik fantastisch aan het impressionisme. De twee oppergrootmeesters van het impressionisme - Auguste Renoir voor portretten en Claude Monet voor natuur en landschappen - zijn allebei vertegenwoordigd in het Musée Marmottan Monet, Monet zelf natuurlijk het meest uitgebreid. Maar het interessantste aan het museum was om de evolutie te zien van het pure impressionisme naar de latere derivaten zoals neo-impressionisme, pointillisme en fauvisme. Een speciale tentoonstelling gewijd aan pointillist Henri-Edmond Cross hielp daar nog meer bij. Cross werd geboren als Delacroix, maar verengelste zijn naam, naar verluid om verwarring te vermijden met de wel erg andere schilder Eugène Delacroix. Ik had reeds enkele werken van Cross gezien in het Musée d'Orsay, en die zorgden voor hoge verwachtingen, maar de schilderijen van de tentoonstelling in het Musée Marmottan Monet waren over het algemeen minder indrukwekkend. Toch was de tentoonstelling voor mij erg interessant. Het gaf een goed beeld van de stijlen van het pointillisme en het neo-impressionisme, en maakte mij zo duidelijk waarom ik er minder enthousiast over ben dan over het pure impressionisme. Je kan wel interessante en verbazende dingen doen met pointillisme. Kijk maar hoe Signac reflecties creëert in &quot;<a href="http://www.latribunedelart.com/spip.php?page=docbig&amp;id_document=9059">Tartanes pavoisées à Saint-Tropez, opus 240</a>&quot;; op de lage resolutie van de online versie is het helaas niet zo duidelijk, maar de atomaire verfpuntjes zijn boven en onder perfect hetzelfde, alleen in het water een klein beetje door elkaar geschoven, met fantastisch effect! Een fauvistisch kleurenpallet kan ook een verbluffend effect hebben: het was voor mij een leuk wederzien met André Derains <a href="http://www.museothyssen.org/en/thyssen/zoom_obra/360">Waterloo Bridge</a>, in Parijs in leen vanuit Madrid. Maar de pointillistische bolletjes en het buitenaardse kleurenpalet verhinderen toch al slecht dat de schilderijen eenzelfde echtheid afstralen, als de meesterwerken van pakweg Renoir en Monet.</p>
<p>Anyway, genoeg over kunst. Ik was in Frankrijk om te werken aan een project met enkele collega-wiskundigen. Twee weken in Parijs, en ook vijf dagen in Montpellier, waar ik samen met mijn Parijse collega Laurent en zijn student Antoine, nog een andere wiskundige bezocht: Sasha Shen. We verbleven bij hem thuis, in een buitenwijk van Montpellier (Hautes de Massane) waar helemaal niets te beleven valt, er is zelfs geen enkel restaurant of buurtwinkeltje te vinden in een omtrek van een kilometer. Hetzelfde was het geval voor het LIRMM instituut, waar we opgesloten zaten in een hete, ongeventileerde en ramenloze zaal, niet de meest ideale werkomstandigheden. En ook daar was er dus zelfs geen lunchgelegenheid op minder dan 15 minuten wandelafstand. Het centrum van Montpellier is ongetwijfeld levendiger en boeiender, maar om de toerist uit te hangen was er helaas nauwelijks tijd. Bovendien was het weer de ganse tijd rotslecht. We hadden de overstromingen van de week ervoor nog net gemist, maar het regende toch nog de hele tijd. Deze weerkaart van Météo France voor vrijdag 11 november spreekt boekdelen:</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/montpellier.jpg" alt="Météo France Montpellier" /></p>
<p>Dan ga je helemaal naar Zuid-Frankrijk, om er de hele tijd binnen te zitten, en de enige zon die je ziet is op Facebook-foto's van de Leeds Hiking Club, die nota bene in Wales schitterend weer hebben gehad...</p>
<p>Het traject Parijs-Montpellier is een rechtstreekse TGV-verbinding. Die duurt 3 uur en 20 minuten, als de trein tenminste niet een half uur lang aan een slakkengangetje rijdt, zoals bij de terugrit het geval was. Wegens &quot;loslopende koeien langs het spoor&quot; luidde het op de PA. Echter: voor de treinen in de andere richting was dat blijkbaar geen probleem, want die bleven aan volle snelheid voorbijrazen...</p>
<p>Op de Franse spoorwegen deed ik nog twee keer beroep, om een zondagse daguitstap te doen vanuit Parijs. Mijn eerste doel was Provins. Provins is een klein stadje, een kleine anderhalf uur met de <em>Transilien</em> vanuit Parijs. Provins ligt nog net in Ile-de-France, maar maakt historisch gezien deel uit van de Champagne-regio. In de Middeleeuwen was Provins dankzij de <em>foires de champagne</em> een van de belangrijkste handelssteden van Europa. De Middeleeuwse kern is UNESCO-werelderfgoed, maar vanuit het treinstation kom je eerst terecht in de nieuwere <em>ville basse</em>. Die toont eerst een aantal van de slechtste trekjes die de meeste anonieme Franse stadjes kenmerken: grijze huizen, niet al te proper, vol geparkeerde smalle straatjes... Gaandeweg kom je echter steeds meer mooie middeleeuwse rijhuisjes tegen. Wanneer je in de historische <em>ville haute</em> aankomt , waar ook de auto's grotendeels verdwijnen, wordt het echt genietbaar. Niets in Provins is werkelijk onmisbaar, maar er zijn genoeg bezienswaardigheden om gemakkelijk een namiddag vol te maken. Zo zijn er de <em>sousterrains</em>, een uitgestrekt netwerk van onderaardse gangen, aanvankelijk gegraven om grondstoffen te winnen voor de textielindustrie. De constante temperatuur onder de grond maakte de gangen later een ideale opslagplaats voor wijnhandelaars. Op de wanden is er nog een wijninventaris te zien, daar in de jaren 1850 met een kaars geschilderd. Verder diende het ondergrondse complex ook voor geheime bijeenkomsten van vrijmetselaars! Boven de grond kan je de indrukwekkende Tour César bezoeken, een donjon op het hoogste punt van de stad. Verder zijn de stadswallen nog de moeite waard. Van de oorspronkelijke 5,5 km is nog slechts ongeveer een kwart bewaard gebleven, maar het is toch nog indrukwekkend, temeer omdat de stad hier niet buiten de muren is gegroeid: aan de buitenkant van de muren heb je nog ongerept platteland, zodat je over de muren lopend of in de torentjes schuilend, werkelijk te indruk hebt dat je de stad aan het bewaken bent, en er op elk moment een bende vijandige ridders in de velden kan verschijnen.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/fotos/paris_provins_amiens/provins_3.jpg" alt="Provins" /></p>
<p>Voor mijn tweede daguitstap had ik Amiens uitgekozen. 's Morgens had ik een beetje moeite om uit bed te komen, maar de stralend blauwe hemel overtuigde me er toch van dat het zonde zou zijn om de luilak uit te hangen. Aldus kwam ik na een goed uur op de trein aan in Amiens, waar ik verdorie het einde van de straat niet kon zien door de mist. En het was er behoorlijk koud ook. Op een uur in de trein was ik van de zomer in de winter beland. De stationsomgeving van Amiens is ook al niet erg verwarmend. Auguste Perret ontwierp het station en het torengebouw ertegenover. Alsof dat nog niet genoeg brutalisme was, hebben ze recent een <a href="/foto/paris_provins_amiens/amiens_place_alphonse_fiquet">wansmakelijk groenig vierkant half dak</a> aangelegd boven het stationsplein. Het leek allemaal angstaanjagend veel op het Le Havre dat ik in de lente tijdens een al even grijze dag bezocht. Gelukkig werd die vrees al snel weggeveegd door de rest van de stad, die eigenlijk al meer op een Belgische stad lijkt dan op een typisch Franse stad: bontig gekleurde kleine huisjes, verkeersvrije winkelstraten, vele kleine kanaaltjes (Amiens is in een vlaag van overambitie ook pretendent naar de titel van &quot;Venetië van het noorden&quot;) en natuurlijk de 13de eeuwse gotische kathedraal. Van ver lijkt die niet zo indrukwekkend, omdat er geen grootse toren bovenuitsteekt, maar dat komt vooral omdat het schip zelf al zo'n immense dimensies heeft (42,3 meter hoog!). Zeer de moeite is ook de beeldhouwkunst. De kathedraal werd gebouwd in een tijd dan het volk ongeletterd was, en de Bijbel dus door middel van afbeeldingen moest worden verteld. De voorgevel bevat dan ook honderden scènes uit de bijbel, sommigen een beetje bizar: waar komt er een egel voor in de Bijbel?</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/fotos/paris_provins_amiens/amiens_cathedrale_5.jpg" alt="Amiens kathedraal: egel" /></p>
<p>Lang leve het internet, er is zowaar <a href="http://qjmed.oxfordjournals.org/content/97/6/315.1.full">een verklaring</a> voor! Als je goed kijkt, zijn nog wel meer rare beesten en bizarre monsters te vinden in de voorgevel. Ook binnenin de kerk was ik gefascineerd door twee beeldengroepen, die de levens vertellen van respectievelijk Sint Firminus de Oude en Johannes de Doper, de laatste inclusief vrij gruwelijke onthoofding. <em>Nice</em>!</p>
<p>Vlak naast de kathedraal werden er recent nog een <a href="/foto/paris_provins_amiens/amiens">aantal nieuwe gebouwen</a> bijgezet. Gelukkig hebben de architecten hun werk hier veel beter gedaan dan bij het station. Er is een duidelijk contrast tussen oud en nieuw, maar op een positieve manier, zonder te vloeken.</p>
<p>Voilà. En voor de rest heb ik Frankrijk veel te hard gewerkt, maar daar zal ik jullie niet mee lastig vallen.</p>
]]></content:encoded>
    <pubDate>Fri, 25 Nov 2011 13:22:00 +0000</pubDate>   </item>
   <item>
    <title><![CDATA[Tijdzones op een LAMP-server]]></title>
    <guid>http://www.stijnvermeeren.be/2011/10/30/tijdzones_op_een_lamp-server</guid>
    <link>http://www.stijnvermeeren.be/'.2011/10/30/tijdzones_op_een_lamp-server.'</link>
    <description><![CDATA[
Lang heb ik het gesteld met een basismodel van gsm, eentje die op eender welke toets slechts na een goede seconde reageerde...]]></description>
    <content:encoded><![CDATA[
<p>Lang heb ik het gesteld met een basismodel van gsm, eentje die op eender welke toets slechts na een goede seconde reageerde. Die vertraging is op een gsm even irritant als, pakweg, op een Telenet digibox. Maar ik was zo'n spaarzame gsm-gebruiker, dat ik er geen al te grijze haren van heb gekregen. Toen ik eerder dit jaar echter op reis naar de Verenigde Staten ging, had ik sowieso een nieuwe, triband gsm nodig, om er daar gebruik van te kunnen maken. Aldus kocht ik mij ineens een tweedehands HTC Wildfire smartphone aan. De levensduur van de batterij trekt wel op niets, maar er zitten toch ook een heleboel zeer nuttige snufjes aan. Zo is wireless erg handig, vooral op reis, want internetcafés verdwijnen tegenwoordig meer en meer, en hun plaats wordt ingenomen door wifi hotspots. Verder heb ik ook een gps-functie, die soms wel een beetje moeite heeft om de juiste locatie te vinden, maar toch zeer handig is voor navigatie. Ik heb dan wel geen mobiel internet om eender waar kaarten op te vragen, maar met een goede app (<a href="http://www.codesector.com/maverick.php">Maverick</a> in combinatie met <a href="http://mobac.sourceforge.net/">Mobile Atlas Creator</a>) kan je de nodige kaarten op voorhand op de harde schijf zetten. (Helaas hebben deze programma's recent blijkbaar te kampen met copyright-moeilijkheden, zodat het aanbod van beschikbare kaarten gekrompen is. Gebruik oudere versies van de programma's om een groter aanbod te hebben.)</p>
<p>Door in Engeland te studeren, en regelmatig van tijdzone te veranderen, ben ik me zeer bewust van het belang van tijdzones goed te bij te houden in scripts en databases. Op een gsm, die meestal mee van de ene tijdzone in de andere reist, is dat nog het meest acuut van al. Op dit vlak is de HTC Wildfire echter een grote teleurstelling. Het toestel draait het Android besturingssysteem van Google, en van hen zou je wel beter verwachten, maar tot voor kort had de Google Calendar vrijwel geen ondersteuning voor tijdzones. Bijgevolg is de kalender van mijn smartphone geheel onbruikbaar voor het invoegen van bijvoorbeeld internationale vluchten. Het vertrekuur van een vlucht wil je in de tijdzone van de vertrekluchthaven in- en weergeven, ongeacht in welke tijdzone je je bevindt. Op de HTC Wildfire is dat dus onmogelijk. Telkens wanneer je van tijdzone verandert, verspringen alle tijden op de kalender mee. Omdat dit een tekort is in het onderliggende Google Calendar-systeem, is er geen enkele manier - zelfs geen app - die een uitweg kan bieden. Google Calendar heeft recent betere ondersteuning voor verschillende tijdzones ingevoerd, maar Android 2.2 is niet mee geëvolueerd, dus ik blijf met mijn miserie zitten.</p>
<p>Dat zelfs Google er zo'n zootje van maakt, illustreert goed dat het degelijk ondersteunen van tijdzones geen sinecure is. Iedereen die ooit al eens een website heeft gemaakt die ergens timestamps moet bijhouden en behandelen, zal daar wel over kunnen meespreken. Er zijn zoveel verschillende instellingen die invloed hebben, dat je er gemakkelijk in verloren loopt. Er is een overvloed van informatie te vinden op het internet, doch uitgespreid over veel verschillende pagina's en handleidingen. Daarom vond ik het wel de moeite waard om eens een overzicht te maken. Voor mijn eigen <em>future reference</em>, en voor iedereen die er ook baat bij zou kunnen hebben: alles wat je moet weten om tijdzones correct te ondersteunen op een LAMP (Linux-Apache-MySQL-PHP) server.</p>
<p>Alles hier is geschreven voor Ubuntu 11.04. Niet dat ik nog zo'n grote fan ben van Ubuntu. Ubuntu 11.10 heeft bijna zoveel bugs als Windows Millennium. En het idee achter Unity is wel ok, maar de huidige uitvoering schiet nog op veel vlakken zwaar tekort. Maar soit, ik ga nu niet meer alles herschrijven voor een andere distributie.</p>
<p>Here we go...</p>
<p>In elke computer tikt er een klokje, de hardwareklok. Deze werkt op batterijen en loopt dus ook door als de computer afstaat. De hardwareklok kan je aanpassen in de BIOS setup of met het Linux-commando <em>hwclock</em>.</p>
<p>De hardwareklok houdt enkel datum en uur bij, géén tijdzone. Je kan zelf kiezen of de hardwareklok als <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Coordinated_Universal_Time">UTC</a> (de wintertijd in Greenwich) of als locale tijd wordt afgelezen. UTC lijkt de meeste logische keuze, en is standaard voor Linux, maar Windows leest de hardwareklok als locale tijd, dus op dual boot systemen wordt meestal de hardwareklok als locale tijd ingesteld. Eventueel kan je <a href="https://help.ubuntu.com/community/UbuntuTime#Make_Windows_use_UTC">Windows wel configureren om de hardwareklok als UTC te lezen</a>. Configuratie is echter gemakkelijker in Linux, door gewoon een argumentje mee te geven aan <em>hwclock</em> (<em>--localtime</em> of <em>--utc</em>) bij het instellen van de hardwareklok. Deze keuze wordt dan bewaard in het bestandje <em>/etc/adjtime</em>. Als dit bestandje niet bestaat, wordt de hardwareklok als locale tijd geïnterpreteerd. Merk op dat het <em>--date</em> argument van <em>hwclock</em> altijd in locale tijd moet gegeven worden, zelfs bij gebruik van <em>--utc</em>.</p>
<p>Terwijl de computer opstaat, wordt de hardwareklok nauwelijks gebruikt. Hij wordt bij het opstarten van de computer eenmaal ingelezen, en dan begint Linux met zijn eigen softwareklok of systeemklok te werken. Deze systeemklok kan je raadplegen en aanpassen met het commando <em>date</em>.</p>
<p>Je zou dus verwachten dat wijzigingen aan de systeemklok bij het afzetten van de computer verloren gaan. Op mijn laptop gebeurt echter het tegengestelde, dankzij een scriptje <em>/etc/init.d/hwclock</em> dat bij het afsluiten wordt uitgevoerd en dat de systeemtijd kopieert naar de hardwareklok. Ook Ubuntu's clock applet zorgt er streng voor dat systeemtijd en hardwaretijd gesynchroniseerd blijven. Nog andere programma's kunnen hierop invloed hebben, zoals het NTP (Network Time Protocol), waarmee je via het internet automatisch de klok juist kan laten zetten.</p>
<p>De locale tijd, dus in welke tijdzone wordt gewerkt, wordt bepaald door <em>/etc/localtime</em>. Dit (binaire) bestandje bevat informatie over de plaatselijke tijdzone en is een kopie van een bestand uit de map <em>/usr/share/zoneinfo/</em>, waar informatie wordt bewaard over alle tijdzones. De <em>propere</em> manier om van tijdzone te veranderen is het uitvoeren van <em>dpkg-reconfigure tzdata</em>. Ook met Ubuntu's clock applet kan je natuurlijk eenvoudig van tijdzone veranderen.</p>
<p>Er is ook een <a href="https://help.ubuntu.com/community/EnvironmentVariables">environment variable TZ</a> waarmee je eventueel de tijdzone voor bepaalde processen kan overschrijven.</p>
<p>De ingestelde tijdzone bepaalt natuurlijke hoe de tijd wordt afgebeeld. Dat gaat niet alleen over hoe laat het is (Ubuntu's klokje; of het <em>date</em> commando), maar ook bijvoorbeeld over de modification time van een bestand (zoals weergegeven door de Nautilus file browser of door <em>ls -l</em>). Die modification time van een bestand wordt door alle moderne filesystems intern opgeslagen in UTC. Zo is het veranderen van tijdzone enkel een kwestie is van weergave; de timestamp zelf moet niet aangepast worden. Ook winter- en zomertijd is enkel een kwestie van weergave: voor elke UTC timestamp gaat Linux kijken of die in winter- of zomertijd is van de locale tijdzone, en hij geeft steeds het goede uur weer.</p>
<p>Er is echter een belangrijke uitzondering hierop. FAT filesystems houden timestamps bij in locale tijd. FAT is derhalve een hopeloos verouderd systeem, maar het wordt toch nog dagelijks gebruikt, met name op geheugenkaartjes en memory sticks. Zo zal je op je fototoestel waarschijnlijk de tijd wel kunnen instellen, maar geen tijdzone. Als je vervolgens de foto's van het geheugenkaartje naar je computer kopieert, worden de timestamps gelezen als locale tijd. Dus als je foto volgens het toestel genomen is om 12:00, en je kopieert hem naar een computer in London, dan krijgt hij daar een modification time van 12:00 GMT, maar op een computer in Brussel krijgt hij een modification time van 12:00 CET. Moraal van het verhaal: zet de klok van je fototoestel in de tijdzone van het land waar je later de foto's naar je computer zult kopiëren. Dat is eigenlijk wel handig: zo moet je tijdens een reis door verschillende tijdzones ook niet telkens de klok van je camera aanpassen.</p>
<p>Als het toch nog fout zit met de timestamps van je foto's, kan je die nog manueel veranderen met het <em>touch</em> commando. Of je kan tijdelijk de tijdzone van je systeem veranderen, om de timestamps op een geheugenkaartje in de juiste tijdzone te lezen... Maar hierbij treed nog een extra complicatie op. De locale tijd die gebruikt wordt bij het mounten van een FAT filesystem, is eigenaardig genoeg <em>niet</em> de tijdzone die bijgehouden wordt in <em>/etc/localtime</em>, maar wel de tijdzone die de kernel zelf bijhoudt. Die wordt bij het opstarten van de computer ingesteld, op het moment dat de hardwareklok gelezen wordt. Maar later wordt de tijdzone van de kernel niet meer aangepast door bijvoorbeeld <em>dpkg-reconfigure tzdata</em>. Om de tijdzone van de kernel up to date te brengen, kan je natuurlijk de computer opnieuw opstarten, maar gemakkelijker is het uitvoeren van <em>hwclock --systz</em> of <em>hwclock --hctosys</em>.</p>
<p>Ook applicaties zoals de e-mailclient Thunderbird laten zich beïnvloeden door de ingestelde tijdzone. Natuurlijk wordt het tijdstip van ontvangen e-mail in locale tijd weergegeven. Maar ook als je een e-mail verstuurt, krijgt die een Date-header in locale tijd mee, samen met een indicatie van wat de locale tijdzone is.</p>
<p>De webserver Apache maakt ook gewoon gebruik van de systeemtijd en bijhorende tijdzone. Er lijkt geen manier te bestaan om dit aan te passen. Zelfs met een &quot;SetEnv TZ&quot; in apache2.conf, worden de logs bijvoorbeeld nog steeds in de tijdzone van het systeem geschreven. Maar normaal gezien is het ook wel logische op apache gewoon in de systeemtijd te laten draaien.</p>
<p>Waar je wel met tijdzone moet gaan spelen, dat is de gebruikerskant van de website. Timestamps worden gegenereerd door PHP of MySQL, opgeslagen in een MySQL database, en tenslotte aan de gebruiker getoond opnieuw met PHP.</p>
<p>In PHP kan je de tijdzone instellen met de ini-variabele <em>date.timezone</em> of met de functie <a href="http://us3.php.net/manual/en/function.date-default-timezone-set.php">date_default_timezone_set()</a> (<a href="http://www.php.net/manual/en/timezones.php">lijst van ondersteunde tijdzones</a>). Indien je geen van beide methodes gebruikt, dan zal PHP terugvallen op de systeemtijd. Dus als je website in dezelfde tijdzone moet <em>denken</em> als je server, dan heb je normaal gezien niets in te stellen. Maar als je website bijvoorbeeld voornamelijk gericht is op Belgische bezoekers, terwijl hij draait op een Amerikaanse server, dan wil je PHP wel in CET laten lopen.</p>
<p>De output van <a href="http://uk.php.net/manual/en/function.date.php">date()</a> en verwante functies wordt weergegeven in PHP's tijdzone. Indien je de DateTime class gebruikt voor het bewaren van tijdstippen, dan kan je aan elke timestamp een eigen standaard tijdzone meegeven. Je kan die standaard tijdzone van een DateTime object ook veranderen, zonder dat de eigenlijke timestamp verandert, want die is gewoon als Unix timestamp opgeslagen.</p>
<p>MySQL is een beetje ingewikkelder dan PHP. Ten eerste heeft MySQL <a href="http://dev.mysql.com/doc/refman/5.1/en/time-zone-support.html">drie tijdzone-variabelen</a>. De eerste, <em>global.system_time_zone</em>, wordt bij het opstarten van MySQL ingesteld en daarna niet meer gewijzigd. Standaard is dit de tijdzone van het Linux-systeem, maar je kan dit overschrijven met de TZ environment variable, of met een <em>--timezone</em> argument voor <em>mysqld_safe</em>. Belangrijker is de tweede variabele, <em>global.time_zone</em>. Deze heeft standaard de waarde <em>'SYSTEM'</em>, wat wilt zeggen dat <em>global.system_time_zone</em> wordt overgenomen hier. Je kan echter een eigen tijdzone instellen met het command line argument <em>--default-time-zone</em>, of met het MySQL commando <em>SET GLOBAL time_zone = ...;</em>. Elke MySQL-connectie apart kan dan nog eens die tijdzone overschrijven met de variabele <em>session.time_zone</em>. Die kan ingesteld worden met het MySQL-commando <em>SET time_zone = ...;</em>.</p>
<p>Wat is de invloed van deze <em>time_zone</em> variabele? Wel, ten eerste werken alle <a href="/dev.mysql.com/doc/refman/5.5/en/date-and-time-functions.html">datum- en tijdfuncties</a> van MySQL met datums, uren en minuten, zonder specifieke tijdzone. Dus alle tijdstippen worden geïnterpreteerd als zijnde in de tijdzone van de <em>time_zone</em> variabele, en de <em>NOW()</em> functie heeft die plaatselijke tijd als uitvoer. Ten tweede moet je goed opletten hoe je een tijdstip in de database opslaat. In de meeste situaties is het waarschijnlijk best om gebruik te maken van het <em>TIMESTAMP</em>-type. Het invoeren en uitlezen van een <em>TIMESTAMP</em>-veld gebeurt in de lokale tijd van <em>time_zone</em>, maar het opslaan gebeurt in UTC. Bijgevolg wordt het uur correct aangepast als het opslaan en uitlezen in verschillende tijdzones gebeurt. Dit is <strong>niet</strong> het geval met bijvoorbeeld het type <em>DATETIME</em>. Een <em>DATETIME</em>-veld bevat letterlijk de uren en minuten, zonder een notie van tijdzone. Dit is erg gevaarlijk. Het wordt heel gemakkelijk om te vergeten in welke tijdzone de tijdstippen zijn ingevoerd. Zodanig riskeer je de waarden verkeerd uit te lezen, of nog erger: je zou in eenzelfde tabel tijdstippen kunnen krijgen, die geïnterpreteerd moeten worden in verschillende tijdzones... Het <em>DATETIME</em>-type zou je dus eigenlijk alleen mogen gebruiken voor gegevens waarvoor de wijzers van de klok hetzelfde moeten gezet worden, ongeacht waar ter wereld je je bevindt.</p>
<p>Er is nog een derde mogelijkheid, en dit is je enige optie als je langer wilt meegaan dan <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Year_2038_problem">2038</a>: je tijdstippen opslaan als UNIX timestamps in een veld van het BIGINT type. Dit zou geen enkele dubbelzinnigheid mogen veroorzaken. Je kan wel geen gebruik maken van de datum- en tijdfuncties van MySQL, maar PHP kan die taken natuurlijk ook wel aan. Bovendien zijn de tijdstippen in je tabellen zo niet op het zicht leesbaar.</p>
<p>Als voorbeeld: de <a href="/fotoalbums">foto's op deze website</a>. Een foto op de geheugenkaart van mijn fototoestel heeft een <em>modification time</em>, maar zonder tijdzone, dus hopelijk stond het klokje van mijn camera op de lokale tijd van de computer waarmee ik het uploaden doe. Anders moet ik vóór het uploaden de <em>modification time</em> nog even manueel aanpassen naar de juiste tijdzone. Vervolgens plaats ik de foto op de website, en het tijdstip wordt in de MySQL database opgeslagen in een <em>TIMESTAMP</em> veld, zodat er hier geen dubbelzinnigheid meer kan bestaan over de tijdzone. Het weergeven van het tijdstip is echter het meest logisch in de tijdzone van waar de foto genomen is. Anders krijg je zonnige foto's genomen om 2 uur 's nachts... Dus bij het toevoegen van de foto, geef ik manueel de tijdzone in, waarin de foto genomen is. Zodanig kan het tijdstip van de foto bij de weergave op de website naar deze tijdzone omgezet worden. Simpel, nietwaar?</p>
]]></content:encoded>
    <pubDate>Sun, 30 Oct 2011 21:57:00 +0000</pubDate>   </item>
   <item>
    <title><![CDATA[Leeds Light Night: brutalistisch beton en stille horror]]></title>
    <guid>http://www.stijnvermeeren.be/2011/10/11/leeds_light_night_brutalistisch_beton_en_stille_horror</guid>
    <link>http://www.stijnvermeeren.be/'.2011/10/11/leeds_light_night_brutalistisch_beton_en_stille_horror.'</link>
    <description><![CDATA[
Op de eerste vrijdag van oktober markeert de ironisch genoemde Light Night in Leeds dat het vanaf nu officieel te vroeg duister wordt...]]></description>
    <content:encoded><![CDATA[
<p>Op de eerste vrijdag van oktober markeert de ironisch genoemde <a href="http://lightnightleeds.co.uk/">Light Night</a> in Leeds dat het vanaf nu officieel te vroeg duister wordt. Om de pijn wat te verzachten, wordt de hele stad voor een avond lang gevuld met gratis theater, muziek en kunstinstallaties. Enfin, toch tot een uur of elf, want dan moet er weer plaats geruimd worden de <em>usual Friday night crowd</em> van kirrende, benen-en-meer ontblotende, waggelende, en ten slotte uit taxi-deuren brakende fuifgangers. Maar uitzonderlijk werd de stad daarvoor dus ingenomen door een meer cultureel geïnteresseerd publiek, door de stad wandelend van het ene evenement naar het andere. Een open geest is daarbij aan te raden, want je komt de meest diverse zaken tegen, zoals bijvoorbeeld een concert van een blokfluitkwartet, dat gelukkig wel van een ander niveau was dan het gemiddelde muziekklasje in de eerste graad.</p>
<p>Twee activiteiten waren mij op de affiche van dit jaar bijzonder in het oog gesprongen. De eerste was een geleide rondleiding van wat officieus de <strong>langste gang in Europa</strong> heet te zijn, een gang in de Universiteit van Leeds die ik zelf elke dag herhaaldelijk bewandel, zij het gewoonlijk slechts voor een klein stukje. De gang is in totaal zo'n 350m lang. Daarbij moet je een kleine knik in het midden negeren, maar ondanks die knik kan je in een rechte lijn van het ene uiteinde naar het andere kijken, dus het is nog wel te rechtvaardigen om die knik te negeren. Het is niet elke dag dat je een rondleiding kunt krijgen door je dagelijkse omgeving, en zeker niet waarbij het simpelweg om een gang gaat, dus mijn nieuwsgierigheid was snel gewekt.</p>
<p>Afgaand op de beschrijving die in het infoboekje stond, leek het een vrij theatrale en humoristische rondleiding te moeten worden. Uiteindelijk werd het echter een redelijk serieuze blik op de geschiedenis van de architectuur van de University of Leeds. Voor het entertainment moesten enkele studenten in de Charles Morris residentie, tegenover het westelijke uiteinde van de gang, zorgen. Bij het zien van zo'n grote groep mensen langs de ramen van de gang, haalden zij gretig een opblaas-sekspop boven, en deden haar uit het raam naar de groep zwaaien, waarop de gids plots alle aandacht kwijt was...</p>
<p>Enfin, terug naar de rondleiding. Die was weliswaar serieus, maar daarom niet oninteressant. De universiteitscampus van Leeds bestaat namelijk uit een van de meest eclectische samenraapsels van gebouwen die je op deze aardbol zult vinden. Naast elkaar vind je het art deco Parkingson Building met de witte campanile, neogotische Alfred Waterhouse-gebouwen zoals de Great Hall en de Baines Wing, het moderne glas-rijke Ziff Building, enkele overgebleven rijhuizen in rode baksteen. Tussenin heb je niet alleen pleinen en parkjes, maar ook een heus kerkhof. Het meest dominerend op de campus zijn echter de brutalistische, betonnen gebouwen uit de jaren '60, waardoor onder andere die 350 meter lange gang loopt.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/leedsuni.jpg" alt="Leeds University" /></p>
<p>Die brutalistische campus was het masterplan van architect Joe Chamberlin, die samen met Geoffry Powell en Christoph Bonn onder andere ook verantwoordelijk was voor de Barbican in Londen. Chamberlin moest een campus ontwerpen die voorzien was op dramatisch groeiende studentenaantallen (&quot;wel 5000!&quot;). Hij had een grootse visie van een campus waarbij alle gebouwen met elkaar in verbinding staan, en waar de studenten niet alleen zouden studeren, maar ook leven. Alle gebouwen werden met overdekte corridors verbonden, waarlangs studenten en proffen zich niet alleen snel en droog zouden kunnen verplaatsen, maar er werden ook banken voorzien, om neer te gaan zitten als je in de gang een interessante gesprekspartner zou tegenkomen. Ook vandaag zijn er nog veel overblijfsels van Chamberlin's ideeën zichtbaar: niet alleen de gangen zelf, nog steeds van banken voorzien, maar ook bijvoorbeeld de kleurencodering van de verdiepingen op wegwijzers en in de benaming &quot;the red route&quot;.</p>
<p>Allemaal leuke ideeën, maar de betonnen, brutalistische uitvoering kan je niet anders dan lelijk noemen. Toch heeft Chamberlin op één punt wel een fantastische zet gedaan voor de leefbaarheid van de universiteitscampus: hij vond dat auto's het campusleven niet mochten verstoren. Dankzij hem is vrijwel de hele campus ook vandaag de dag nog autovrij. En er is meer. Rond dezelfde tijd dat de universiteit de nieuwe campus ging bouwen, kwam de stad Leeds af met plannen voor de Inner Ring Road, een drukke autostrade die de campus van het stadscentrum zou afsnijden. Beeld je de verontwaardiging van Chamberlin in! Hij ging klagen bij het stadsbestuur, en stelde als compromis voor om de autosnelweg ondergronds aan te leggen, zodat voetgangers ongestoord tussen campus en stadscentrum zouden kunnen wandelen. Het stadsbestuur reageerde: &quot;ok... als de universiteit de extra kosten betaalt&quot;. En de universiteit antwoordde: &quot;dat zullen we doen!&quot; En zo ligt de Inner Ring Road nu nog steeds ondergronds, slechts gedeeltelijk in een overdekte tunnel, maar toch. De website <a href="http://www.cbrd.co.uk/histories/lirr/">Chris' British Road Directory</a> beschrijft het treffend:</p>
<blockquote><p>[The Inner Ring Road is] a very odd route that traces a smooth arc around the north of Leeds city centre. Despite other motorways in the area - what is now the M621, the South Eastern and South Western Urban Motorways - it doesn't really connect with anything. It has two numbers - A58(M) and A64(M) - and spends most of its time in a concrete trench. It is by far the most destructive thing ever built in the centre of Leeds, but also probably one of the most important contributors to the city's commercial success - by taking traffic away from the city it allows the streets to be open, quiet and pedestrian-friendly.</p></blockquote>
<p>Het hoeft niet te verbazen dat de universiteit al snel in geldproblemen kwam. Van de oorspronkelijke plannen van Chamberlin is slechts ongeveer de helft gebouwd. De duidelijkste getuige daarvan is het oostelijke uiteinde van <em>de langste gang</em>: die leidt namelijk nergens heen en loopt dood op een wit geverfde muur. Normaal moest daar de verbinding komen met een volgend brutalistisch gebouw, maar dat werd nooit gebouwd. Om het verlies aan nieuwe gebouwen te compenseren, werden er noodoplossingen gezocht. Bakstenen rijhuisjes die aanvankelijk zouden gesloopt worden, bleven toch nog staan, verloren liggend tussen alle betonnen blokken. Bovenop E.C. Stoner werd een extra verdieping (&quot;level 11&quot;) gebouwd, waar de universiteitsadministratie tijdelijk in werd ondergebracht. Ze zouden er 40 jaar blijven zitten, tot in 2009 het nieuwe Ziff Building werd afgewerkt... Ook op het aanpalende gebouw van Mathematics en Earth & Environment werd haastig en geïmproviseerd een level 11 geplant... en daar is nu onder andere ook mijn bureau! Zo komt het dus dat de enige toegang tot mijn bureau een misplaatste trap in het midden van de wiskundecafetaria is!</p>
<p>Ook de Congregation Court, die het pronkstuk van Chamberlin's campus moest worden, werd nooit gebouw. Congregation Court moest een groots, arena-vormig plein worden, dat zelfs met zeilen overdekt zou kunnen worden op regenachtige dagen. De brede trappen tussen wiskunde en E.C. Stoner zouden op dit <em>pièce de résistence</em> moeten uitgeven, zoals de toegangstrappen van een paleis. Nu leiden de weidse trappen naar... niets bijzonders. Een tragische getuige van de halve uitvoering van Chamberlin's plannen. Maar misschien moeten we er toch blij om zijn, want zo is er toch al genoeg beton op de universiteitscampus.</p>
<p>De <a href="http://www.yorkshirepost.co.uk/news/features/yesterday_s_vision_1_2351089">Yorkshire Post velt het eindoordeel</a> over het lot Chamberlin's masterplan:</p>
<blockquote><p>&quot;Leeds University's 1960s' campus is something of a lost world so far as the ordinary citizen is concerned. Cut off from the city centre by the Leeds Infirmary and from Woodhouse Lane by the better-known Parkinson Building, few residents of Leeds venture there. <span class="ellips">[...]</span> The scheme had failed in one of Chamberlin's most important aims – to connect the university into the city. Cut off behind the massive Infirmary, its scale and sophistication remains almost a secret.&quot;</p></blockquote>
<p>Op naar het tweede hoogtepunt van Light Night dan: een vertoning van F.W. Murnau's stille horrorfilm <strong>Nosferatu</strong> in de Town Hall, met live orgel-begeleiding! Nosferatu werd gemaakt in 1922 en is een adaptatie van Dracula, zonder dat de makers hiervoor toestemming hadden gekregen van Bram Stokes en de zijnen. Daarom werden de namen veranderd (&quot;nosferatu&quot; staat bijvoorbeeld gewoon voor &quot;vampier&quot;). Dit was echter niet genoeg om een rechtzaak te vermijden. Het productiehuis, dat speciaal voor Nosferatu werd opgericht, verloor de rechtszaak en ging meteen failliet. Dit weerhield Nosferatu er niet van om een van dé klassiekers van de stille film te worden. Vele scènes zijn inmiddels honderdmaal gekopieerd, denk maar aan <a href="http://www.youtube.com/watch?v=mI2Xz-my3lQ">Nosferatu die gestrekt uit de doodskist komt gerezen</a>.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/nosferatu.jpg" alt="Nosferatu" /></p>
<p>De horror van Nosferatu is natuurlijk helemaal niet hetzelfde als wat we vandaag onder een horrorfilm vestaan. In de goed bezette Town Hall werd eerder gelachen in plaats van geschreeuwd. Maar Murnau begreep zelf ook wel de beperkingen en de sterke punten van de stille film. Het belangrijkste sterke punt is misschien wel mime, en dat wordt in Nosferatu fantastisch uitgespeeld. De gezichtsuitdrukkingen en de lange, kromme vingers van Nosferatu (gespeeld door Max Schreck; zou Dreamworks bij zijn naam inspiratie gehaald hebben?) zijn onnavolgbaar, en een aantal andere karakters moeten daar nauwelijks voor onderdoen. Ook de gebouwen, met name de fantastische mix van middeleeuwse en expressionistische architectuur, zijn indrukwekkend.</p>
<p>Nosferatu is niet perfect. Het verhaal hangt niet altijd even goed samen en het tempo hapert wel eens. De <em>special effects</em> zijn wel heel erg primitief en komen te karikaturaal over om een goede uitwerking te hebben. Maar dat neemt niet weg dat het een klassieker is die iedereen moet gezien hebben. En geen betere plaats om Nosferatu te bekijken dan in de Town Hall met live orgelbegeleiding? Wel, daar had ik eigenlijk wat gemengde gevoelens bij. Het was een schitterende prestatie van de organist om anderhalf uur lang, aan een stuk door te spelen, en hij kreeg een welverdiend applaus op het einde. Maar ik had misschien gehoopt op een wat inventievere soundtrack. De orgelmuziek die nu gespeeld werd, hing wel een beetje met de film samen, maar was toch niet anders dan een soundtrack zoals je op een dvd van een stille film krijgt. Zo was het waarschijnlijk wel authentiek, maar uiteindelijk was het niet zo'n andere ervaring dan thuis de dvd te bekijken. Bovendien kraakte de vloer van de Town Hall nogal veel onder de voeten van de mensen die tijdens de film nog kwamen of al weggingen.</p>
<p>Ach ja. Toch hartelijk dank aan de Light Night organisatie om dit alles mogelijk te maken. En om nog eens laatste avond van gezellig buiten zijn aan te bieden. Vanaf nu wordt het elke avond in de pub zitten, of thuis een dvd'tje kijken... of gaan karten! Gisteren ben ik voor het eerst gaan karten bij <a href="http://www.ppik.net/pole-position-karts/leeds">PPIK</a> in Leeds. 44.0 seconden is geen slechte tijd voor een eerste keer, lijkt mij. Ik heb de smaak te pakken en ga dit jaar profiteren van mijn Driver's Club lidmaatschap. Benieuwd hoever ik mijn tijd nog naar beneden kan krijgen.</p>
]]></content:encoded>
    <pubDate>Tue, 11 Oct 2011 12:19:00 +0000</pubDate>   </item>
   <item>
    <title><![CDATA[Social Network]]></title>
    <guid>http://www.stijnvermeeren.be/2011/9/16/social_network</guid>
    <link>http://www.stijnvermeeren.be/'.2011/9/16/social_network.'</link>
    <description><![CDATA[
Wat zouden we zonder Facebook doen? Facebook is onmisbaar voor het organiseren van feestjes en andere evenementen...]]></description>
    <content:encoded><![CDATA[
<p>Wat zouden we zonder Facebook doen? Facebook is onmisbaar voor het organiseren van feestjes en andere evenementen. Facebook maakt het gemakkelijk om in contact te blijven met een zich over de aardbol uitspreidende vriendenkring. Facebook speelde zelfs een belangrijke rol in de Arabische revoluties. Doch tegelijk is het een gehate, tijdverslindende website, waar publieke, privacy-loze, maar tevens kunstmatige levens geleid worden.</p>
<p>Dat Facebook zowel nuttig kan gebruikt worden, als een tijdverspiller kan zijn, wordt goed geïllustreerd door de <em>groups</em>. De private groep &quot;<a href="http://www.luuhc.com">LUUHC</a> leaders/drivers/committee&quot; is bijvoorbeeld erg nuttig voor het bespreken van alle officiële en officieuze hiking club-gerelateerde zaken. De groepen die echter de hele tijd opspringen, zijn eerder van de aard &quot;als deze groep 1000 leden heeft, verf ik mijn haar blauw&quot;. Of campagne-groepen, à la &quot;Theres no fucking way paper beats rock&quot;. (Beschrijving: <em>&quot;When I play rock/paper/scissors I always choose rock. Then when somebody claims to have beaten me with their paper I can punch them in the face with my already clenched fist and say, oh shit, I'm sorry I thought paper would protect you, dickhead.&quot;</em>) Creatief zijn ze dus wel. Een persoonlijke favoriet is de group &quot;Ceci n'est pas un groupe car ses membres n'ont pas d'inverse.&quot; Met als beschrijving: <em>&quot;Autant je veux bien être l'élément neutre, autant je ne suis pas inversible. Donc ce groupe n'en est pas un.&quot;</em></p>
<p>Nog irritanter kunnen de <em>apps</em> zijn. Hier lijkt het motto te zijn: maak een debiel spelletje, en spam dan ieders <em>muur</em> vol met berichten als &quot;Ik heb net twee varkens gekocht voor mijn boerderij. Wie van mijn vrienden wilt er mij wat magisch varkensvoeder cadeau doen?&quot; Hallelujah.</p>
<p>Een paar maanden geleden heb ik echter, tot mijn eigen verbazing, een boeiende Facebook-applicatie ontdekt: <a href="http://www.facebook.com/apps/application.php?id=67692068407">Social Graph</a>. Social Graph maakt een graaf van al je vrienden, die verbonden worden door een boog als ze ook onderling vriend zijn. Vervolgens doet de app ook een poging om je vrienden in verschillende kringen onder te verdelen. En dat lukt best wel aardig. (Toegegeven: ik heb door mijn buitenlandse studies een abnormaal gefragmenteerde vriendenkring, dat helpt.) Hier is mijn graph van in juni:</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/socialgraph.png" alt="Facebook social graph" /></p>
<p>De schijven met roze achtergrond zijn door de app herkende clusters. De andere cirkels en beschrijvingen heb ik er zelf bij gezet. Een vrij duidelijke groep van CouchSurfers werd niet opgemerkt door de app, en hij maakte een grote cluster van al mijn Cambridge-vrienden, terwijl die toch duidelijk uiteen valt in Darwin College-leden en Part III studiegenoten. Maar voor de rest is het resultaat toch indrukwekkend.</p>
<p>Nu, drie en een halve maand later, heb ik nog eens een graaf laten maken.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/socialgraph2.png" alt="Facebook social graph" /></p>
<p>Iedereen is een beetje in het rond geroerd, maar afgezien daarvan zijn er ook verrassend veel veranderingen. Ik weet niet of het algoritme veranderd is. Misschien wel, want hoe kan je anders verklaren dat er twee (grafentheoretische) bladen eerder wel, en nu niet in de IChO-cluster opgenomen zijn? Maar andere veranderingen zijn te verklaren door het maken van nieuwe vrienden en het verliezen van oude vrienden. Zo is er blijkbaar ruzie gemaakt tussen mijn CouchSurfing-gezelschap van op Terceira. Ook hebben schijnbaar een paar kennissen vanop Darwin College mij <em>ontvriend</em> (no hard feelings, ik zou niet eens weten wie het was) wegens gebrek aan contact (I presume...), zodat de samenhang daar zodanig veranderd is dat Social Graph nu enkel de Part III-cluster aangeduid heeft. Anderzijds zijn er dan weer nieuwe contacten gelegd tussen de ICM 2008-deelnemers. (3 jaar na datum? Blijkbaar toch nog!) Er is ook uit het niets een link gekomen tussen de IChO-deelnemers en Part III.</p>
<p>Weet er iemand meer over het automatisch herkennen van clusters in zo'n vrienden-graaf? Is er een redelijk robuuste definitie van wat een cluster is, of komt het neer op het tweaken van een groot aantal variabelen, totdat je een aanvaardbaar resultaat krijgt?</p>
]]></content:encoded>
    <pubDate>Fri, 16 Sep 2011 22:55:00 +0000</pubDate>   </item>
   <item>
    <title><![CDATA[Dodentocht]]></title>
    <guid>http://www.stijnvermeeren.be/2011/8/26/dodentocht</guid>
    <link>http://www.stijnvermeeren.be/'.2011/8/26/dodentocht.'</link>
    <description><![CDATA[
10000 mensen staan elk jaar in Bornem aan de start van de Dodentocht, een wandeling van 100 km die binnen de 24 uur moet afgelegd worden, zodat er geen tijd is voor slaap of lange pauzes...]]></description>
    <content:encoded><![CDATA[
<p>10000 mensen staan elk jaar in Bornem aan de start van de <a href="http://www.dodentocht.be">Dodentocht</a>, een wandeling van 100 km die binnen de 24 uur moet afgelegd worden, zodat er geen tijd is voor slaap of lange pauzes. Dit jaar stond ik ook aan de start, samen met Andy en Warren die uit Leeds waren afgekomen om de uitdaging aan te gaan. Waarom? Goh. Na 90 km stond er iemand langs het parcours de lijdende wandelaars te treiteren dat we dit <em>vrijwillig, voor het plezier</em> deden. Ons gevoel voor zwarte humor had de 90 km gelukkig nog net overleefd, maar het plezier was al lang verdwenen. Maar plezier is dan ook niet wat je ertoe aanspoort om die pijnlijke laatste 10 km nog af te leggen; dat gaat op pure wilskracht, om toch maar de eigen grenzen te verleggen en zo de zure voldoening van een succesvolle Dodentocht te kunnen proeven. Aldus strompelden we om half negen zaterdagavond over de eindstreep, aangemoedigd door supporters die, al sinds de aankomst opende in de vroege ochtend, staan de applaudisseren, al even onvermoeibaar als de wandelaars zelf. De ananas die iedere wandelaar traditioneel als beloning krijgt aan de aankomst, bleef achterwege wegens een mislukte ananasoogst, en we moesten ons tevreden stellen met een gladiool. Maar ach, dat kon ons al lang niets meer schelen.</p>
<p>23 uur en 5 minuten eerder, op vrijdagavond, stonden we aan de start. Voor de start was er al een probleem bij de bagagedienst, waar je een rugzak kunt afgeven die dan voor jou naar het halfwegpunt en weer terug wordt gebracht. Daar stond echter een gigantische file (schijnbaar hadden ze computerproblemen gehad) en om op tijd aan de start te kunnen staan, heb ik mijn rugzak dan maar niet afgegeven, gelukkig had ik sowieso niet al te veel bij. Het was de enige smet op een voor de rest perfecte organisatie. (Sommige wandelaars hadden problemen met hun tracking-chips, maar daar hadden wij geen enkele last van.) Sowieso stonden we echter redelijk achteraan in het peloton van 10000 wandelaars. Om vooraan te staan moet je er al vele uren op voorhand beginnen aanschuiven. Dat hadden we er niet voor over, maar achteraan staan is wel frustrerend. De Dodentocht startte op één minuut na negen (een minuut stilte voor de wandelaar die vorig jaar was gestorven), maar waar wij stonden gebeurde er juist niets. Na een kwartier begon de massa eindelijk langzaam naar voren te strompelen, en pas een vol half uur na het startschot konden we eindelijk de startlijn overschrijden. En dan zit je nog gevangen in een dicht pak van wandelaars, een pak dat over de volgende 24 uur slechts druppelsgewijs zou uitdunnen. Zelfs in de volgende namiddag, toen vele deelnemers al opgegeven hadden en de rest zich over tientallen kilometers had uitgespreid, zouden we nooit alleen lopen, in tegendeel, er waren weinig momenten waarop we niet minstens 50 andere wandelaars in het zicht hadden. Ik had nooit geweten dat 10000 zó'n groot getal is.</p>
<p>In ieder geval, een goed getimede ziekenwagen, die zicht net voor ons door de wandelaars moest wringen, maakte in de eerste kilometer gedurende een halve minuut handig de baan voor ons vrij, maar in de volgende uren moesten we ons vaak lange tijd aanpassen aan het tempo van de massa. Dat leek frustrerend traag te gaan, maar volgens de telemetrie haalden we hier, ondanks de overweldigende drukte, toch een snelheid van 6,5 km/u, een tempo dat we later niet meer zouden evenaren. Later geraakten Andy, Warren en ik elkaar nog even kwijt, zodat we tijd verloren en nog verder achterin het pak belandden dan voordien. Eerder per toeval vonden we elkaar dan toch terug, en de rest van de Dodentocht deden we helemaal samen.</p>
<p>De eerste 17 kilometer is een <em>plaatselijke</em> lus rond Bornem, langs Weert en Branst. Alle wandelaars zaten hier nog fris, en her en der werden er zuipliederen aangehoffen. Maar de meest fantastische sfeer kwam van langs de kant van de baan. In elk café was er een groot feest aan de gang, waar alle wandelaars met plezier in betrokken werden, al was het maar voor 20 seconden. Ook buurtbewoners spaarden geen moeite en zetten overal privé-discotheken op in hun voortuinen, met uptempo liederen om de wandelaars opgewekt te houden. Bij de doortocht in Bornem was het feest daar ook nog in volle gang. Een vrijwilligster die een oversteekplaats op het parcours bewaakt, klaagde dat iedereen wel medelijden heeft met de wandelaars, maar dat niemand aan haar denkt, zij die daar al uren staat de staan, dat weegt ook best op de beentjes. Tijd om haar te bedanken was er echter niet, er was nog een lange weg te gaan.</p>
<p>Dan verlieten we Bornem, niet echt beseffend dat het 82 kilometer ver is eer we het dorp terug zouden zien, en hoe ver dat echt wel is. De sfeer bleef er nog een tijd goed in zitten, met <em>random entertainments</em>, zoals een fanfare die om twee uur 's nachts, in the middle of nowhere, een nummertje aanzette. Langzamerhand ging de wereld dan toch slapen, en werd het echt nacht. De zaklamp en reflecterende vest, waarop de organisatie aandringt, waren nooit nodig; de wegen waarop 's nachts gewandeld wordt, zijn volledig verkeersvrij, en ook op de niet verlichte stukken zorgden de volle maan en de Vlaamse lichtvervuiling voor voldoende zichtbaarheid. Aan de start werden ook rood licht gevende <em>oortjes</em> uitgedeeld, zodat er voor ons steeds een mooie sliert van rode lichtjes te zien was, die het parcours uitstippelde. (Ik had aan de start geen van die <em>onnozele</em> oortjes aangenomen, maar aangezien je ze gemakkelijk kwijtgeraakt aan dankbare toeschouwers, was mijn terughoudendheid eigenlijk onterecht.) Het echte probleem van de nacht is echter niet praktisch, maar wel psychologisch. Je lichaam vindt het tijd om te gaan slapen, zeker tijdens de laatste uren van de nacht, wanneer het er stil is geworden langs het parcours. Op het stuk tussen Ruisbroek en <em>den Duvel</em> in Breendonk kreeg ik het voor het eerst lastig. De bevoorradingspost in Breendonk (dit jaar aan de Klimax klimmuur, niet in de Duvel zelf) had gelukkig een magische soep, en kort nadien begon het terug licht te worden. Om twintig voor acht kwam ik dan ook met nog redelijk goede moed aan in <em>de Palm</em> (halfweg!) waar een spaghetti bolognese goed smaakte als ontbijt.</p>
<p>In de tweede helft hadden we allemaal onze eigen ups en dows. Met z'n drieën moet je vaak een beetje op elkaar wachten, en we bleven soms langer in de bevoorradingspost plakken dan ik zelf nodig had. Maar uiteindelijk geef je elkaar ook voldoende steun om dat te compenseren. Zelfs zonder een woord te zeggen, gewoon het besef dat je er niet alleen voor staat, en dat je voor de groep de goede moed er moet inhouden, helpt veel. Ikzelf vond bijvoorbeeld tussen Merchtem en Buggenhout een tweede adem (die spaghetti die verteerd werd?), waarmee ik ook Andy en Warren vooruit trok. Daarna probeerde de vermoeidheid eventjes zich meester te maken van mij, maar een erg zware regenbui, rond 1 uur zaterdagmiddag, zorgde feitelijk voor een welgekomen opfrissing. De regen wordt verantwoordelijk gehouden voor het vrij lage aankomstpercentage van deze Dodentocht (58%), maar dankzij goede regenkledij had ik eigenlijk geen last van de regen op zich. Wel was het flink balen dat er in de controlepost van Opdorp, toen de regen op z'n sterkst was, geen enkel schuilplekje te vinden was. En de regen zorgde er ook voor dat een aantal onverharde paden werden omgetoverd in erg moeilijk begaanbare modderbaden, die extra eisen stelden aan onze zo al erg lege energievoorraden.</p>
<p>Nog een nadeel van de regen was dat er nogal weinig toeschouwers langs de kant van de baan stonden. Natuurlijk zal je op zaterdag nooit zo'n sfeer krijgen als op vrijdagavond, wanneer het hele peloton nog bij elkaar zit. Maar een beetje extra aanmoediging had geen kwaad gekund, om de eindeloze zaterdag door te komen. Want hier wordt je je er echt van bewust hoe lang een kilometer eigen wel is, laat staat 100 ervan. Al maar goed dat er niet om de kilometer borden staan met de afgelegde afstand, dat zou pas ontmoedigend werken.</p>
<p>Zo kregen de voeten blaren, de spieren doen pijn, maar we moesten gewoon verder wandelen. Veel gepraat werd er niet meer. Een babbel zou wel deugd doen, maar je bent gewoon te vermoeid om nog nieuwe gespreksonderwerpen te verzinnen, laat staan om de moeite te doen om met wildvreemde deelnemers een gesprek aan te knopen, hoewel je toch vaak dezelfde gezichten voorbij wandelt: mensen die iets trager wandelen maar minder lang in de checkpoints spenderen, of andersom. Het lijkt alsof je je benen vooruit aan het slepen bent en dat je geen enkele vooruitgang meer maakt, maar uit <a href="http://tracking.dodentocht.be/?s=2598">de tracking</a> blijkt tocht dat we ook op het einde nog een zeer respectabele snelheid haalden van 4,5 km/u. (Normaal gezien was er na elke scanning ook een bevoorradings- en rustpost, zodat de snelheden van de tracking niet altijd indicatief zijn, maar in de laatste post was de scanning achter de bevoorrading, zodat het laatste traject de werkelijk gewandelde snelheid aangeeft, en die was 4,6 km/u.) Ongelofelijk hoe je als wrak toch nog zo'n snelheden kunt aanhouden.</p>
<p>Aangekomen! Gladiool in de hand, en ook een diploma, een medaille, een speciaal voor de Dodentocht gebrouwen flesje bier... En een uitnodiging voor volgend jaar. <em>Nóg een Dodentocht, auw, neen, zo zot ben ik niet.</em> Maar moet je weten, nu, al schrijvend over mijn ervaring, begint het alweer te kriebelen. Eigenlijk was het toch wel een fantastische 24 uur, niet? Of is mijn geheugen hier wel heel selectief te werk gegaan?</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/dodentocht1.jpg" alt="Na de Dodentocht" /></p>
<p>Eens de eindstreep gepasseerd, moet het plots niet meer, mag er gestrompeld worden aan een slakkengang richting pendelbus, die ons naar de parking bracht.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/dodentocht2.jpg" alt="Na de Dodentocht" /></p>
<p>Mama was gelukkig afgekomen om het stuur te nemen, zodat wij al in de auto rustig konden slapen. Nog geen seconde waren we ingestapt, of het begon pijpenstelen te regenen. Daar waren we gelukkig nog net aan ontsnapt!</p>
<p>De volgende dagen waren Andy en Warren nog te gast bij mij in Aarschot, waar we konden recupereren en de toerist uithangen. Een hoogtepunt was de zeer geslaagde kaarsjesverlichting:</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/dodentocht3.jpg" alt="Sint-Rochusverlichting Aarschot" /></p>]]></content:encoded>
    <pubDate>Fri, 26 Aug 2011 12:27:00 +0000</pubDate>   </item>
   <item>
    <title><![CDATA[Reisverslag Spanje]]></title>
    <guid>http://www.stijnvermeeren.be/2011/8/20/reisverslag_spanje</guid>
    <link>http://www.stijnvermeeren.be/'.2011/8/20/reisverslag_spanje.'</link>
    <description><![CDATA[
Logic Colloquium in Barcelona! Daar keek ik eerlijk gezegd meer naar uit dan naar Sofia...]]></description>
    <content:encoded><![CDATA[
<p>Logic Colloquium in Barcelona! Daar keek ik eerlijk gezegd meer naar uit dan naar Sofia. Spaanse zon en een opwindende stad. Bovendien had ik ook nog anderhalve week vakantie genomen om na de conferentie nog Madrid te bezoeken en beetje de Pyreneeën in te trekken.</p>
<p>De conferentie zelf vond plaats midden in de oude stad van Barcelona. Met drie andere studenten had ik een kamer in een jeugdherberg gereserveerd, boven de drukke Gran Via de les Corts Catalanes. Na het fantastische appartement dat we vorig jaar tijdens het Logic Colloquium in Parijs gehuurd hadden, viel deze jeugdherberg een klein beetje tegen. De kamer was een beetje zo-zo, en ik geraakte zelfs een keer opgesloten in de badkamer omdat de deurklink het begeven had! 's Nachts had je de keuze tussen een kokende hitte, of de ramen opzetten en het nooit afnemende lawaai van de Gran Via binnenlaten... Enig pluspunt: het uitzicht vanuit onze kamer op de vijfde verdieping was wel de moeite waard!</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/fotos/barcelona/panorama_vanuit_onze_kamer.jpg" alt="Gran Via Barcelona panorama" /><br /><a href="/download/panorama/barcelona_granvia.jpg">Bekijk een grotere versie van dit panorama</a>.</p>
<p>Veel van mijn mede-conferentiegangers noemden Barcelona een van hun favoriete steden op aarde. Ik was echter een beetje teleurgesteld, al bij al. De historische Ciutat Vella is (zeker in juli) zo overrompeld met toeristen dat je er niet kunt ademen, en in de weinige meer verlaten straten van El Raval, wordt je zelfs om 2 uur 's namiddags lastig gevallen door agressieve hoeren. Het schaakbordpatroon van de omliggende Eixample-buurt is dan weer eindeloos en veelal oninteressant.</p>
<p>Erg vriendelijk is de stad ook al niet. De bediening in restaurants kwam soms neer op het volledig verwaarlozen van de klanten. En in een supermarkt was ik bijna 20 euro kwijt. Ik had de kassier een briefje van 20 euro gegeven, waarop hij vroeg of ik kleiner geld had, wat ik hem inderdaad kon geven, maar mijn briefje van 20 euro kreeg ik niet terug! Vervolgens moest ik een gans kwartier wachten, terwijl ze hele kassa telden, waaruit natuurlijk bleek dat ik gelijk had, voordat ik mijn 20 euro terugkreeg, en dan nog kreeg ik geen verontschuldiging te horen... Nog een voorbeeld: op straat liep een vrouw met de rits van haar rugzak wijd open. Ik stopte haar om haar ervan bewust te maken. Zij gromde enkel &quot;no problem!&quot;, liet haar rugzak wagenwijd open en was duidelijk boos op mij omdat ik haar staande gehouden had!</p>
<p>Maar de toeristen laten zich er niet door afschrikken. Elke dag staat er op de Plaça de Catalunya een wachtrij van 400 (!) mensen aan de halte van de Bus Turistic, en aan de andere kant van het plein een nauwelijks kortere wachtrij voor het instappen van de Barcelona City Tour bussen... Je moet wel een erg hopeloos geval zijn om een uur te gaan aanschuiven om een plaatsje te krijgen op een veel te dure toeristenbus! Zeker aangezien het T-10 ticket van de metro zo goedkoop is, en daarmee geraak je even goed tot bij alle toeristische attracties.</p>
<p>Onder die attracties zitten zeker een aantal hoogtepunten. De werken van Antoni Gaudí bijvoorbeeld, tenminste als je de massa's toeristen kunt vermijden. Want in Casa Milà (La Pedrera) en in het Park Güell moest ik mezelf zo tussen de andere toeristen wringen, dan ik echt niet van de architectuur kon genieten. Leuke anekdote over mijn bezoek aan Park Güell trouwens: ik was op goed geluk richting het park aan het lopen, maar de weg die ik genomen had liep plots dood op de rug van een heuvel, met onder mij een steile, ontoegankelijke helling van 30 meter hoogteverschil. Een half overgroeid padje, langs de achterkant van enkele huizen, volgde de heuvelrug nog in de juiste richting, dus ik probeerde dat padje maar te volgen. Na 150 meter liep het echter dood op een hoge muur, zodat ik moest terugkeren. Toen ik terug op het einde van de doodlopende straat was, zag ik de gele fluovest van een politieagent tussen de struiken de helling opklauteren, reeds voor twee derde boven. Beneden aan de onderkant van de helling stond nog een politieagent in mijn richting naar boven te staren. Die hadden mij ongetwijfeld het overgroeide padje op zien lopen, en de zaak niet vertrouwd, maar ik was weer weg alvorens ze me konden aanspreken. Ocharme die agent die al het merendeel van de helling was opgeklauterd, die moet gevloekt hebben!</p>
<p>Enfin, terug over Gaudí's werken. Als je er op het juiste moment bent, kan je ze wel in kalmte bewonderen. Tijdens mijn bezoek aan Casa Batlló, in de ochtend, was het aangenaam kalm, al probeerde de audiogids de gemoederen wel wat te verhitten door elk kleinste hoekje van het huis op te hemelen als de uiterste perfectie en uniek ter wereld. En Colònia Güell was zelfs volledig verlaten, op een aantal plaatselijke spelende kinderen na. Colònia Güell, net buiten Barcelona, werd in 1890 opgezet door textiel-industrieel Eusebi Güell, als model-fabrieksgemeenschap, met goede voorzieningen en levensomstandigheden voor de arbeiders. Een soort van Catalaanse versie van Saltaire dus. De motivatie van Eusebi Güell was niet helemaal altruïstisch: de bedoeling was ook om zijn arbeiders in een gecontroleerde omgeving te hebben, geïsoleerd van de marxistische bewegingen in de grootstad. De rol van vrouwen in Colònia Güell was blijkbaar ook nogal middeleeuws. In ieder geval: Eusebi Güell was een groot mecenas voor architecten (ook Park Güell is naar hem genoemd), zodat er in Colònia Güell heel wat speciale architectuur te vinden is, met name de kerk van Antoni Gaudí, waarvan helaas alleen de crypte gebouwd is. Colònia Güell heeft bovendien een boeiend, modern bezoekerscentrum, met een gratis glas schuimwijn voor elke bezoeker (!), dus het is ideaal om even te ontsnappen aan de drukte Barcelona zelf.</p>
<p>Dan is er natuurlijk nog de Sagrada Família, het magnum opus van Gaudí. Daar moesten we 20 minuutjes aanschuiven aan de ingang, maar eens binnen was het er rustig genoeg voor een aangenaam bezoek. Ondertussen is het 129 jaar gelden dat de bouw is gestart, dus je zou niet verwachten dat er in de acht jaar sinds mijn vorig bezoek veel veranderd zou zijn. Maar wat een verschil! Ik herinner me een eerder duistere bouwwerf waar je tussen de stellingen door moest manoeuvreren. Ondertussen is het dak er echter volledig op, en het interieur is afgewerkt, op een aantal bijkomende orgels en glasramen na. Binnenin is de Sagrada Família nu een mooie, heldere, fascinerende kerk! Vorig jaar werd de kerk overigens reeds tot basiliek gewijd door paus Benedictus XVI. De Sagrada Família is absoluut een nieuw bezoek waard, als het reeds een aantal jaar geleden is dat je er nog geweest bent.</p>
<p>En dan zijn er nog wel een aantal stukjes Barcelona waar ik van hou. De indrukwekkende Cascada-fontein in het Parc de la Ciutadella bijvoorbeeld. Die is ontworpen door Josep Fontsère, maar men aarzelt niet om in veel grotere letters te schrijven dat Gaudí ook enkele details aan de fontein heeft toegevoegd. Ach wat, de fontein verdient wel een beetje meer bekendheid. Verder is er het uitzicht vanop het dak van de Arenas, een vroegere arena voor stierenvechten die recent omgevormd werd tot cinema en winkelcentrum, nu stierengevechten in Catalunya vanaf begin volgend jaar volledig verboden zullen zijn. Barcelona heeft vrijwel geen skyline, zodat uitzichten nogal kunnen tegenvallen, maar de Arenas bevindt zich vlak boven de Plaça d'Espanya, met uitzicht op de magische fontein en het Museu Nacional d'Art de Catalunya, zodat er hier vanop het dak altijd wel wat te zien valt.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/fotos/barcelona/placa_d_espanya_vanop_het_dak_van_de_arenas.jpg" alt="Arenas Barcelona" /><br />Uitzicht vanop de Arenas.</p>
<p>Een laatste pluspunt aan Barcelona is het aanbod aan live-muziek, in bars en in open lucht. Een van de beste evenementen is zonder twijfel <a href="http://www.salamontjuic.org/">Sala Montjuïc</a>: een combinatie van picknick, muziekoptreden en een topfilm in de tuin van de kasteel van Montjuïc, drie keer per week in de ganse maant juli. Een schitterend concept, al was het niet evident om een <a href="http://www.imdb.com/title/tt1360860/">Iraanse film</a> met Spaanse ondertitels te kunnen volgen... En reken niet al te hard op het openbaar vervoer om achteraf thuis te geraken...</p>
<p>Vanuit Barcelona trok ik dan, aan 300 km/u in de erg comfortabele hogesnelheidstrein, naar Madrid. En weet je wat: ik geef de voorkeur aan Madrid. Niet overrompeld door toeristen. Een echt koninklijk paleis. Een mooie kathedraal, die overigens pas vrij recent, in 1993, is afgewerkt, na meer dan 100 jaar constructie. (Wees wel gewaarschuwd dat het uitzicht vanaf de koepel lang niet zo spectaculair is als men doet uitschijnen.) En dan is er het stadspark, El Retiro. Barcelona heeft geen enkel fatsoenlijk park: Parc Güell is platgelopen door toeristen, in Montjuïc moet je je door lelijke stukjes met druk verkeer begeven, om aan de mooiere stukjes te geraken, en Parc de la Ciutadella was een grote modderpoel nadat het eerder twee druppels geregend had. Madrid doet het véél beter. Parque del Buen Retiro, of kortweg El Retiro: dat is pas een stadspark! Uitgestrekt genoeg om de grootstad volledig te vergeten, maar toch nog klein genoeg om een gezellige drukte te geven. Perfect onderhouden, met vijvertjes, monumenten, een groot meer met bootjes, enkele paleisgebouwen die als musea dienst doen... In het Palacio de Cristal was er zelfs een grote glijbaan voor volwassenen opgezet: <em>minimum</em> leeftijd, 14 jaar! De glijbaan was eigenlijk het kader van een <a href="http://www.youtube.com/watch?v=6D4WEiA0ugw">breed uitgedacht kunstwerk van de Bosnische kunstenares Maja Bajevic</a>. Maar natuurlijk ging iedereen gewoon recht voor de glijbaan, zonder aandacht te hebben voor het eigenlijke kunstwerk...</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/fotos/madrid_toledo_el_escorial/el_retiro_glijbaan.jpg" alt="El Retiro glijbaan" /></p>
<p>Dan heb ik het nog niet eens gehad over de musea van wereldklasse die in Madrid te vinden zijn. De drie bekendste musea, die samen de <em>Triángulo del Arte</em> vormen, zijn het Prado, het Thyssen-Bornemisza museum, het het Reina Sofia museum. Het Prado is het meest klassieke museum, met werken vanaf de oudheid tot en met de 19e eeuw. Hoogtepunten zijn dé topwerken van Velázquez en Goya. De Spaanse invloed in de lage landen in de 16e en 17e eeuw heeft ook zijn weerslag in het Prado, met onder andere Peter Paul Rubens en enkele verbluffende werken van Hieronymus Bosch. Het Thyssen-Bornemisza museum bezoek je misschien beter niet vlak na het Prado, want dan valt wel op dat de kwaliteit van de werken hier over het algemeen toch net iets lager is. Maar er zijn zeker ook topwerken in het Thyssen-Bornemisza museum, zoals van impressionisten Monet, Renoir en Pissarro, fauvist Derain, en mijn persoonlijke favoriet: het fantastische <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Dream_Caused_by_the_Flight_of_a_Bee_Around_a_Pomegranate_a_Second_Before_Awakening">&quot;Dream Caused by the Flight of a Bee Around a Pomegranate a Second Before Awakening&quot;</a> van Salvador Dali. Het Reina Sofia museum tenslotte gaat voluit voor de moderne kunst. De grootste publiekstrekker hier is ongetwijfeld Picasso's ernorme doek &quot;Guernica&quot; (7,8 meter bij 3,5 meter groot!) en de bijhorende voorstudies en gerelateerde werken, zoals een boeiende reeks foto's die de evolutie van &quot;Guernica&quot; tijdens het schilderen tonen. Maar de collectie van Reina Sofia is erg gevarieerd, met ook een aantal videoprojecties (zoals Buñuel en Dalí's &quot;Un Chien Andalou&quot;, mijn stille komedie-held Buster Keaton met &quot;One Week&quot;, en Hitchcock's meesterwerk &quot;Rear Window&quot;) en tijdens mijn bezoek een boeiende tijdelijke tentoonstelling van de Japanse kunstenares Yayoi Kusama.</p>
<p>Er is ook vanalles te zien in de omgeving van Madrid. In een straal van slechts 100km rond de stad zijn er zes UNESCO werelderfgoed-sites, elk een eenvoudige daguitstap vanuit Madrid. Ik had slechts de tijd om twee ervan te bezoeken: Toledo en El Escorial.</p>
<p>Toledo bloeide als stad onder de Arabische overheersing in het eerste milennium, en was ook nog een tijd lang hoofdstad van het koninkrijk van Castilië (de voorloper van het huidige Spanje) nadat de Arabieren waren buiten gejaagd. De oude stad is pittoresk gelegen op een heuvel, langs drie kanten omringd door de rivier Taag, die er nog een lange weg te gaan heeft tot haar monding in Lissabon. De oude stad is gevuld met smalle, kronkelende straatjes en historische gebouwen. Het kuieren is er echter ongewoon inspannend, wegens de onvermijdelijke steile hellingen. Het bekendste gebouw is waarschijnlijk de hoog aangeschreven Catedral Primada Santa María de Toledo, maar het bezoek aan die kathedraal viel mij flink tegen. Toegegeven, de kathedraal bevat een kunstcollectie van onschatbare waarde, maar die lijkt er opgesloten te zitten als in een gevangenis: in duisternis en achter dikke tralies... Sommigen lijken juist van die sfeer te houden, maar het is niet mijn ding. Nog een tip voor de Toledo-bezoeker: vanaf de toren van de Iglesia de los Jesuitas heb je een mooi uitzicht over de stad. Die jezuïetenkerk werd 1765 afgewerkt, na 136 jaar constructie. Amper twee jaar later joeg Carlos III alle jezuïeten weg uit Spanje. Da's balen!</p>
<p>El Escorial werd op de kaart gezet in de 16e eeuw, op het hoogtepunt van het Spaanse Rijk. Koning Filips II bouwde er een klooster/paleis/kasteel/bibliotheek/mausoleum/... dat de grootsheid van zowel de koninklijke familie als van de katholieke kerk moest aantonen. Dat is aardig gelukt. Een bezoek aan El Escorial kent vele hoogtepunten. De Sala de las Batallas is een gang met een formidabele 60 meter lange militaire muurschildering, geschilderd alsof het eigenlijk een wandtapijt is! Het mausoleum is de rustplaats van de meeste Spaanse vorsten van de afgelopen eeuwen, net als hun eega's, en er is ook een pantheon van jonggestorven prinsen. Verder is er een kamer waar tientallen 16e eeuwse kaarten ophangen, waaronder ook een kaart van Brabant (erg gelijkend op <a href="http://www.bhic.nl/site/pagina.php?id=12799&amp;scherm=groot&amp;modus=resultaat&amp;miview=ldt&amp;mivast=235&amp;mizig=315&amp;miadt=235&amp;milang=nl&amp;misort=last_mod|desc&amp;mif2=Jacob+van+Deventer">deze</a> en <a href="http://opteron1.kbr.be/cgi-bin/opac.cgi?P0=FKBR&amp;P1=1_JAN&amp;P9=&amp;P5=20&amp;P4=&amp;P2=6&amp;P3=R_BBH&amp;P6=66_1430238">deze</a>) van <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Jacob_van_Deventer">Jacob van Deventer</a>, de koninklijke geograaf van Filips II, die in die tijd ook over de Nederlanden heerste. De kaart heeft het oosten naar boven, en vermeldt dorpen zoals Aerschot, Nieurode, Beteken, Rillaer, Langd., Meßelbroeck, Meerl, Minderhout en Hoochstraeren, en nabij Bruessel bevindt zich het Soenienbosch! De ingangen van die kaartenkamer zijn deuren met magnifiek fijn houtsnijwerk, gemaakt in Augsburg in Duitsland. Het bezoek aan El Escorial eindigt tenslotte in de basiliek, waar een prachtig altaarstuk pronkt; misschien iets minder uitzonderlijk op zich dan de &quot;Transparente&quot; van de kathedraal van Toledo, maar in El Escorial is het altaarstuk tenminste niet opgesloten in duisternis en achter tralies.</p>
<p>Daarmee zat Madrid er al op. Ik trok terug richting Barcelona, en vervolgens dieper Catalunya in, tot in La Seu d'Urgell, dicht bij de grens met Andorra. Ik was al langer geïnteresseerd om eens een <em>via ferrata</em> uit te proberen, een de Catalaanse Pyreneeën hebben een aardig aanbod aan via ferrata's. <em>Via ferrata</em>, of <em>Klettersteig</em> op z'n Duits, is een klimroute die volledig voorzien is van staalkabels, kettingen en ijzeren trappen, zodat je met relatief weinig materiaal en klimervaring toch zeer spectaculaire rotswanden kunt beklimmen. Via CouchSurfing had ik enkele Catalanen opgespoord die wel samen met mij wilden gaan klimmen, en zo begon ik meteen met de <a href="http://www.deandar.com/ferratas/via-ferrata-regina">Via Ferrata Regina</a>, een van de langste en moeilijkste ferrata's van Catalunya. Mijn CouchSurfing host had erg veel vertrouwen in mij, om mij meteen op zo'n zware via ferrata mee te nemen, maar oh, wat was ik er blij mee! Voor mij bleek het niveau perfect: uitdagend maar doenbaar. En de spectaculaire uitzichten zijn niet te missen. Via ferrata is helemaal mijn ding. Moeilijk uit te leggen wat me er juist in aanspreekt. Het moet een soort van hoogteliefde zijn (als antoniem van hoogtevrees).</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/fotos/catalunya_outdoors/via_ferrata_regina_3.jpg" alt="Via ferrata Regina" /><br />Via ferrata Regina.</p>
<p>In ieder geval, de volgende dag deed ik alweer een <a href="http://www.deandar.com/ferratas/via-ferrata-roques-empalomar">andere, kleinere ferrata</a>, en ik wilde er graag nog een derde gaan doen in Montserrat, maar daar had ik geen klimpartners meer ter beschikking. Montserrat verkende ik dan maar al wandelend. Montserrat is een relatief laag maar wild gebergte, dichter bij Barcelona gelegen dan bij de eigenlijke Pyreneeën. De hoogste piek van Sant Jeroni is 1236 meter boven zeeniveau. Montserrat is vooral bekend omwille van het klooster, hoog en ontoegankelijk gelegen tussen rotsen die ik niet anders kan beschrijven dan als gigantische fallussen. Om de duizenden toeristen en pelgrims, die elke dag het klooster komen bezoeken, de berg op te brengen, is er zo'n wirwar van kabelbanen en bergtreinen aangelegd dat je er nog verloren tussen loopt. Het klooster mag dan wel spectaculair gelegen zijn, maar er heerst dezelfde verstikkende drukte als in het midden van Barcelona. Er stond een lange rij voor de ingang van het klooster, dus ik zocht maar meteen de wandelpaden op, maar zelfs die waren even druk belopen als de Ramblas, en net zoals de Ramblas vooral door puffende toeristen in teensletsen. Enkel in de buurt van Sant Jeroni was het een klein beetje kalmer, maar geef mij toch maar de wandeling van de dag tevoren, in de buurt van Berga. Daar zag ik de ganse dag bijna geen levende ziel, en kon ik in rust genieten van de krachtige natuurtaferelen van de Pyreneeën, zoals deze pietluttige sparrenboom, die koppig op een veel grotere rots groeide, en wiens volhardende worteltjes zowaar de rots in stukken hebben gespleten! Wat een kracht zit er in zo'n worteltjes, ongelofelijk!</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/fotos/catalunya_outdoors/boompje_vs_rots_1-0.jpg" alt="Boompje vs rots" /><br />Boompje vs. rost: 1-0.</p>
<p>Zo was ik aan mijn laatste nacht toe in Spanje, die ik doorbracht in jeugdherberg <a href="http://www.alberguinn.com/">Alberguinn</a> in Barcelona. Dit was reeds het vierde hostel dat ik aandeed in Barcelona. Het werd veruit de beste ervaring van al. Met een gitaar, enkele uitstekende zangers en mijn mondharmonica hebben we de hele nacht muziek zitten maken, eerst in de jeugdherberg zelf en daarna in een nabijgelegen bar. Een fantastisch einde aan het geslaagde vakantie.</p>
<p>De volgende ochtend, in de luchthaven van Barcelona, bij de paspoortcontrole voor het betreden van de security check, stond een vrouw die iedereen in de eigen taal begroette. Catalaans, Spaans, Duits, Grieks. Ik was benieuwd of ze raad zou weten met mijn Belgische identiteitskaart, maar jawel, met een halve blik had ze al mijn naam als Vlaams herkend en er volgde, met een accent maar zeer goed verstaanbaar: &quot;Goedemorgen, rechtdoor alstublieft&quot;. Straffe kost. Een minuut later zou ik mij in de internationale zone bevinden, maar op het laatste nippertje heb ik dus toch nog een vriendelijke Barcelonees gevonden!</p>
]]></content:encoded>
    <pubDate>Sat, 20 Aug 2011 23:02:00 +0000</pubDate>   </item>
   <item>
    <title><![CDATA[Случаят Алцхаймер]]></title>
    <guid>http://www.stijnvermeeren.be/2011/8/2/</guid>
    <link>http://www.stijnvermeeren.be/'.2011/8/2/.'</link>
    <description><![CDATA[
Drie keer Sofia bezoeken in vier jaar? Het is een beetje te veel van het goede, zeker aangezien Sofia niet meteen een stad is waar eindeloos veel te bezoeken is...]]></description>
    <content:encoded><![CDATA[
<p>Drie keer Sofia bezoeken in vier jaar? Het is een beetje te veel van het goede, zeker aangezien Sofia niet meteen een stad is waar eindeloos veel te bezoeken is. Maar de conferentie Computability in Europe vond er plaats, en ik kon er mijn werk komen presenteren, dus maakte ik maar het beste van weeral een week in Bulgarije.</p>
<p>Zo had ik voordien de kerk van Boyana nog niet bezocht, een kerk die nochtans UNESCO werelderfgoed is. Dat moest rechtgezet worden, dus nu nam ik wel de tijd om naar Boyana, een buitenwijk van Sofia, te trekken. Het kleine kerkje dankt zijn status aan de 13e eeuwse fresco's, geschilderd over een onderliggende laag van 11e eeuwse fresco's. De fresco's bedekken de hele binnenkant van de kerk, muren en plafond. Zo heeft het kerkje iets van een miniatuur pre-renaissance Sixtijnse Kapel. Boeiend, maar ook erg klein, zodat de busrit naar Boyana meer tijd in beslag neemt dan het bezoek zelf.</p>
<p>Ook had ik nog een dag vrij om te gaan wandelen op de Vitosha-bergketen, die boven Sofia uittorent. Ik had op voorhand de online routeplanner van de stad Sofia gebruikt om te zien welke bus ik moest nemen richting de skilift, die ook in zomerweekends werkt om wandelaars de berg op te brengen. Maar die routeplanner (toegegeven: nog in beta-versie) was een grote leugen, en de bus reed helemaal niet richting skilift. Maar zolang de bus bergop reed, bleef ik maar zitten, en zo vond ik mij uiteindelijk aan het begin van de &quot;gele&quot; wandelroute die Vitosha beklimt. Daar begon ik dan maar aan.</p>
<p>Na een zwaardere wandeling dan gepland, kwam ik dan uit bij Zlatnite Mostove, een van de bekendste voorbeelden van een &quot;stone run&quot; ter wereld. De eindeloze stapels van <em>boulders</em> zijn heerlijk om over te klauteren. Hier kwam ik een Bulgaars koppel tegen, die mij iets in het Bulgaars vroegen. Ik kon niet meer doen dan &quot;English?&quot; te uiten, maar dat hielp ook niet. Toen begon de jongen Italiaanse woorden te gebruiken in een poging mij het verzoek duidelijk te maken of ik een foto van hen zou willen nemen. Daar pikte ik snel op in: &quot;Parli italiano?&quot; Bleek dat zij een tijd lang in Napels gewoond hadden! Een uitgebreid gesprek in het Italiaans volgde. Zo zie je maar hoe talenkennis soms in onverwachte omstandigheden nuttig kan zijn.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/fotos/2011/stijn_op_zlatnite_mostove.jpg" alt="Zlatnite Mostove" /><br />Zlatnite Mostove</p>
<p>Bulgaars spreek ik echter totaal niet, wat soms een beetje moeilijk is. Zo verbleef ik net als twee jaar geleden in een studentenresidentie in Studenski Grad, de studentenbuurt van Sofia. Daar kende ik mijn weg dus al een beetje, en ik had er ook mijn favoriete bakkerij om 's ochtends te ontbijten. De eerste twee dagen werkte het woord &quot;café&quot; zonder problemen om een kopje koffie te krijgen. De derde dag volgde er op mijn &quot;café?&quot; echter een lange, onverstaanbare Bulgaarse vraag. Toen ik daarop mijn schouders ophaalde, volgden er nog meer Bulgaarse woorden, doch geen koffie. Ik antwoordde dan maar op goed geluk &quot;da&quot;, waarop ik dezelfde koffie kreeg als de twee dagen ervoor, maar wel voor twee keer de prijs...</p>
<p>De communicatie met Bulgaren wordt nog extra moeilijk gemaakt door hun gewoonte om bevestigend het hoofd te schudden, en te knikken wanneer ze &quot;neen&quot; zeggen. Bijzonder verwarrend, zeker wanneer je juist helemaal afhankelijk bent van zulke gebaren om te communiceren...</p>
<p>Die gekheid maken de Bulgaren echter goed met hun liefde voor alles Belgisch: niet alleen hoor je Kate Ryans versie van Désenchantée nog steeds vier keer per dag op de radio, ook was ik op een avond aan het zappen en; hé, da's Jan Decleir! Een Bulgaarse zender toonde De Zaak Alzheimer met Bulgaarse ondertitels. België boven!</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/fotos/2011/de_zaak_alzheimer_op_bulgaarse_tv.jpg" alt="De Zaak Alzheimer met Bulgaarse ondertitels" /></p>]]></content:encoded>
    <pubDate>Tue, 02 Aug 2011 22:40:00 +0000</pubDate>   </item>
   <item>
    <title><![CDATA[Rökkurró en Warpaint, London en Haute-Normandie, Joan Miró en Ayrton Senna...]]></title>
    <guid>http://www.stijnvermeeren.be/2011/6/22/rokkurro_en_warpaint_london_en_haute-normandie_joan_miro_en_ayrton_senna</guid>
    <link>http://www.stijnvermeeren.be/'.2011/6/22/rokkurro_en_warpaint_london_en_haute-normandie_joan_miro_en_ayrton_senna.'</link>
    <description><![CDATA[
Tijd voor een korte opsomming van wat ik de afgelopen twee maanden zoal heb uitgespookt, na mijn terugkeer uit de Verenigde Staten dus, voordat het allemaal voorgoed in de vergetelheid beland....]]></description>
    <content:encoded><![CDATA[
<p>Tijd voor een korte opsomming van wat ik de afgelopen twee maanden zoal heb uitgespookt, na mijn terugkeer uit de Verenigde Staten dus, voordat het allemaal voorgoed in de vergetelheid beland.</p>
<p>Op 16 april ging ik naar het concert van de IJslandse band <strong>Rökkurró</strong> in de Witloof Bar van de Botanique in Brussel (<a href="http://www.flickr.com/photos/mattnewby1985/5632520734">bewijsmateriaal</a>). Hun debuutalbum &quot;Það Kólnar í Kvöld&quot; was, met dank aan Reykjavík-Erasmusser Jan, een van de cd's die we meehadden in de huurauto tijdens de IJsland-reis die ik samen met Bert en Erik deed in april 2010. Alledrie waren we zo verliefd op Rökkurró geworden, dat we nu van het Botanique-concert een kleine reünie maakten. Rökkurró was nu hun tweede album &quot;Í annan heim&quot; aan het promoten. Dit album heeft een wat duisterdere sfeer dan het debuutalbum, maar is daarom niet minder mooi. Live kwam alles zeer goed over: de stem van zangeres Hildur Kristín Stefánsdóttir is simpelweg betoverend. Enkele favorieten uit het debuutalbum passeerden de revue, maar meerderheid van de nummers kwam uit het nieuwe album. Daaronder was ook een primeur: een gloednieuwe live-versie van &quot;Svanur&quot;, waarover de band nogal onzeker leek, maar die een van de hoogtepunten van het concert was. Je kon achteraf niemand vinden in het publiek die geen fan was geworden van Rökkurró en de merchandise-stand had dan ook goed te doen. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om beide albums van de band, die anders onvindbaar zijn, aan te schaffen.</p>
<p>Een maand later, terug in Leeds, had ik de gelegenheid om nog een van mijn favoriete bands van het moment aan het werk te zien: <strong>Warpaint</strong>, een meiden-viertal uit Los Angeles die <em>progressive art-rock</em> maken (whatever that means) en wier album &quot;The Fool&quot; wat mij betreft hét debuut van 2010 was. Toen ik in december Warpaint ontdekte, moest ik tot mijn frustratie vaststellen dat ik net een optreden van hen in de Brudenell Social Club had gemist. De Brudenell Social Club is een van de hipste concertzalen van Leeds en is een plek waar je wel vaker bands aan het werk kunt zien, vlak voor hun grote doorbraak. Met Warpaint was ik er helaas te laat bij. Maar de Sint kwam vroeg dit jaar, want Warpaint kwam na nauwelijks een half jaar al terug naar Leeds, nu in de grotere zaal van de Leeds Met Student Union. Voorprogramma was de Nieuw Zeelander Connan Mockasin en zijn groep, die enkele sterke The Cure-achtige gitaarlijnen brachten, maar voor de rest was het een bevreemdende kakofonie. Even kreeg ik hoop toen er een traditioneel opgesmukte Japanse dame op het podium verscheen, maar in plaats van geschifte <em>chants</em> te doen à la Satomi Matsuzaki van Deerhoof, deed deze Japanse niet meer dan met haar waaier zwaaien, en af en toe ongeïnspireerd op een houtblokje kloppen. Maar dan Warpaint, dat was wel de moeite! De hele zaal werd volledig in de ban geslagen door het intense optreden van de vier straffe dames, en door de unieke, intrigerende muziek die zij creëren. Naar het einde van het optreden toe viel de frisse wind een klein beetje stil, en werd duidelijk dat Warpaint nog een beginnende band is met een beperkt repertoire, dat tijdens het optreden misschien een beetje te lang werd uitgerekt. Over de genialiteit van dat repertoire kan echter geen twijfel bestaan, en dankzij een verbluffende bis-ronde met onder andere een intieme solo-versie van &quot;Baby&quot;, kreeg Warpaint op het einde een welverdiend overweldigend applaus.</p>
<p>Eind mei ging ik naar <strong>Londen</strong> voor een reünie met vijf klasgenoten van mijn jaar in Cambridge, waaronder ook twee huisgenoten van in Darwin College. Dat was ook het weekend van de Champions League finale, en dat heb ik geweten. Zaterdag rond de zessen was ik met de Underground op weg naar een pub om met de anderen de wedstrijd te bekijken. Bij het overstappen in Baker Street volgde ik braaf de aanwijzingen voor <em>Hammersmith & City Eastbound</em>. Zo kwam ik terecht op een perron waar ik in een trein geleid werd, die propvol was met zingende Manchester United supporters. Die trein bleek een Metropolitan Line trein te zijn, die mijn ontvoerde richting Wembley, helemaal de verkeerde kant uit. Aldus moest ik me in het volgende station door een bende grote, ruige, reeds half-dronken United-supporters wringen om uit de wagon te geraken... Was ik zelf naar de match onderweg geweest, dan had ik ongetwijfeld van de sfeer genoten, maar nu in mijn <em>help-waar-ga-ik-nu-heen?</em>-paniek was er weinig leuks aan.</p>
<p>Eerder die dag was ik in <strong>Windsor</strong> de toerist gaan uitgangen, oorspronkelijk met het idee om het koninklijk kasteel te gaan bezoeken, maar aangezien er nogal aan wachtrij stond voor de ingang, ging ik eerst maar wat wandelen in het Windsor Great Park. Uiteindelijk wandelde ik zo lang dat het bezoek aan Windsor Castle er niet meer van is gekomen. Opmerkelijkste deel van die wandeling: de 4,5 km lange, kaarsrechte voetgangerslaan genaamd &quot;The Long Walk&quot;, die tussen Windsor Castle en The Copper Horse, een groot standbeeld van George III te paard, loopt. Een andere merkwaardigheid bevindt zich aan de andere kant van het park: een aantal Romeinse ruïnes, 200 jaar geleden daar geplaatst onder opdracht van de latere koning George IV, die blijkbaar vond dat er te weinig ruïnes in Engeland waren, en dus een aantal authentieke ruïnes als <em>'geschenk'</em> liet overbrengen vanuit Libië!</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/thelongwalk.jpg" alt="The Long Walk" /><br />The Long Walk</p>
<p>In Londen bezocht ik ook de retrospectieve van de Catalaanse kunstenaar <strong>Joan Miró</strong> in Tate Modern, een bijzonder boeiende tentoonstelling van begin tot eind: vroege boerderij-schilderijen, vervolgens steeds abstractere, surrealistischere doeken, de Barcelona-serie, de Constellations-serie, de gigantische tryptichs, de verbrande canvassen (met een fantastische making-off video)... Ik ben meteen een grote Miró-fan geworden.</p>
<p>Begin deze maand trok ik naar <strong>Frankrijk</strong>, om in Parijs deel de nemen aan een workshop over &quot;<a href="http://www.computability.fr/crp2011/index.html">randomness and computability</a>&quot;; een vrij kleine meeting, maar erg specifiek over mijn onderzoeksonderwerp, en derhalve erg nuttig. Het was ook een gelegenheid voor mij om zelf over mijn werk te spreken met enkele van 's werelds knapste koppen in de berekenbaarheidstheorie. En natuurlijk nam ik ook van de gelegenheid gebruik om een beetje de toerist uit te hangen in Frankrijk, het land van de boulangeries, crêperies en het impressionisme, maar ook het land waar Affligem eigenaardig genoeg het enige fatsoenlijke bier is dat je ergens kunt krijgen, en waar de Eurostar-terminal een <em>trou à merde</em> is.</p>
<p>Anyway, aangezien ik vorige zomer al negen dagen in Parijs was, koos ik er nu voor om een weekendje te geen CouchSurfen in <strong>Rouen</strong>. Rouen is gelegen langs de Seine, tussen Parijs en de monding in Le Havre. Rouen is de stad waar Jeanne d'Arc in 1431 op de brandstapel werd gezet. Jeanne d'Arc was met zelfverklaarde goddelijke inspiratie de succesvolle leidster geworden van de Fransen in de Honderdjarige Oorlog tegen de Engelsen en Bourgondiërs, niet slecht voor een tienermeisje. Uiteindelijk werd ze door de vijand gevangen genomen en ter dood veroordeeld, officieel wegens godslastering (onder andere het dragen van mannenkleren), maar met als onderliggende motivatie het verzwakken van de reputatie van de Franse koning Karel VII, die zich garant had gesteld voor de devotie van Jeanne d'Arc. In ieder geval, ze kwam dus in Rouen, toentertijd de hoofdstad van bezet Frankrijk, aan haar einde. Hoewel is de band van Jeanne d'Arc met Rouen dus nogal macaber is, is men 570 jaar later schijnbaar bijzonder trots op die band, want Jeanne d'Arc is alomtegenwoordig in de stad.</p>
<p>Rouen is ook beroemd voor de kathedraal, met erg verschillende torens in diverse bouwstijlen, die het onderwerp was van een beroemde reeks schilderijen van Claude Monet. (Een ervan zag ik twee maanden terug nog in het Getty Center in Los Angeles.) Nabij de kathedraal heb je de <em>Gros-Horloge</em>, een astronomische klok waarop het uur wordt aangewezen door een schaap, het symbool van Rouen. Het originele mechanisme van de Gros-Horloge bevind zich in het aanpalende belfort. Dit mechanisme uit 1389 werkte meer dan 500 jaar onafgebroken en men beweert dat het nog steeds in perfecte staat is, maar toch vertrouwt men al sinds 1929 op een elektronisch mechanisme om de klok aan te drijven.</p>
<p>Rouen leed behoorlijk wat schade in de Tweede Wereldoorlog, maar het middeleeuwse karakter van het stadscentrum is gelukkig nog goed bewaard gebleven. Dat kan niet gezegd worden over <strong>Le Havre</strong>. Le Havre was in 1945 de meest verwoeste stad van Frankrijk, en moest vanaf nul weer opgebouwd worden. Die taak werd opgenomen door architekt Auguste Perret. Hij plande het nieuwe stadscentrum, overwegend gebruik maken van beton, omdat de heropbouw zo snel mogelijk zou kunnen gebeuren. Perrets geplande stad, met z'n rechte boulevards en betonnen flatgebouwen, is nu UNESCO werelderfgoed. Omwille van het historische belang, neem ik aan, want om esthetische redenen kan het absoluut niet zijn. Ik was dan nog in Le Havre op een regenachtige zondagnamiddag, zodat de grijze straten er als doods lagen. Gelukkig was er nog het piekfijne Musée Malraux om wat schoonheid te bieden aan mijn uitstap naar Le Havre. Het museum is vooral gekend voor een aantal belangrijke impressionistische werken, van onder andere Claude Monet, Pierre-Auguste Renoir, Camille Pissarro, en meer dan honderd werken van Eugène Boudin. Ik had bovendien het geluk dat ik juist binnenkwam op het moment dat er een boeiende gratis rondleiding begon. Een dikke aanrader, het Musée Malraux.</p>
<p>Ook Rouen heeft overigens een Musée des Beaux-Arts, met een veel grotere en gevarieerdere collectie dan het Musée Malraux, al vond ik de kwaliteit in Rouen in het algemeen niet zo hoogstaand. Maar de impressionisme-liefhebber in mij kwam in het Musée des Beaux-Arts toch ook aan zijn trekken, met topwerken van Monet, Pissarro, Sisley, Renoir. De collectie van portretschilder Jacques-Émile Blanche vond ik eveneens fantastisch. Twee andere <em>random</em> verrassingen maakten het bezoek aan het museum nog memorabel. Ten midden van middeleeuwse wandtapijten bevond zich een originele <em><a href="/foto/rouen/wil_delvoye_musee_des_beaux-arts">gotische graafmachine</a></em> van de Vlaamse hedendaagse kunstenaar Wim Delvoye. En in een tijdelijke tentoonstelling van de fotograaf Darren Almond, trof ik zowaar een <a href="/foto/rouen/ribblehead_viaduct_musee_des_beaux-arts">foto aan van het Ribblehead Viaduct</a> in mijn geliefde Yorkshire Dales.</p>
<p>In <strong>Parijs</strong> had ik niet zoveel tijd voor mezelf. Wel bezocht ik in het Grand Palais de gigantische <em>bubbels</em> van Leviathan, een werk van de Indische kunstenaar Anish Kapoor. Verder ontdekte ik tijdens een willekeurige zwerftocht de Église Saint-Augustin, een imposante 19de eeuwse kerk. Wat een verschil met pakweg de Notre Dame of de Sacré-Cœur! In de Église Saint-Augustin werden de toeristen in aantal overtroffen door de godsvruchtige mensen die er werkelijk waren om te bidden; er was zelfs een vrouw die al biddend op haar knieën de hele middenbeuk door naar het altaar schuifelde. Het is eigenaardig dat deze kerk niet meer gekend is, want ik vond het een van de boeiendste gebouwen van Parijs.</p>
<p>Terug in Leeds, was het tijd om nog eens naar die cinema te gaan, maar bepaal het fantastische onafhankelijke Hyde Park Picture House, dat binnen drie jaar haar honderdste verjaardag viert! Ik bekeek er de geprezen nieuwe documentaire <strong>&quot;<a href="http://www.imdb.com/title/tt1424432/">Senna</a>&quot;</strong>, over de Formule 1-coureur die op tragische wijze om het leven kwam, net voordat ik zelf de Formule 1 begon te volgen. De legendarische carrière van Ayrton Senna is me niettemin goed bekend en de meeste race-fragmenten in de film had ik dan ook al herhaaldelijk gezien. Het uitgebreide knip- en plakwerk dat men met die race-fragmenten en de bijhorende commentaar gedaan had, stak me trouwens een beetje tegen. De kracht van &quot;Senna&quot; zit hem echter in de beelden van achter de schermen, velen zeldzaam of nooit eerder gezien. Onder de hoogtepunten zijn enkele bijzonder grappige televisieoptredens van Senna, en ook van een flirtende Alain Prost, en de boeiende beelden van enkele geladen <em>drivers briefings</em> in volle Senna-Prost-Ballestre vijandigheid. Gedurende de documentaire leer je het gezicht van Senna zo goed kennen, dat je er op den duur letterlijk de emoties van kan aflezen. Tijdens het laatste deel van de documentaire, met de fatale Grand Prix in Imola en Senna's begrafenis, wordt het gemoed een stuk zwaarder. Die begrafenisplechtigheid wordt trouwens zeer pakkend getoond in de documentaire. &quot;Senna&quot; is dus de moeite waard voor Formule 1-liefhebbers zoals ik, maar ook autosportleken blijken zeer geboeid te geraken door &quot;Senna&quot;. Een aanrader voor iedereen, dus.</p>
<p>Voilà, nu is iedereen weer op de hoogte en kan ik weer van de Britse zomer gaan genieten:</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/ninestandards.jpg" alt="Zomer in Engeland" /><br />Brits zomerweer</p>]]></content:encoded>
    <pubDate>Wed, 22 Jun 2011 23:32:00 +0000</pubDate>   </item>
   <item>
    <title><![CDATA[USA roadtrip: overzicht]]></title>
    <guid>http://www.stijnvermeeren.be/2011/6/12/usa_roadtrip_overzicht</guid>
    <link>http://www.stijnvermeeren.be/'.2011/6/12/usa_roadtrip_overzicht.'</link>
    <description><![CDATA[
Een laatste blog-bericht over mijn reis in de Verenigde Staten, met wat meer praktische details van mijn roadtrip, voor de nieuwsgierigen en voor degenen die misschien ooit zelfs een gelijkaardige roadtrip willen doen....]]></description>
    <content:encoded><![CDATA[
<p>Een laatste blog-bericht over mijn reis in de Verenigde Staten, met wat meer praktische details van mijn roadtrip, voor de nieuwsgierigen en voor degenen die misschien ooit zelfs een gelijkaardige roadtrip willen doen.</p>
<p>In totaal heb ik met mijn huurauto in twee weken 2880 mijl afgelegd, oftewel 4635 kilometer, vanaf Grand Junction, Colorado tot in Los Angeles.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/usa_roadtrip/overzicht.jpg" alt="Roadtrip USA: overzicht" /></p>
<p>Onderverdeeld per dag heb ik als volgt gereisd:</p>
<ol>
<li>145 mi / 235 km: van Grand Juntion, CO via Colorado NM naar Moab, UT (<a href="/download/blogfotos/usa_roadtrip/day1.jpg">kaart</a>)</li>
<li>180 mi / 290 km: Canyonlands NP en Arches NP (<a href="/download/blogfotos/usa_roadtrip/day2.jpg">kaart</a>)</li>
<li>435 mi / 700 km: van Moab via Natural Bridges NM naar Cameron, AZ (<a href="/download/blogfotos/usa_roadtrip/day3.jpg">kaart</a>)</li>
<li>195 mi / 315 km: Cameron via Grand Canyon NP naar Page, AZ (<a href="/download/blogfotos/usa_roadtrip/day4.jpg">kaart</a>)</li>
<li>105 mi / 170 km: Page en omgeving (<a href="/download/blogfotos/usa_roadtrip/day5.jpg">kaart</a>)</li>
<li>220 mi / 355 km: van Page via Cottonwood Canyon Rd en Bryce Canyon naar Kanab, UT (<a href="/download/blogfotos/usa_roadtrip/day6.jpg">kaart</a>)</li>
<li>60 mi / 95 km: van Kanab via Zion NP naar Rockville, UT (<a href="/download/blogfotos/usa_roadtrip/day7.jpg">kaart</a>)</li>
<li>320 mi / 515 km: van Rockville via Valley of Fire SP en Hoover Dam naar Las Vegas, NV (<a href="/download/blogfotos/usa_roadtrip/day8.jpg">kaart</a>)</li>
<li>220 mi / 355 km: van Las Vegas naar Death Valley NP (<a href="/download/blogfotos/usa_roadtrip/day9.jpg">kaart</a>)</li>
<li>250 mi / 400 km: Death Valley NP naar Ridgecrest, CA (<a href="/download/blogfotos/usa_roadtrip/day10.jpg">kaart</a>)</li>
<li>320 mi / 515 km: Ridgecrest, CA naar Pasadena, CA (<a href="/download/blogfotos/usa_roadtrip/day11.jpg">kaart</a>)</li>
<li>70 mi / 110 km: Hollywood en omgeving (<a href="/download/blogfotos/usa_roadtrip/day12.jpg">kaart</a>)</li>
<li>270 mi / 435 km: daguitstap Santa Barbara vanuit Pasadena (<a href="/download/blogfotos/usa_roadtrip/day13.jpg">kaart</a>)</li>
<li>85 mi / 135 km: downtown Los Angeles en einde in LAX (<a href="/download/blogfotos/usa_roadtrip/day14.jpg">kaart</a>)</li>
</ol>
<p>Ik had een huurauto uit de categorie &quot;Jeep&quot; gevraagd, om zonder zorgen op onverharde wegen te kunnen rijden, maar ik kreeg uiteindelijk een Ford Escape uit een categorie hoger: Compact SUV. Erg zuinig zijn die SUV's natuurlijk niet. Maar hoewel de Amerikanen zelf klagen over de hoge benzineprijzen, is het tanken naar Europese normen bijzonder goedkoop. De goedkoopste pompen in Utah en Arizona waren 3,57 dollar per gallon, oftewel 0,65 eurocent per liter! In California betaal je iets meer, en in Death Valley gaat het zelfs boven de 5 dollar per liter.</p>
<p>Het was ook voor het eerst dat ik in een auto reed met automatische versnellingsbak. Dat went snel en het werkt in het algemeen vrij goed, met één belangrijke uitzondering: wanneer ik aan een helling begon, was de versnellingsbak naar mijn gevoel nooit op tijd met het omlaag schakelen.</p>
<p>De huurauto had ik geboekt via de Duitse website <a href="http://www.usa-reisen.de/">USA-Reisen.de</a>, die op internet was aanbevolen. Inderdaad vond ik er de goedkoopste prijzen, en kon ik ook zonder extra te betalen een enkele reis van Grand Juntion naar LA doen. De uiteindelijk verhuur in de Verenigde Staten gebeurde door Alamo, wat allemaal heel vlot verliep. Een internationaal rijbewijs heb je trouwens niet nodig, een gewoon Belgisch rijbewijs wordt perfect geaccepteerd.</p>
<p>Wat betreft andere reisdocumenten volstaan een gewone reispas; een visum heb je als Europese toerist niet nodig. Wel moet je voor je vertrek online een ESTA-formulier (Electronic System for Travel Authorization) invullen, waar je braaf &quot;no&quot; antwoordt op een aantal vragen zoals (ik citeer): &quot;between 1933 and 1945 were you involved, in any way, in persecutions associated with Nazi Germany or its allies&quot;.</p>
<p>Ik probeerde onderweg te overnachten met CouchSurfing, maar ik had weinig succes met de weinige hosts die er zijn in de vrij afgelegen gebieden die ik bezocht. Enkel nabij het Zion National Park kon ik een nachtje CouchSurfen, en in Pasadena kon ik terecht bij Anton, die twee jaar geleden mijn eigen eerste CouchSurfing-gast was. In Moab en Las Vegas zijn er zeer goedkope hostels: respectievelijk 10 en 14 dollar per nacht, en daarmee veel goedkoper dan de 30 dollar per nacht die je in San Francisco betaalt voor een jeugdherberg. Voor de recht nam ik mijn toevlucht tot goedkope motels. In de meeste plaatsen had je een motelkamer voor zo'n 35-40 dollar per nacht. Enkel bij de Grand Canyon en in Death Valley moest ik 80 dollar per nacht ophoesten voor bed en onderdak.</p>
<p>De radio-ontvangst is niet overal even goed, en durft nogal eens uitsluitend te bestaan uit Christian Rock-stations. Maar ik had ook een cd-speler in de auto en had enkele goede cd's mee, die voor goed gezelschap zorgden tijdens de langere ritten.</p>
<p>Wel, dat is het zo'n beetje, denk ik. Maar als er iemand nog meer details wilt weten, vraag er maar op los!</p>
]]></content:encoded>
    <pubDate>Sun, 12 Jun 2011 19:27:00 +0000</pubDate>   </item>
   <item>
    <title><![CDATA[USA roadtrip deel 2: van Page naar LA]]></title>
    <guid>http://www.stijnvermeeren.be/2011/5/14/usa_roadtrip_deel_2_van_page_naar_la</guid>
    <link>http://www.stijnvermeeren.be/'.2011/5/14/usa_roadtrip_deel_2_van_page_naar_la.'</link>
    <description><![CDATA[
Nadat ik op dag 6 voor de tweede keer geen succes had in de loterij voor The Wave, reed ik dan maar verder naar het Bryce Canyon National Park...]]></description>
    <content:encoded><![CDATA[
<p>Nadat ik op dag 6 voor de tweede keer geen succes had in de loterij voor The Wave, reed ik dan maar verder naar het Bryce Canyon National Park. Oorspronkelijk dacht ik via de hoofdweg U.S. 89 te rijden, die een grote omweg maakt langs Kanab. De voorafgaande dag had ik echter in het bezoekerscentrum van de Glen Canyon Dam op een kaart nog een andere weg opgemerkt, 100 km korter maar wel onverhard. Nader onderzoek wees uit dat dit de Cottonwood Canyon Road is, een bekende scenische binnenweg tussen Page en Bryce Canyon. Dit was de reden dat ik een terreinwagen had gehuurd; dat ik dergelijke onverharde wegen zonder zorgen zou kunnen berijden, al waren de omstandigheden nu zo goed dat de Cottonwood Canyon Road ook wel met een gewone auto had gelukt. Hoewel je er 100km mee wint, doe je wel langer over de Cottonwood Canyon Road dan over de hoofdweg, omdat je veel trager rijdt op de onverharde weg, maar dat is geen bezwaar, want het landschap is magnifiek! Wat een geluk dat ik de Cottonwood Canyon Road nog ontdekt had. 75 Kilometer lang heb je prachtige uitzichten op de bont gekleurde randen van de canyon en op allerhande artistieke rotsformaties (zoals de <a href="/foto/usa_cottonwood_canyon_rd_bryce_canyon/the_cockscomb">Cockscomb</a>) waartussen de weg zich glooit. De uitzichten worden helaas af en toe verpest door twee telefoonlijnen die samen met de weg door de canyon lopen, maar ook die kunnen de magie niet wegnemen. Als kers op de taart krijg je, twee kilometer op een zijweg, de Grosvenor Arch, meer afgelegen dan alle andere bogen die ik gezien heb, maar zeker een van de mooiste: een dubbele boog, hoog in een lichtgele rotswand. Adembenemend.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/fotos/usa_cottonwood_canyon_rd_bryce_canyon/grosvenor_arch_3.jpg" alt="Grosvenor Arch" /><br />Grosvenor Arch</p>
<p>Rond de middag kwam ik dan aan in Bryce Canyon National Park, gekend voor de mengeling van naaldbossen en oranje gekleurde, grillig gevormde <em>hoodoos</em> (aardpiramides). Bryce Canyon is niet echt een canyon, maar eerder een reeks van kliffen. De weg door het park loopt langs de top van deze kliffen. Wandelpaden gaan naar omlaag, waar je de duizenden hoodoos vindt, wier oranje kleur mooie contrasten vormt met de groene naaldbossen en de witte sneeuw. Ik had op voorhand verbaasd opgekeken toen men mij zei dat er sneeuw zou zijn in Bryce Canyon in april, want op de foto's die ik gezien had zag Bryce Canyon er een droge, warme plaats uit. Maar Bryce Canyon is erg hoog gelegen (Rainbow Point was met 2778m het hoogste punt van mijn reis), dus het is er vrij koud en op veel plaatsen lag er nog een behoorlijk dikke laag sneeuw. De wegen door het park en naar de uitzichtpunten waren wel keurig sneeuwvrij gemaakt. Ik deed echter een wandeling op een pad dat nog flink besneeuwd lag (de afdaling van Bryce Point en het hoger stuk van de Peek-A-Boo Loop). Zo kon ik voor het eerst mijn nieuwe MicroSpikes eens uitproberen. Conclusie: uitstekende grip op de sneeuw, maar ze eten wel modder op, en dat is eten in de cookie monster-betekenis van het werkwoord: wandel door een klein beetje modder met de MicroSpikes, en je hebt meteen twee kilogram modder aan elke voet kleven. Een beetje onhandig als het pad een constante afwisseling is van sneeuw en modder, zoals hier het geval was... De wandeling zelf, de afdaling in het Bryce Amphitheater waar je letterlijk tussen de hoodoos en andere rotsformaties loopt, was desalniettemin uiterst genietbaar. Opnieuw krijg je met een wandeling heel andere perspectieven dan vanop de uitzichtpunten langs de weg; opnieuw is een wandeling de enige manier om dit nationaal park écht te beleven!</p>
<p>Dag 7, en opnieuw een nationaal park, mijn vijfde al: Zion (uitgesproken: <em>zaai-on</em>). Dit park is erg druk bezocht, dankzij de goede bereikbaarheid vanuit Las Vegas, maar ook omwille van de prachtige natuur natuurlijk. Zion Canyon is het meest toegankelijke deel van het park. De toegangsweg loopt hier beneden in de indrukwekkende U-vormige kloof, zodat je in Zion weeral heel andere zichten voorgeschoteld krijgt dan in de andere nationale parken in de buurt, waar er meestal alleen bovenop het plateau een toegangsweg is. Ook het rood-groen-witte kleurenpalet van Zion is uniek.</p>
<p>In Zion National Park deed ik twee wandelingen: een vrij korte wandeling naar het Zion Canyon Overlook uitzichtpunt, en de klim naar Angels Landing, de meest beruchte wandeling in Zion, en misschien wel een van de meest beruchte wandelingen in de hele VS. Angels Landing is een 368m hoge rots die zo steil uil Zion Canyon omhoog schiet, dat men aanvankelijk het idee had dat enkel engelen op de top zouden kunnen landen. Maar reeds in 1926 werd er een pad in rotsen gekapt, dat boven diepe ravijnen balancerend de top van Angels Landing bereikt. Men dringt erop aan om erg voorzichtig te zijn op het pad en om niet aan de klim te beginnen als je last hebt van hoogtevrees. Wel - van zo'n waarschuwingen word ik enthousiast! Het grootste deel van de beklimming is echter saai en frustrerend, een verhard pad dat met eindeloze zig-zags omhoog klimt. Eens voorbij Scout Lookout begint dan eindelijk het avontuurlijke deel van de route. Er zijn diepe ravijnen langs het in de rotsen gehouwen pad, maar er zijn overal kettingen gespannen waar je je aan kunt vastgrijpen, en dankzij de goede in de rots gehouwen trappen is de beklimming zelfs redelijk gemakkelijk en veilig, toch voor iemand met wat scrambling-ervaring en met stevige wandelschoenen met enkelsteun, zoals ik. In zekere zin was ik zelfs een beetje teleurgesteld, dat het niet zo extreem was als men liet uitschijnen, maar de spectaculaire uitzichten op Zion Canyon maakten dat meer dan goed. Over de uitdagendheid kan men discussiëren, maar spectaculair is Angels Landing zonder twijfel!</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/fotos/usa_zion/angels_landing_afdaling.jpg" alt="Angels Landing" /><br />Het pad op Angels Landing</p>
<p>Na een nachtje CouchSurfing in Rockville, bij een brouwer en liefhebber van Belgisch bier, vertrok ik richting Las Vegas. Onderweg stopte ik nog in de Valley of Fire, opnieuw een vallei vol bizarre rotsformaties, dit keer in vuurrode kleuren, met onder andere een <a href="/foto/usa_valley_of_fire_las_vegas/bij_elephant_rock">rots die markant op een olifant lijkt</a>. Ik nam ook een kijkje bij de Hoover Dam, de beroemde dam die het Lake Mead afdamt in de Coloradorivier, stroomafwaarts van de Glen Canyon Dam en van de Gran Canyon. De Hoover Dam werd gebouwd tussen 1931 en 1936 en was een baanbrekend groot project voor die tijd. Maar liefst 112 arbeiders verongelukten tijdens de bouw. De bouw wordt vaak verbonden met de New Deal-politiek van Franklin D. Roosevelt, maar de plannen voor de dam werden al goedgekeurd in 1928 onder President Coolidge, twee presidenten vóór Rooseveldt, en ook vóór de beurscrash van Wall Street. De Hoover Dam wordt, net als onder andere de Glen Canyon Dam, beheerd door het <em>Bureau of Reclamation</em>, wier projecten het onherbergzame Wilde Westen trachten te <em>reclaimen</em> voor menselijk gebruik. Een nogal arrogante naam, vind ik, alsof de ganse aarde bedoeld is voor cultivatie, en de mens zomaar het recht heeft om om het even welk gebied <em>terug te vorderen</em> op de natuur... Maar ja, dat is Amerika zeker?</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/fotos/usa_valley_of_fire_las_vegas/bij_elephant_rock.jpg" alt="Elephant Rock" /><br />Olifant-rots in Valley of Fire</p>
<p>De Hoover Dam trekt elke dag duizenden toeristen aan, die er een daguitstap uit Las Vegas van maken om de dam met haar iconische geschiedenis te bezoeken. Die populariteit heeft ook nadelen. Zo moet je al in de auto een <em>security checkpoint</em> passeren om ook maar in de buurt van de dam te komen, en het kost je 8 dollar om het <em>visitors center</em> ook maar te betreden! Bij de Glen Canyon Dam was het bezoekerscentrum gratis, en een <em>rondleiding</em> had mij slechts $6 gekost. Rondleidingen in de Hoover Dam had je vanaf $30! Afzetters! Ik kon niet geloven dat een bezoek aan de Hoover Dam z'n geld nog waard zou zijn. Ik heb me dus maar beperkt tot het bekijken van de dam van buitenaf, en ben vervolgens doorgereden tot in Las Vegas.</p>
<p>Vegas, baby! Wat een verandering ten opzichte van de hele voorafgaande week van mijn roadtrip. Voor het eerst sinds San Francisco was ik terug in een grootstad, met druk verkeer dat in elke richting over vier rijstroken raast, willekeurig links en rechts voorbijstekend. Maar Vegas is natuurlijk geen gewone stad. Sinds de legalisatie van casino's in Nevada in 1931 is Las Vegas vanuit het niets gegroeid tot het ultieme gokparadijs op aarde. Al het leven in Las Vegas is geconcentreerd rond de <em>Strip</em>, een mijlenlange straat die officieel Las Vegas Boulevard heet. Hier vind je alle beroemde casino's, zoals de Venetian (inclusief indoor-kanalen met gondola's en een altijd-blauwe kunstmatige hemel), MGM Grand en Caesars Palace.</p>
<p>Las Vegas is een kwestie van <em>love it or hate it</em>. Sommigen kunnen niet genoeg krijgen van het gokparadijs; vele anderen kunnen de stad niet uitstaan. Ik had op voorhand al gedacht ik wel eens tot de tweede groep zou kunnen behoren en ik had aldus slechts een nacht in Vegas ingepland. Terecht, zo bleek. Ondanks de goedkope overnachting, de goede aanbiedingen in restaurants en de vele live-muziek, voelde ik mij niet op mijn plek in Vegas. Want wat mij betreft is Vegas een uitwassing van decadente megalomanie, een kunstmatige neon-bubbel in het midden van de woestijn, enkel in leven gehouden door de onvoorstelbare hopen geld die men continu uit de gokkers weet te wringen. En men doet niet eens moeite om dit te verbergen. Hotels zijn goedkoop, want wie in het hotel verblijft, zal waarschijnlijk ook zijn geld vergooien in het bijhorende casino. Drank is goedkoop, en wordt geserveerd door bovengemiddeld ontblote deernes, want wie dronken is, kijkt minder op zijn centen. De ATM's, die elders hooguit briefjes van 20 dollar uitdelen, reiken hier Benjamin Franklin afbeeldende $100 coupures uit, opdat je toch maar meteen veel geld in de pot zou gooien. In de gigantisch grote casino's vind je nergens de weg heen, zéker niet naar de uitgang, maar wel lijk je altijd automatisch uit te komen in de gokzalen, die ramenloos zijn opdat je toch maar niet door daglicht verleidt zou worden om buiten te gaan. En toch laten duizenden mensen zich verleiden om dag in, dag uit te gokken: roulette, poker, one-armed bandits... alles knippert en rinkelt. Winnaars juichen luid, daarin aangemoedigd door de croupiers, om toch maar de indruk te geven dat dát de algemene tendens is, zodat ook bij de verliezers het gemoed goed blijft, en de geldbuidel open.</p>
<p>De casino's en de Strip zelf krioelen 24 uur op 24 met voetgangers, zoals ik verder enkel Leicester Square op een zaterdagavond heb weten krioelen. Voor de vele shows en attracties? De goede kortingen in bars en restaurants? Voor de uitstekende live-muziek? Dat alles is er wel, maar de manier het allemaal kadert in de schaamteloze <em>zondigheid</em> van de stad doet toch het plezier een beetje vervagen. Ik had gedacht om zelf wel een dollar of 20 te vergokken, <em>just for the sake of it</em>, om te kunnen zeggen dat ik in Vegas gegokt heb, maar het trok met écht niet aan, het stootte me zelfs af, dus míjn geld bleef op zak. Daarmee was ik de uitzondering op de regel. Het zijn echt niet enkel de rijkelui die gokken in Vegas: het is vooral Jan-met-de-pet die in anonimiteit zijn zuurverdiende spaarcenten aan het vergooien is.</p>
<p>De volgende ochtend, dag 9, vertrok ik dan maar snel uit Las Vegas, richting Death Valley National Park. Dat is meer mijn ding! Death Valley staat bekend als een van de droogste en heetste plaatsen op aarde. Nu was het er echter vooral bijzonder winderig. Ook op de Route 160 richting Pahrump, die nochtans 26 km lang kaarsrecht loopt, moest ik het stuur goed vasthouden, opdat de auto niet van de weg zou geblazen worden!</p>
<p>Er zijn een aantal boeiende episodes in de geschiedenis van Death Valley, met name het verhaal van Walter Scott en Albert Johnson is het vertellen waard. Walter Scott was, na een korte carrière als show-cowboy, naar de Far West getrokken in het einde van de 19de eeuw, in volle Gold Rush. Hij beweerde goud gevonden te hebben in Death Valley, en kon in de volgende jaren duizenden dollars aan investeringsgeld bemachtigen voor de uitbating van zijn goudmijnen. In werkelijkheid was er echter geen goud in Death Valley, maar Scott (die inmiddels de bijnaam <em>Death Valley Scotty</em> had) dacht dat Death Valley wel zo woest en onherbergzaam was, dat geen enkele investeerder zot genoeg zou zijn om de zaken ter plaatse te komen onderzoeken. Dit liep goed tot in 1906. Albert Johnson, een zakenman uit Chicaco, had in 1904 $2500 in Scotty geïnvesteerd, en begon nu de zaakjes niet meer te vertrouwen. Hij trok dus naar Death Valley, waar Scotty nog een gewapende overval op Johnson liet opzetten door zijn broer en enkele vrienden, als ultieme afschrikmiddel. Bij die overval werd Scotty's broer echter gewond door een kogel, waarop het hele toneel door de mand viel. Een mens zou voor minder een oplichter laten ophangen, maar Johnson was zó onder de indruk van de landschappen van Death Valley, dat hij de hele affaire snel vergat, en zelfs bevriend bleef met Scotty. Death Valley werd Johnsons jaarlijkse winterverblijf, en omdat zijn vrouw begon te klagen over de primitieve levensomstandigheden, bouwde Johnson een luxueuze villa. Ook Scotty verbleef vaak in de villa, en het oplichten nog niet verleerd, liet hij uitschijnen dat het zíjn villa was, gebouwd met geld van de goudmijnen die hij nog steeds beweerde te hebben. Aldus kreeg de villa de naam <em>Scotty's Castle</em>. Scotty's Castle is nu eigendom van de National Park Service en te bezichtigen als toeristische attractie.</p>
<p>Death Valley heeft dan wel een reputatie voor hitte, maar verrassend genoeg is verdrinking er een belangrijkere doodsoorzaak dan uitdroging! Als het immers flink regent (waarschijnlijk eerder in de bergen rondom Death Valley dan in de vallei zelf), geeft dat aanleiding tot krachtige <em>flash floods</em>, die toeristen wel eens durven verrassen en meesleuren. Het regenwater heeft echter geen kans om ooit de zee te bereiken. Al het water stroomt naar de vlakte van Badwater, met 88m beneden zeeniveau de laagst gelegen plaats van Noord-Amerika. In Badwater verdampt al het water. Wat overblijft is een uitgestrekte zoutvlakte, en een klein poeltje met zout en dus ondrinkbaar water - vandaar de naam Badwater. De zoutvlakte is een bijna perfect vlak van een betoverende, surreële witheid, dat zich uitstrekt over een goede 40 km², ingesloten door bergketens aan beide kanten, met een grote markering &quot;sea level&quot; hoog in de rotswand boven de parkeerplaats. Dan doe je toch even een schietgebedje dat de bergen stevig genoeg zijn om het zeewater buiten te houden, ook al weet je eigenlijk wel dat dat een volstrekt absurde gedachte is.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/fotos/usa_death_valley/op_de_badwater_zoutvlakte.jpg" alt="Badwater Basin" /><br />Badwater zoutvlakte</p>
<p>Recht uit de Badwater vlakte rijst Telescope Peak, 3366 meter boven zeeniveau, en dus een hoogteverschil van maar liefst 3454 meter met de vlakte. Ik wilde graag Telescope Peak beklimmen, niet vanuit de vlakte welteverstaan, maar vanaf de Mahogany Flat Trailhead op 2479 meter hoogte. De toegangsweg naar de trailhead was echter nog gesloten wegens ijs op de weg! Je moet immers in rekening brengen dat het in de vlakte heel erg warm kan zijn, terwijl het hoog in de bergen nog ijskoud is. Ik had de pech dat het weer nog bijzonder koud was voor het seizoen. Zelfs als de toegangsweg open was geweest, dan nog zou de beklimming van Telescope Peak voor mij onmogelijk zijn geweest wegens de vriestemperaturen en de ijskoude stormwind. In de plaats besloot ik dan maar om de kleine broer van Telescope Peak te beklimmen, de 2763 meter hoge Wildrose Peak, een gemakkelijke beklimming met een hoogteverschil van ongeveer 600 meter. Het pad op Wildrose Peak is naar het zuiden gericht en was dus al volledig sneeuwvrij (al zou er de volgende dag opnieuw een hoop sneeuw op vallen). Ook vanaf Wildrose Peak kijk je uit over de Badwater vlakte 2800 meter lager, al word je je niet echt van die schaal bewust, omdat je geen vergelijkingspunten hebt. Totdat je in de Badwater vlakte nog net de brede, witte strook herkent, door toeristen platgelopen vanaf de parking tot in de zoutvlakte. De parking zelf is echter niet op te merken, zelfs niet door mijn verrekijker, en het grote &quot;sea level&quot; bord in de rots was al helemaal onzichtbaar. Dan besef je toch dat je hoger staat dan je op eerste zich zou denken!</p>
<p>Op de namiddag van dag 10 trok ik naar de afgelegen Racetrack Playa. Dit is een 7 km² grote zoutvlakte, kleiner dus dan Badwater en hoog in de bergen gelegen. Racetrack Playa is met name fascinerend door de unieke patronen in de bodem en de <em>sailing stones</em>. De oppervlakte van de playa bestaat uit een natuurlijke <em>hexagonal tiling</em>: de weersveranderingen veroorzaken natuurlijke scheuren in de bodem in een oneindig patroon van regelmatige zeshoeken, elk zo'n 10 cm in diameter. Een aantal rotsblokken (<em>sailing stones</em>) glijden onmerkbaar traag over de oppervlakte, waarbij ze het zeshoekenpatroon uitvegen en een gladgestreken spoor achter zich laten. Ikzelf had helaas niet de kans om tot bij die <em>sailing stones</em>, in het zuidelijk deel van de Racetrack Playa, te komen. Ik had wel het al noordelijk deel van de Racetrack Playa bezocht, toen er een sneeuwstorm kwam aanwaaien. Bovendien was het al vrij laat: de tocht naar Racetrack Playa had veel langer geduurd dan ik gedacht had: die gaat over 40 km van onverharde weg, die in een vrij slechte staat was. Zelfs met een goede terreinwagen zoals ik, moet je minstens 2 uur enkel rekenen vanaf Scotty's Castle, de dichtstbijzijnde plaats in de bewoonde wereld. Gelukkig kan je genieten van de uitzichten gedurende de ganse rit. Je reist hier tussen de bergen in velden gevuld met <em>joshua trees</em>, een soort van cactusbomen. Die joshua trees waren nu besneeuwd en van sommigen bengelden ijspegels; een bizar maar erg mooi zicht: besneeuwde woestijnplanten!</p>
<p>Tijdens de drie laatste dagen van mijn reis verbleef ik bij Anton, die twee jaar eerder mijn allereerste CouchSurfing-gast was. Anton is student aan het California Institute of Technology (kortweg Caltech) in Pasadena, waar ook gasten van The Big Bang Theory werken. De eerste avond dat ik er was, was er meteen een fuif in Antons residentie. Een ietwat bizarre vertoning: in de bar binnen leek het een nogal dode bedoening, maar op de dansvloer buiten gingen vanaf de eerste minuut alle remmen los en werd er wilder gedanst dan ik ooit heb gezien. Ik vraag me af of dit bij alle Amerikaanse feestjes zo is.</p>
<p>Pasadena is een voorstad van Los Angeles. Iedereen kent natuurlijk LA wel, maar wat is er eigenlijk te zien voor toeristen? Wel... Downtown LA stelt niet zoveel voor. Het is een koele zakenbuurt met hoge wolkenkrabbers. Pluspunt zijn de uitgestippelde wandelingen, waarlangs regelmatig interessante informatiepanelen te vinden zijn. Ook is er een hoop interessante architectuur in het centrum, met name binnenin sommige gebouwen, zoals het Bradbury Building, het Union Station en de Cathedral of Our Lady of the Angels. Die laatste werd geopend in 2002 en is een van de mooiste <em>moderne</em> kathedralen die ik ken: modern, maar toch sfeervol en harmonieus. Onder de kathedraal is er een mausoleum met plaats voor 1275 crypten en 4794 urnen; de meeste zijn nog vrij, en het is de enige plaats ter wereld waar je ook als leek in een kathedraal begraven kunt worden, mits flinke, niet publiek bekend gemaakte, donatie aan de kerk natuurlijk...</p>
<p>De echte aantrekkingskracht van Los Angeles is echter niet het centrum zelf, maar de vele illustere voorsteden rondom. Luister eens naar die namen: Hollywood, Beverly Hills, Santa Monica, Malibu, Long Beach... Vooral Hollywood spreekt tot de verbeelding, maar een bezoek kan tegenvallen. De hoogdagen van de filmindustrie in Hollywood waren de jaren '20 tot de jaren '40. Nu zijn de e filmstudio's zijn al lang vertrokken uit Hollywood, of omgevormd tot dure pretparken zoals de Universal Studio's. Toen ik de eerste keer Hollywood inreed, volgde ik de beroemde Sunset Boulevard, maar ik was Hollywood alweer buiten gereden voordat ik me realiseerde dat ik überhaupt in Hollywood was. De overgang van Hollywood naar Beverly Hills is dan weer niet te missen: op het moment dat je de gemeentegrens overschrijdt, verdwijnen de de dichte bebouwing en straten in een schaakbordpatroon plots, en rij je opeens door groene, slingerende lanen, waarlangs hoge hagen de villa's van de rijkelui verbergen. Maar ik wilde Hollywood bezichtigen, dus ik maakte rechtsomkeer en vroeg in de Subway dan maar hoe ik bij het Hollywood Sign kon komen - de iconische grote witte letters boven op de heuvel die &quot;HOLLYWOOD&quot; spellen. De Mexicaanse bedienden in Subway keken me echter met vertwijfelde gezichten aan: zij wisten van niets. Wat achteraf wel beter te begrijpen was: je kan immers helemaal niet dicht bij het Hollywood Sign komen, de hele heuvel waarop het staat is omheind en streng bewaakt. What the f***?! Bescherming tegen vandalisme, ok, maar zo gooit men het kind toch wel met het badwater weg.</p>
<p>In ieder geval, ik had mijn lesje geleerd, en informeerde me nu eerst grondig alvorens een volgende poging te doen om Hollywood te <em>vinden</em>. Met succes. Nu vond ik wel Hollywood Boulevard, waarlangs de Walk of Fame het toeristisch hart vormt van Hollywood. Die Walk of Fame is langer dan ik verwacht had: meet dan 2500 sterren over 5,6 km in totaal. In plaats van van de ene bekende naam naar de andere te wandelen, had ik geen flauw idee wie de meeste sterren waren. Nu ben ik niet de grootste film-expert, maar dankzij de dvd-collectie van Leeds Uni en de verslavende werking van <a href="http://www.icheckmovies.com/profile/stijnvermeeren/">iCheckMovies</a>, ben ik inmiddels toch redelijk ingewijd in de grote namen der filmgeschiedenis. Wat mij betreft had men toch wat selectiever mogen zijn in het kiezen van de sterren. Bovendien heb je ook <em>fictionele</em> sterren zoals Donald Duck, Godzilla en Lassie, die wel een lach van herkenning opwekken, maar toch ook de waarde van een ster niets ten goede doen.</p>
<p>Om een goed uitzicht op het Hollywood Sign te krijgen trok ik naar het Griffith Observatory. Dit observatorium bevindt zich in de groene heuvels van Griffith Park, dat wemelde met duizenden mensen die begrijpelijkerwijze de kluwen van de eindeloze grootstad LA even wilden ontvluchten. Het observatorium zelf bevat een uitgebreide tentoonstelling over sterrenkunde, die vooral gericht is op kinderen en een algemeen publiek, en waar je dus als wetenschappelijk geschoolde weinig nieuws zult opsteken. Desalniettemin was het erg cool om het spectrum van <em>live</em> zonlicht door een goede spectroscoop te bekijken.</p>
<p>Nog zo'n toevluchtsoord voor mensen die even aan de grootstad willen ontsnappen, is het Getty Center. Dit museum is een architecturaal pareltje, gebouwd in zachte witte stenen, omringd door proper aangelegde tuinen vanwaar je verre, zij het licht besmogde, uitzichten hebt over LA. Een van de hoogtepunten in het museum is Belgisch: James Ensors gigantische magnum opus &quot;De Intrede van Christus in Brussel&quot;.</p>
<p>Dan had ik nog één dag over in de Verenigde Staten, en liever dan in LA te blijven, besloot ik een daguitstap te doen naar Santa Barbara. Deze kleine havenstad bevindt zich een kleine twee uur ten westen van Los Angeles, maar lijkt wel een andere planeet. Santa Barbara is gevuld met laagbouw in Spaans-Andalusische stijl, en is erg groen met bomen langs de wegen en mooi onderhoude parken. Er zijn verschillende musea, een historisch gerechtsgebouw en een Spaanse Missie die de &quot;Queen of the Missions&quot; genoemd wordt. Dit is de enige stad die ik bezocht heb in de Verenigde Staten waar ik mezelf met plezier zie wonen. Tientallen gezellige restaurantjes en tavernes nodigen uit om ontdekt de worden. Kleinschalige, verkeersvrije winkelstraatjes hebben een authentiek karakter. Op het altijd zonnige strand kan je eindeloos zitten kijken, met een ijsje in de hand, naar de grote pelikanen die zich met een spectaculaire duikvlucht in zee storten om naar vis te happen. De Santa Ynez Mountains boven Santa Barbara bieden fantastische mogelijkheden voor wandel- en fietstochten. Ja, hier zou ik het niet snel beu worden.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/fotos/usa_los_angeles_santa_barbara/pelikaan.jpg" alt="Santa Barbara Pelican" /><br />Pelikaan in Santa Barbara</p>
<p>Het was echter mijn laatste volle dag in de Verenigde Staten. Het is fantastisch hoe veel ik op een goede drie weken heb kunnen zien, doch tegelijk is het nog maar een kleine hoek van de Verenigde Staten die ik verkend heb. Smaakt naar meer! Wanneer is de volgende relevante wiskundeconferentie in de VS?</p>
]]></content:encoded>
    <pubDate>Sat, 14 May 2011 16:49:00 +0000</pubDate>   </item>
   <item>
    <title><![CDATA[Langs de Colorado rivier, van Grand Junction naar de Grand Canyon]]></title>
    <guid>http://www.stijnvermeeren.be/2011/5/2/langs_de_colorado_rivier_van_grand_junction_naar_de_grand_canyon</guid>
    <link>http://www.stijnvermeeren.be/'.2011/5/2/langs_de_colorado_rivier_van_grand_junction_naar_de_grand_canyon.'</link>
    <description><![CDATA[
Na een goede week in San Francisco had ik op woensdag 30 maart een vlucht naar Grand Junction, via Phoenix...]]></description>
    <content:encoded><![CDATA[
<p>Na een goede week in San Francisco had ik op woensdag 30 maart een vlucht naar Grand Junction, via Phoenix. Die vertrok al om 6 uur 's ochtends, dus het was met een niet al te fris hoofd dat ik die ochtend opstond. Een norse, onvriendelijke luchthavenshuttle-chauffeur hielp ook al niet om mij beter te stemmen. Maar eens in de lucht werd ik beloond voor het vroege opstaan met prachtige blikken op de Baai in het eerste ochtendlicht, een zonsopkomst over de Californische vlakten, en de bergen van de Sonorawoestijn met lange schaduwen van de laagstaande zon. En bij de landing in Phoenix zat ik aan de juiste kant om niet alleen downtown Phoenix te zien, maar ook een ander vliegtuig perfect synchroon met ons te zien landen op de parallelbaan.</p>
<p>Phoenix Sky Harbor is een van de drukste luchthavens van de Verenigde Staten, drukker zelfs dan San Francisco. Ik nam er een tweede, kleiner vliegtuig naar Grand Junction, in het westen van Colorado. Grand Junction is een vrij kleine stad (58.000 inwoners) die op zichzelf niet veel charme heeft: &quot;downtown&quot; is één straat, zoals alle andere straten maar met iets meer winkels, en die straat lag dan nog helemaal open voor wegenwerken. Wel vond ik er een uitstekende outdoor-winkel (<a href="http://www.summitcanyon.com/">Summit Canyon</a>), waar ik een paar <a href="http://www.kahtoola.com/microspikes.php">Microspikes</a> vond voor slechts $58 (<em>exclusief</em> 7,5% tax; dat is ook wennen dat de belastingen nooit zijn inbegrepen in de geadverteerde prijzen) en ik kocht er ook een nieuw Zwitsers zakmesje. Ik had er een bij, maar in San Francisco was ik vergeten om het zakmes uit mijn rugzak te nemen en in mijn valies te steken. In luchthaven, in de wachtrij voor de scanner, dacht ik er gelukkig nog aan, en heb ik het mes maar snel in de vuilbak gegooid, God weet wat de Amerikaanse veiligheidsagenten mijn anders aangedaan zouden hebben!</p>
<p>Anyway, Grand Junction heeft dus niet veel charme op zichzelf, maar is wel zeer interessant gelegen op de oevers van de Coloradorivier. Vanuit de stad zie je om je heen in het noorden de Book Cliffs, in het oosten de Grand Mesa en in het zuidwesten het Colorado National Monument. Grand Junction is een uitvalsbasis voor zowel de Rocky Mountains in het oosten, als voor het Colorado Plateau naar het westen toe, en die kant ging ik op.</p>
<p>Misschien is een kleine geografieles hier wel op z'n plaats. De Verenigde Staten zijn grofweg 3500 km breed, van oost naar west. De oostelijke 2000 km zijn erg vlak: de Appalachen doen nog even moeite om omhoog te steken (tot 2000m), maar vervolgens heb je de eindeloze Mississippivlakte, die zich over bijna een derde van de VS uitstrekt. Op zo'n 1000-1500 km van de westkust, in de staten Idaho, Montana, Wyoming, Colorado en New Mexico, kom je dan de Rocky Mountains tegen, met als hoogste punt Mount Elbert (4401m), de op één na hoogste berg van de VS. Langs de westkust (Washington, Oregon, California) heb je dan nog een tweede reeks bergketens, de Pacific Coast Ranges, waar Mount Whitney met 4421m nog net iets boven de Rocky Mountains uitsteekt. Tussenin de Rocky Mountains en de Pacific Coast Ranges heb je dan nog de staten Nevada, Utah en Arizona. Nevada ligt bijna helemaal in het Grote Bekken (Great Basin), het grootste binnenlandse drainagebekken van Noord-Amerika. Het Grote Bekken bevat ook het westen van Utah, met onder andere het Great Salt Lake en de Bonneville zoutvlakten. Oostelijk Utah en het grootste deel van Arizona worden dan weer ingenomen door het Coloradoplateau, een hoogvlakte waarin de Coloradorivier en haar zijrivieren diepe kloven hebben gesneden.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/usa_geografie2.png" alt="Geografie van de South-West USA" /></p>
<p>De Coloradorivier ontspringt in de staat Colorado in de Rocky Mountains, vloeit in Arizona door de Grand Canyon, en mondt uit in Mexico in de Baai van California, al wordt er tegenwoordig zoveel water afgetapt voor irrigatie en consumptie dat de monding meestal droog ligt. Onderweg is de rivier verschillende keren afgedamd voor het maken van stuwmeren; het grootst zijn Lake Powell (afgedamd door de Glen Canyon Dam) en Lake Mead (met de Hoover Dam). Typisch voor het Coloradoplateau zijn de veelal roodkleurige gesteenten, afwisselend in hardere en zachtere lagen. De hardere lagen zijn erg resistent tegen erosie, maar eens de hardere steen toch ergens gebroken wordt, dan verdwijnt de zachtere laag eronder ook snel, tot aan de volgende harde laag. Dit zorgt overal voor spectaculaire mesa's (tafelbergen) en trapsgewijze kliffen, met als duidelijkste voorbeelden het Canyonlands National Park en de Grand Canyon. Maar erosie heeft nog veel andere kunstwerken geschapen in de regio: diep ingesneden meanders, rotsbruggen en -bogen, buttes en monolieten...</p>
<p>Het Coloradoplateau wordt al eeuwenlang bewoond door indianen, zoals de Ute (vanwaar de naam van de staat Utah), de Hopi en de Navajo. Met name de Navajo-indianen hebben nu nog een groot reservaat, met meer dan twee keer de oppervlakte van België, maar hun levensstijl lijkt heel erg gemoderniseerd, <em>veramerikaniseerd</em>. De <em>nieuwe</em> Amerikanen beschouwden het gebied lange tijd als volkomen ontoegankelijk, totdat een expeditie onder leiding van John Wesley Powell in 1869 voor het eerst de Coloradorivier afvoer en in kaart bracht. Sindsdien is de regio veel toegankelijker geworden, maar de natuur blijft er toch de menselijke invloed overheersen, en je vindt hier de grootste concentratie van Nationale Parken van de hele VS.</p>
<p>Het eerste deel van mijn roadtrip zou grofweg de loop van de Coloradorivier volgen, van Grand Junction stroomafwaarts tot aan de Hoover Dam. Dag 1 moest mij voeren van Grand Junction naar Moab, in Utah. Tussenin ligt het Colorado National Monument, een natuurgebied met spectaculaire canyons en monolieten, met als bekendste locatie het Independence Monument, een 137 meter hoge monoliet die een populaire uitdaging vormt voor rotsbeklimmers sinds John Otto op 4 juli 1911 de top bereikte en er de Amerikaanse vlag plaatste. Toen ik er was, waren er ook <a href="/foto/usa_colorado_national_monument_scenic_highway_128/mijn_god_que_cojones">twee personen de hoogste stukken van de monoliet aan het beklimmen</a>; je kon hen nauwelijks zien, nietige figuren, zich vastklampend aan de enorme rots, die onder hun voeten meer dan 100 meter vertikaal naar beneden viel. Stevige <em>cojones</em> moet je hebben om je daaraan te wagen! Zelfs vanop vaste grond kijkend, viel mijn mond al open.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/usa_independencemonument.jpg" alt="Rotsbeklimmers op het Independence Monument" /><br />Rotsbeklimmers op het Independence Monument</p>
<p>Vanuit het Colorado National Monument heb je twee routes naar Moab. Je kan de Interstate 50 volgen totaan Highway 191, of je kan de Interstate al eerder verlaten en Highway 128 nemen, een scenische route door die de kronkels van de Coloradorivier volgt. Ik koos vanzelfsprekend voor de tweede optie, doch zonder veel verwachtingen wat betreft het <em>scenische</em> van de route. Was me dat een positieve verrassing! Had de route aan het einde van mijn roadtrip gelegen, was ik er misschien door gewenning minder lyrisch over geweest, maar nu kwam ik ogen te kort om te genieten van het landschap. Highway 128 volgt de Coloradorivier door verschillende kloven; geen bijzonder nauwe kloven en ook lang niet zo groot als de Grand Canyon, maar toch zeer indrukwekkend om erdoor te rijden, zeker in het avondlicht dat de zandsteenkliffen een mooie rode kleur gaf.</p>
<p>Moab is de uitvalsbasis voor twee Nationale Parken: Canyonlands en Arches. En die had ik allebei op één lange dag 2 ingepland.</p>
<p>Canyonlands is een bijzonder uitgestrekt park. Midden in het park mondt de Green River uit in de Coloradorivier. De twee rivieren, en de canyons die ze in het landschap gesneden hebben, verdelen het park in drie districten, die op geen enkele manier met elkaar in verbinding staan. Island in the Sky is het populairste distict, vanwege de goede bereikbaarheid vanuit Moab. Dit was dan ook het deel van het park dat ik verkend heb. Zoals de naam <em>Island in the Sky</em> al suggereert, bevind je je hier op een plateau, hoog boven de brede, trapsgewijze canyons van de Coloradorivier en de Green River. Naast Island in the Sky heb je ook nog het Needles district en The Maze, die meer afgelegen zijn. In de buurt van de Maze speelde 127 Hours zich trouwens af.</p>
<p>Het was mijn plan om met zonsopkomst bij de Mesa Arch te zijn, omdat die rotsboog blijkbaar het mooist was &quot;at sunrise&quot;. Dat liep echter bijna verkeerd: in het donker miste ik de afslag naar Canyonlands, en pas 10 mijl verder werd het mij duidelijk dat er iets niet kon kloppen. Daarmee miste ik de echte zonsopkomst, maar ik was nog wel op tijd aan de Mesa Arch om de laagstaande zon de onderkant van de boog te zien belichten, een uitzonderlijk mooi zicht. Dat vonden ook een twintigtal fotografen, die ook vroeg waren opgestaan om het fenomeen te vatten met hun professionele camera's. Bijgevolg speelde er zich een soort van stoelendans af van fotografen die elkaar constant verzochten om uit het eigen beeld te gaan staan. Eens de zon wat hoger was geklommen, en de fotografen zich verspreid hadden, werd het echter bijzonder kalm in het park. De volgende uren kwam ik nauwelijks nog een levende ziel tegen. Pas in de late voormiddag bij Upheaval Dome, een krater waarvan niemand goed weet hoe hij juist ontstaan is, was het terug iets drukker met toeristen.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/fotos/usa_canyonlands_arches/mesa_arch_fotografen.jpg" alt="Mesa Arch" /><br />Mesa Arch bij zonsopkomst</p>
<p>In de namiddag trok ik dan naar Arches National Park. Hier vind je niet alleen de vele rotsbogen waar de naam van het park op alludeert (meer dan 2000 bogen, klein en groot, zijn gecatalogeerd, al zie je er op een typisch bezoek aan het park maar enkele tientallen), je vind er ook prachtig gekleurde landschappen en bizarre rotsformaties in het algemeen, met steeds de besneeuwde toppen van de La Sal Mountains op de achtergrond. Arches is minder uitgestrekt dan Canyonlands en biedt niet dezelfde eindeloze recreatiemogelijkheden. Als je tien dagen in de buurt bent, dan wil je waarschijnlijk zo'n acht dagen in Canyonlands spenderen en slechts twee dagen in Arches. Maar als je zoals ik slechts één dag in Moab bent, dan wil je die misschien wel helemaal in Arches spenderen, en Canyonlands overslaan. Voor Canyonlands had ik immers aan een halve dag genoeg om een redelijke indruk te krijgen, maar in Arches was een halve dag echt wel te kort. Ik heb toch nog een redelijke tour van de hoogtepunten kunnen doen: Park Avenue Viewpoint, Balanced Rock, Double Arch, de Windows, Sand Dune Arch, Landscape Arch, en als afsluiter Delicate Arch bij zonsondergang. Waar Mesa Arch de beroemdste <em>sunrise</em> fotospot van de regio is, is Delicate Arch de <em>sunset</em> fotospot bij uitstek. Opnieuw waren er dus tientallen fotografen present, nu zelfs meer dan bij Mesa Arch in de ochtend, maar alles verliep wel ordelijker, want iedereen zette zich braaf in een soort natuurlijke tribune, uit elkaars beeld. De ondergaande zon gaf de delicate boog een prachtige lange schaduw op de oranje rots. Toen verdween de zon, en maakte het publiek zich uit de voeten, om de afdaling naar de parking niet in het donker te moeten doen. Ik had echter de tip gekregen om een <em>headtorch</em> mee te nemen en langer bij Delicate Arch te blijven plakken, om de boog te zien onder de veelkleurige hemel van de avondschemering. De lucht was echter zó wolkenloos dat het kleurenpallet van de schemering erg beperkt bleef, maar ik kon toch nog <a href="/foto/usa_canyonlands_arches/delicate_arch_3">een paar foto's nemen die de vroeger vertrokken fotografen ongetwijfeld jaloers zouden maken</a>. Vervolgens wandelde ik onder ontelbaar vele sterren terug naar beneden, en begaf me richting hostel, om na 14 volle uren rondtrekken van een goede nachtrust te genieten.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/fotos/usa_canyonlands_arches/delicate_arch_fotografen.jpg" alt="Delicate Arch" /><br />Delicate Arch bij zonsondergang</p>
<p>Op dag 3 had ik meer dan 600 km af te leggen, van Moab naar Cameron, Arizona, met tussenin ook nog een bezoek aan het Natural Bridges National Monument. Daar hebben de rivieren, diep in de White Canyon en de Armstrong Canyon, drie imposante bruggen uit de rots gesneden: <a href="/foto/usa_natural_bridges/sipapu_bridge">Sipapu Bridge</a> (de hoogste met 67m, en ook de langste met 82m), <a href="/foto/usa_natural_bridges/kachina_bridge">Kachina Bridge</a> (de dikste met 28m) en <a href="/foto/usa_natural_bridges/owachomo_bridge_met_mensen">Owachomo Bridge</a> (nog geen 3m dik en dus veruit de dunste). Vanaf de weg bovenop het plateau heb je uitzichtspunten voor elk van de drie bruggen, maar om ze echt goed te zien moet je de canyon inwandelen. Een avontuurlijke <em>loop trail</em> van 14 km leidt langs alledrie de bruggen, en is de enige manier om de pracht van Natural Bridges werkelijk te ervaren. Het is met name opzienbarend hoe het plateau en de canyon echt totaal verschillende werelden zijn.</p>
<p>De verdere weg richting Cameron leidde me nog langs een aantal boeiende plaatsen. Zo heb je op Route 261 de Moki Dugway. Hier valt het anders vrij stabiele plateau plots meer dan 300 meter vertikaal naar beneden, tot in de <em>Valley of the Gods</em>. De vlot rijdende highway houdt er dan ook plots op, om te veranderen in een spectaculaire onverharde weg, die, op de rand van de kliffen balancerend, met scherpe bochten naar beneden kronkelt. Bovenop de kliffen heb je nog een bekend uitzichtspunt, Muley Point, waar je uitkijkt over de Valley of the Gods, de ingesneden meanders van de San Juan rivier, en in de verte zie je ook de buttes van Monument Valley. Een ander bekend uitzicht is het Goosenecks State Park, in de vallei, vlak boven die ingesneden meanders van de San Juan, waar de rivier met haarspeldbochten tot drie keer toe vrijwel op zichzelf terugdraait. Later reed ik ook nog langs Monument Valley, wiens iconische <em>buttes</em> het decor vormden voor vele films, van &quot;Stagecoach&quot; tot &quot;Back to the Future 3&quot;. Ik heb Monument Valley enkel kunnen zien vanaf de hoofdweg, waarop mijlpaal 13 het beroemde punt markeert waar Forest Gump zijn loop beëindigde. Voor de scenische weg in de vallei zelf was ik te laat: die sluit in het winterseizoen helaas al om half vijf in de namiddag. Erg stom, want het mooiste licht is juist in de late namiddag. Er gelden daar trouwens nog wel meer bizarre regels. Monument Valley is deel van het Navajo reservaat, en je mag er nergens gaan hiken, tenzij je een Navajo gids rijk betaalt om je te vergezellen. Natuurlijk hebben de indianen het in het verleden erg hard gehad, en de reservaten zullen nog altijd wel hun bestaansredenen hebben, ik weet er het fijne niet van, maar dit soort regels lijken me toch gewoon misbruik te maken van de beschermde status om toeristen af te zetten.</p>
<p>Anyway, aan mij hebben de Navajo dus niets gehad, want ik had nog een lange weg af te leggen tot in Cameron. Dit is het laatste dorp voor Grand Canyon Village, en daar trok ik dan ook de volgende ochtend op af. Het was nog verrassend lang rijden vanuit Cameron tot aan de Grand Canyon: een goed half uur tot aan Desert View, met de bekende uitzichtstoren, en een vol uur tot in Grand Canyon Village, waar zich het bezoekerscentrum bevindt, net als de grootste concentratie van uitzichtspunten en wandelroutes. Ik had een erg ambitieuze wandeling in gedachten: via de South Kaibab Trail helemaal naar bededen wandelen, tot aan de Coloradorivier, en vervolgens terug naar boven langs de Bright Angel Trail, goed voor 26 km afstand en 1500 meter hoogteverschil. Vele waarschuwingsborden adviseren nogal streng om niet op een dag helemaal naar beneden en terug naar boven te wandelen, en je kan wel begrijpen waarom: je ziet veel mensen die lustig naar beneden wandelen, met nauwelijks water of voedsel, en dan uitgeput en uitgedroogd geraken bij de klim terug naar boven. De ongewone volgorde, eerst dalen, dan klimmen, maakt het er immers gemakkelijk op om je te mispakken aan je eigen kunnen. Ik achtte mezelf echter ervaren genoeg, en met zes liter water op zak negeerde ik bewust de waarschuwingsborden. Die zes liter was uiteindelijk iets te veel, doch enkel omdat je water kon bijvullen bij de camping beneden en halfweg de klim in Indian Garden. In totaal heb ik die dag bijna acht liter water gedronken, en dan was het nog een redelijk milde lentedag!</p>
<p>De Grand Canyon inwandelen, ook al is het niet tot helemaal beneden, is alleszins de moeite waard. Opnieuw geldt dat je in de canyon een heel andere wereld vindt dan boven op de rand. De South Kaibab Trail geeft je de bredere uitzichten, terwijl de Bright Angel Trail wat meer ingesloten is. De Grand Canyon gaat trapsgewijs naar beneden, in drie grote stappen. De mooiste zichten vind je wat mij betreft op het niveau van de Tonto Trail, bovenop de onderste trap. Hier geraak je niet alleen onder de indruk van de immense grootte van de Grand Canyon (daar verwacht je je uiteindelijk wel aan), maar je vindt hier ook een prachtig kleurenpalet, met het rood van de rotsen, geel van het zand, groen van de planten, blauw in de lucht, en af en toe een blik op de groene Coloradorivier ver beneden... Lager, in de binnenste kloof, heb je niet meer zo'n uitzichten, want de binnenste kloof is zo smal dat je de hogere delen van de Grand Canyon er niet kunt zien. Van beneden heb je dus helemaal geen zicht op hoe hoog de canyon wel is. De mooiste dagwandeling in de Grand Canyon is waarschijnlijk een afdaling langs de South Kaibab Trail tot aan het niveau van de Tonto Trail, die je parallel met de canyon kunt volgen tot aan de Bright Angel Trail, langs waar je weer naar boven kunt. Maar dan kan je natuurlijk niet zeggen dat je helemaal beneden aan de rivier bent geweest.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/fotos/usa_grand_canyon/south_kaibab_trail_panorama.jpg" alt="In de Grand Canyon" /><br />In de Grand Canyon. <a href="/download/panorama/usa_southkaibab.jpg">Bekijk een grotere versie van dit panorama.</a></p>
<p>Ik wandelde dus wel helemaal naar beneden, een al bij al gemakkelijke afdaling over goed onderhouden paden, die mij drie uur kostte. Vervolgens liep mijn route een tijdlang langs de rivier, alvorens de beklimming van de Bright Angel Trail te beginnen. Het eerste deel van de beklimming ging erg moeizaam: beneden in de canyon was het een goede 30 graden Celcius, dus het was meteen zweten en zwoegen voor elke gewonnen meter. Na een schijnbaar eindeloze uitputtingsslag, kwam ik eindelijk aan in de Indian Garden. Een blik op de kaart: 3800 voet hoogte. De Coloradorivier is 2480. De top van de canyon is 6860. Fuck, da's nog maar net 30% van het klimwerk gedaan! Maar verrassend genoeg ging het vanaf Indian Garden veel vlotter. Naarmate je hoger komt, wordt het namelijk flink koeler. Bovendien: hoe hoger je komt, hoe meer toeristen er op het pad zijn; toeristen die een veel minder zware wandeling dan ik deden, maar die desondanks nog veel meer aan het puffen waren, en die ik vlotjes voorbijstak. Dat geeft goede moed, en doet de vooruitgang veel vlotter lijken dan in het eerste stuk van de beklimming, dat ik meestal op mijn eentje moest overwinnen. Na in totaal acht en een half uur wandelen bereikte ik met een tevreden gevoel de rand van de canyon. Daarna stopte ik nog even bij Navajo Point voor een <a href="/foto/usa_grand_canyon/grand_canyon_zonsondergang">prachtige zonsondergang over de Grand Canyon</a>, met op een gegeven moment <a href="/foto/usa_grand_canyon/wolkjes_bij_zonsondergang">zeer schattige rood omrande mini-wolkjes</a>. Met zonsondergangen kan je trouwens niet mis zitten in de South-West. Waar je ook bent, het is een prachtig uitzicht. Kijk maar naar mijn respectievelijke foto's: <a href="/foto/usa_colorado_national_monument_scenic_highway_128/help_de_hemel_staat_in_brand">Utah State Route 128</a>, <a href="/foto/usa_canyonlands_arches/delicate_arch">Arches NP</a>, <a href="/foto/usa_natural_bridges/monument_valley_zonsondergang">Monument Valley</a>, <a href="/foto/usa_grand_canyon/grand_canyon_zonsondergang">Grand Canyon</a>, <a href="/foto/usa_cottonwood_canyon_rd_bryce_canyon/zonsondergang_6">Bryce Canyon</a>, <a href="/foto/usa_zion/rockville_zonsondergang_3">Zion NP</a>, <a href="/foto/usa_death_valley/death_valley_zonsondergang">Death Valley</a> en <a href="/foto/usa_los_angeles_santa_barbara/rincon_island_zonsondergang">over de Grote Oceaan</a>. Nooit heb ik zoveel prachtige zonsondergangen achter elkaar gezien!</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/fotos/usa_grand_canyon/grand_canyon_zonsondergang_3.jpg" alt="Zonsondergang" /><br />Zonsondergang vanaf Navajo Point</p>
<p>Dag 5 was de eerste rustigere dag van mijn rondreis. Ik bracht hem door in en rond Page, een stad die eind jaren '50 uit het niets ontstond, door de constructie van de Glen Canyon Dam vlakbij. Wie er op het idee gekomen is om in het midden van de woestijn een stuwmeer te maken, moeten ze toch eerst goed gek verklaard hebben, maar het werkt blijkbaar wel. Het stuwmeer, Lake Powell, is essentieel voor de electriciteits- en watervoorziening van de hele South-West, en het waterverlies door verdamping is blijkbaar <em>slechts</em> 2% maximum op jaarbasis. Bovendien trekt Lake Powell vele toeristen aan, door de unieke, surreële combinatie van blauw water in het voor de rest kurkdroge, roodkleurige rotslandschap.</p>
<p>'s Ochtends reed ik naar het Paria rangerstation, een 50-tal kilometer buiten Page. Daar vind elke ochtend een loting plaats om tien wandeltoelatingen te verdelen voor The Wave, een afgelegen rotsformatie met golvende ribbels, die een beroemde fotospot is. Slechts 20 mensen per dag mogen er echter heen wandelen. Tien <em>permits</em> worden vier maanden op voorhand verloot. Tien andere toelatingen worden een dag op voorhand verloot onder de geïnteresseerden. Daarvan waren er 72! Dit was, helaas voor mij, met afstand het grootste aantal van het jaar. Een groep van zes kwam als eerste uit de pot, gevolgd door een groep van twee, zodat de meeste plaatsen al meteen weg waren. Vervolgens werden er nog enkele grote groepen getrokken, die dus minder toelatingen konden krijgen dan er leden in hun groep waren, en daarom de toelatingen lieten gaan. Dit gaf mij nog enkele extra kansen, maar uiteindelijk werden alle toelatingen toch verdeeld zonder dat mijn nummer uit de pot kwam. De volgende dag, bij het wegrijden uit Page, deed ik nog een tweede poging om een permit te krijgen. Dit keer was er iets minder belangstelling (een 50-tal kandidaten) en de winnaars waren allemaal enkelingen of duo's, zodat de plaatsen slechts langzaam opgevuld werden en er veel kansen waren om mijn nummer te trekken. Maar opnieuw had ik geen geluk. Vanzelfsprekend ben ik dus geen al te grote fan van het zeer strenge permit-systeem. Blijkbaar vindt ook de plaatselijke bevolking dat de bescherming veel te streng is. Inderdaad werkt het waarschijnlijk zelfs averechts: de zeldzaamheid van de kansen om naar The Wave te gaan, maakt The Wave er beroemder en gegeerder op dan de formatie anders zou zijn. En het is vrij onverantwoord dat men tientallen auto's elke ochtend minstens 50km naar de middle of nowhere laat rijden, om onder hen slechts tien toelatingen voor de volgende dag te verloten. Maar ja, niets aan te doen.</p>
<p>De rest van mijn dag in Page begon ik met een bezoek aan Horseshoe Bend, een spectaculaire ingesneden haarspeldbocht van de Coloradorivier. Ik bleef er rondhangen totdat wolken zouden weggeblazen worden en er mooi zonlicht in de meander zou schijnen. Maar hoewel er een sterke wind stond, en de kliffen 10 km naar het westen en de vlakte enkele kilometers naar het noorden bijna constant in de zon baadden, bleven de wolken toch de hele tijd boven Horseshoe Bend plakken, alsof ze mij aan het pesten waren. Na een tweetal uren gaf ik op. Een bezoek aan Antelope Canyon sloeg ik dan ook maar over: deze smalle canyon is naar verluid op z'n best wanneer de zonnestralen 's mddags de kloof binnenvallen, maar gezien de wolken mij toch aan het pesten waren, liet ik Antelope Canyon maar links liggen. In de plaats bezocht ik de Glen Canyon Dam. Voor mijn aankomst in de VS had ik overal strenge beveiliging verwacht en een obsessie met terrorismebestrijding verwacht, maar tot nu toe was daar nog niets van te merken geweest. De Glen Canyon dam was de eerste (en samen met de Hoover Dam ook enige) plaats op mijn reis waar wel strenge security gold. Op de rondleiding van de Glen Canyon Dam was het ten strengste verboden om beveiliging of terrorisme ook maar ter sprake te brengen; wie het toch deed zou meteen van de tour gegooid worden! De rondleiding was nog wel interessant; gids Curtis ratelde zoveel informatie af dat het moeilijk was om alles te verwerken, maar je kon van hem wel werkelijk alles over de dam te weten komen. Op de beveiliging na dan...</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/fotos/usa_page/horseshoe_bend_4.jpg" alt="Horseshoe bend" /><br />Horseshoe Bend</p>
<p>Goed, de rest van mijn rondreis is voor de volgende keer. <a href="/fotoalbums">Alle foto's vind je alvast in mijn fotoalbums</a>.</p>
]]></content:encoded>
    <pubDate>Mon, 02 May 2011 11:58:00 +0000</pubDate>   </item>
   <item>
    <title><![CDATA[Real Tales of San Francisco]]></title>
    <guid>http://www.stijnvermeeren.be/2011/4/24/real_tales_of_san_francisco</guid>
    <link>http://www.stijnvermeeren.be/'.2011/4/24/real_tales_of_san_francisco.'</link>
    <description><![CDATA[I suppose in about a fortnight we shall be told that he has been seen in San Francisco...]]></description>
    <content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>I suppose in about a fortnight we shall be told that he has been seen in San Francisco. It is an odd thing, but every one who disappears is said to be seen at San Francisco. It must be a delightful city, and possess all the attractions of the next world. -- Oscar Wilde</p></blockquote>
<p>Bijna zonder uitzondering vertellen Amerikanen mij dat San Francisco de beste stad is om een eerste bezoek aan de Verenigde Staten te beginnen. Niet omdat de stad typisch Amerikaans zou zijn; juist omgekeerd. San Francisco is een toevluchtsoord voor skateboardende, <em>pot</em> rokende, liberale hippies, schitterend gelegen op een landtong tussen de Stille Oceaan en de Baai van San Francisco. Een smalle opening, overbrugd door de beroemde Golden Gate Bridge, verbindt de baai met de oceaan. Rondom de baai heb je nog andere grootsteden als Oakland en San Jose, net als de universiteitscampussen van Berkeley en Stanford, en Silicon Valley, het hart van de IT-industrie met onder andere het Googleplex, de campus van Google.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/sanfrancisco.jpg" alt="San Francisco" /></p>
<p>Het openbaar vervoer in die ganse <em>Bay Area</em> is bijzonder goed naar Amerikaanse normen. Zo is er de BART, een efficiënt netwerk van voorstadstreinen, en San Francisco zelf wordt doorkruist door vele bus- en premetrolijnen. Toen ik op zondag in San Francisco aankwam, waren alle ticket- in infobalies van de metro wel onbemand, maar de daklozen <em>in residence</em> hielpen mij graag met reisadvies, in ruil voor een kleine gift. De biljetten zijn bijzonder goedkoop: een bus- of tramreis kost $2, inclusief eventueel overstappen. Je kan tickets van de bestuurder kopen of een vooraf betaalde chipkaart gebruiken. In tegenstelling tot de Londense Oyster card geeft die chipkaart je geen goedkopere tarieven, maar je bespaart er toch een hoop geld mee, want letterlijk de helft van de tijd ligt het systeem plat en mag je gratis reizen. Je kan trouwens ook fietsen met de bus combineren, want alle bussen hebben vooraan een <a href="/foto/usa_san_francisco/fiets_op_de_bus">rek om fietsen op te zetten</a>; handig als je het beu bent om de steile heuvels op te fietsen!</p>
<p>De eerste keer dat ik de bus nam, richting de University of San Francisco voor de <a href="http://www.usfca.edu/artsci/math/wct/">Workshop in Computability Theory</a>, had ik bijna mijn bus laten voorbijschieten... omdat ik aan de verkeerde kant van de straat stond te wachten! Ik ben immers gewoon om in Engeland de bus te nemen, waar ik dus altijd links van de weg wacht. In San Francisco in het bushokje geraakte ik met een andere wachtende aan de praat (Amerikanen geraken wat gemakkelijker aan de praat met onbekenden dan Europeanen) zodat ik niets in de gaten had totdat mijn bus plots aan de overkant aan de halte stopte. Gelukkig kon ik nog op tijd de straat oversteken om de bus nog te halen, zodat ik het begin van de Workshop niet miste.</p>
<p>Wat openbaar vervoer betreft mag San Francisco dan wel erg Europees zijn, het stratenplan is op en top Amerikaans: een schaakbordpatroon van eindeloze brede, rechte straten die loodrecht op elkaar staan. Het maakt de navigatie er bijzonder eenvoudig op: je moet gewoon de namen weten van de twee straten die elkaar kruisen bij je doel, en maar doorgaan totdat je die namen tegenkomt. Zo was Haight & Ashbury het centrum van de Summer of Love in 1967. Elk van de straten is kilometers lang (huisnummers lopen meestal in de duizenden), maar samen weet je perfect waar je moet zijn. Als je echter niet juist weet waar je heen moet, heb je wel een probleem, want stratenplannen en wegwijzers, zelfs naar de belangrijkste toeristische bestemmingen, zijn een zeldzaamheid, en dat geldt trouwens voor alle steden die ik op mijn reis bezocht heb. Het schaakbordpatroon zelf heeft ook zijn keerzijdes. Het maakt het verkennen van een stad er toch wat minder opwindend op: ook al heb je verbazingwekkend grote verschillen van buurt tot buurt, je mist toch de kronkelende straatjes waar achter elke hoek een nieuwe verrassing wacht, zoals in Europa. En nog een nadeel: als je pech hebt met de richting, moet je als voetganger een omweg van een factor 1.41421356 maken; geen enkel alternatief!</p>
<p>Het unieke aan San Francisco is dat men hier het schaakbordpatroon heeft aangelegd met complete minachting voor de bijzonder steile hellingen in de stad. Zo heb je dus wegen die parallel met de helling lopen, waarvoor men de helling plaatselijk heeft vlak gemaakt, en ook zonder pardon altijd wegen die de helling loodrecht beklimmen, en die de vlak gemaakte kruispunten dus afwisselen met segmenten die nóg steiler zijn dan de helling zelf. Deze hoekige afwisseling maakt van de straten van San Francisco het ideale decor voor achtervolgingsscènes met spectaculaire sprongen (<a href="http://www.youtube.com/watch?v=GMc2RdFuOxI">Steve McQueen in Bullitt</a>!).</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/powellstreet.jpg" alt="Powell Street" /></p>
<p>De steilste hellingen worden beklommen door de beroemde <em>cable cars</em>. Deze wagentjes hebben geen eigen stuwkracht, maar grijpen zich vast aan stalen kabels die onder het wegdek aan een snelheid van 9,5 mijl per uur ronddraaien. Er zijn vier kabellussen (de langste is 6.6 km lang!) die allemaal vanuit het gebouw van het Cable Car Museum worden aangedreven. De eerste cable cars in 1873 waren een revolutie voor het openbaar vervoer, en het netwerk werd in de volgende decennia uitgebouwd over de hele stad. De aardbeving en daaropvolgende brand van 1906 vernietigde echter de volledige stad. In de heropbouw werd de cable car grotendeels vervangen door elektrische trams en later bussen. Enkel op de steilste hellingen bleven de cable cars nog dienst doen. Anno 2011 zijn de cable cars alleen officieel nog onderdeel van het openbare vervoersnerwerk. In de praktijk zijn de drie routes gewoon een toeristische attractie.</p>
<p>Zelfs voor de cable cars zijn de hellingen van San Francisco een uitdaging, met name op Powell Street. Op de foto's lijkt het misschien niet zo erg, maar in het echt is het werkelijk geschift steil, in die mate dat de cable car in de afdaling op elk vlak kruispunt blijft staan wachten, totdat de verkeerslichten op het volgende kruispunt bijna groen worden, alvorens het volgende steile segment te betreden, want remmen voor een rood licht zou wel eens onmogelijk kunnen blijken!</p>
<p>Nu heb ik al bijna duizend woorden volgeschreven over het openbaar vervoer in San Francisco, maar natuurlijk is de auto zoals overal in de Verenigde Staten het vervoersmiddel bij uitstek. Zelfs de straten van Chinatown zijn breed genoeg voor eenrichtingsverkeer met parking aan beide kanten! Toch is het plezant om vast te stellen dat de autobestuurders zich allesbehalve dictatoriaal gedragen; men rijdt zelfs opmerkelijk defensief en is erg galant ten opzichte van voetgangers. Wel mag je niet verrast zijn als er een auto door het rode licht rechts af slaat: dat is legaal! Het geeft een heel stoutmoedig gevoel om dat zelf te doen, door het rood licht rechtsaf slaan, ondervond ik later tijdens mijn roadtrip!</p>
<p>Midden in de Baai van San Francisco steekt de rots van Alcatraz uit het water. In de 19de eeuw, toen de regio boomde in de gold rush, maar tegelijkertijd de Amerikaanse burgeroorlog woedde, werd er op Alcatraz een militaire versterking gebouwd om de toegang tot de baai te controleren. Gevochten werd er uiteindelijk nooit; gaandeweg verloor de versterking haar nut en geleidelijk werd Alcatraz omgevormd tot een high-security gevangenis. Beruchte criminelen zoals Al Capone hebben in Alcatraz gezeten. De gevangenis was ook het toneel voor de bloederige opstand &quot;Battle of Alcatraz&quot; in 1946. Het meest beroemd van al is echter de gesofistikeerde ontsnapping van Clarence Anglin, John Anglin en Frank Morris in 1962, verfilmd als &quot;Escape from Alcatraz&quot; met Clint Eastwood. De drie zijn nooit teruggevonden en sommigen veronderstellen dat ze in de baai verdronken zijn. Maar indien ze het toch gehaald hebben, zou het de enige succesvolle ontsnapping uit Alcatraz ooit geweest zijn. Een jaar later, in 1963, werd de gevangenis gesloten. In de jaren '70 werd Alcatraz nog even bezet door indiaanse activisten. Nadien is de rots een toeristische attractie geworden. In het hoogseizoen moet je lang op voorhand reserveren om op het eiland te geraken. Ik kon nog op de dag zelfs tickets kopen. Er stond wel een lange wachtrij voor de ticketbalie, maar ik had veel geluk dat er juist iemand een ticket op overschot had voor de boot die op vertrekken stond. Ik kon het ticket overkopen, en zo kon ik onmiddellijk zonder aanschuiven de boot op.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/alcatraz_waiting.jpg" alt="Alcatraz wachtrij" /><br />De wachtrij die ik gelukkig vermeed...</p>
<p>Vanaf het moment dat je de dokken uit bent, krijg je onmiddellijk schitterende uitzichten over San Francisco, de Golden Gate Bridge, Alcatraz en de rest van de baai. Het moet voor de gevangenen erg tergend zijn geweest om een bruisende wereldstad zo dichtbij te zien liggen, maar toch zo ver buiten bereik...</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/alcatraz.jpg" alt="San Francisco vanaf Alcatraz" /></p>
<p>Het bezoek van Alcatraz zelf is ook best interessant. Ik had met name &quot;Escape from Alcatraz&quot; al gezien als <em>voorbereiding</em>. Tijdens het bezoek aan het gevangeniscomplex kan je niet alleen de decors van de film herkennen, maar krijg je ook een veel beter overzicht van hoe het hele gevangeniscomplex is ingericht. Zo krijg je een veel beter idee van wat er zich allemaal moet hebben afgespeeld.</p>
<p>Ik was in San Francisco in de eerste plaats voor twee conferenties, de <a href="http://www.usfca.edu/artsci/math/wct/">Workshop in Computability Theory</a> aan de University of San Francisco, en de <a href="http://logic.berkeley.edu/ASL/index.htm">ASL North American Annual Meeting</a>, die in Berkeley plaatsvond. Het weer was de ganse week slecht met veel regen, maar ik zat toch hele dagen binnen op het congres. En alsof ik het zelf in de hand had, werd het weer plots veel beter voor de twee dagen die ik na de conferenties nog vrij had om San Francisco beter te verkennen.</p>
<p>Op maandag, mijn voorlaatste dag ik San Francisco, nam ik in de voormiddag een kijkje in de Spaanse Mission van San Francisco, het oudste gebouw van de stad. De missie ligt een eind buiten het centrum, en dat was haar redding in 1906, toen de brandhaard die het ganse centrum van San Francisco vernietigde, net voor de missie gestopt kon worden. Oorspronkelijk moet de missie erg idyllisch gelegen hebben, ten midden van groene weides en heuvels, zoals een maquette in de missie illustreert. Anno 2011 is de Mission echter volledig opgeslokt door de stad. De hippe buurt rondom de missie heet simpelweg het Mission District. Hoewel de buurt gedomineerd wordt door Latino's, is er ook zowaar een <em>Belgische</em> frituur, <em>Frjtz</em>. De eigenaar is een Amerikaan die een tijdje in Belgische woonde en daar de inspiratie opdeed om Belgische frieten in San Francisco te gaan verkopen. Dat is trouwens niet de enige Belgische invloed in San Francisco: langs Columbus Avenue is er een aangenaam café gespecialiseerd in Belgische bieren, genaamd La Trappe, een aanrader voor iedereen die San Francisco bezoekt.</p>
<p>Maandagnamiddag trok ik opnieuw richting Berkeley. Ik had er de vorige vier dagen binnen opgesloten gezeten, en had nu wel goesting om in het plots goede weer nog eens rond te kijken en om te gaan wandelen in Tilden Park, in de heuvels boven Berkeley. De universiteitscampus zag er nu volledig anders uit. Tijdens de conferentie was het immers Spring Break en waren alle studenten dus weg uit Berkeley, zodat dat stad een vrij dode indruk gaf. Nu was Berkeley echter opeens tot leven gekomen, bruisend met studenten die van de zon aan het genieten waren tijdens hun lunchpauze. Die taferelen liet ik echter snel weer achter mij, en ik trok de heuvels in richting Tilden Park. Ik dacht automatisch wel in het natuurgebied te geraken, maar dat viel flink tegen. De eerste weg die ik probeerde kwam uit bij de ingang van een groot, streng beveiligd wetenschappelijk onderzoekscentrum. Dus moest ik terug een stuk afdalen, tot ik een bospad vond dat terug omhoog de heuvels in klom. Maar na een meter of 100 omhoog geklommen te zijn, stond ik wéér voor de hekken van datzelfde laboratorium, met als enige twee opties in te dringen in het domein van een overheidslaboratorium (slecht idee!) of alle gewonnen meters terug te verliezen en weeral een andere weg te zoeken. En zo was ik dus weer in het bos aan het dwalen, nog niets dichter bij mijn doel, toen ik plots op een kerel stootte die daar in de bossen woont, in een geïmproviseerde tent! No kidding! De vriendelijke man legde mij uit dat er niets anders opzat dan nog wat verder terug af te dalen, om een weg te vinden die ook werkelijk naar het Tilden Park leidt... Zo kwam ik uiteindelijk dan toch in Tilden Park terecht, waar mooie uitzichten me beloonden voor de moeite. De heuvels zijn verrassend hoog: de hoogste, Vollmer Peak, steekt maar liefst 580 meter boven het zeeniveau uit. In Leeds prijs ik mij al gelukkig dat ik dergelijke heuvels kan vinden in de Yorkshire Dales, slechts een uurtje met de auto buiten de stad, maar vanuit Berkeley kan je dus zo de heuvels in, de natuur inwandelen - fantastisch!</p>
<p>Maar de beste activiteit van mijn verblijf in San Francisco zou nog komen op dinsdag: mountainbiken in de Marin Headlands. De traditionele toeristenactiviteit in San Francisco is om een fiets te huren en ermee de Golden Gate Bridge over te steken. Eens aan de overkant maken de toeristen rechtsomkeer, of ze nemen de ferry vanuit Sausalito terug naar San Francisco. Ik had echter meer ambitieuze plannen. Ik huurde een mountainbike, stak snel de brug over (het zicht is weliswaar de moeite, maar je bevindt je vlak langs een drukke 3x3 autosnelweg, dus echt om te blijven plakken is het er niet) en reed dan de heuvels van de Marin Headlands in. Want waar de je aan de zuidkant van de Golden Gate Bridge meteen in de grootstad San Francisco komt, is de noordkant een hele andere wereld, een wereld van groene heuvels, baaien met kleine havendorpjes, kliffen, sequoiabossen en fantastische uitzichten. Hard werk is het wel: ik heb in totaal vijf beklimmingen van elk zo'n 200m hoogteverschil gedaan. En dan staat het internet nog vol met berichten van toeristen die klagen dat de beklimming van de Golden Gate Bridge toch wel zwaarder werk was dan ze dachten... Tsss. Wie er de benen voor heeft, moet echter echt wel met de mountainbike de heuvels van Marin Headlands verkennen; het is een onvergetelijk avontuur. Hoe uniek is het wel niet, dat je met de fiets vanuit het centrum van een grootstad dergelijke fantastische landschappen in kunt rijden?</p>
<p style="text-align:center;"><a href="/download/panorama/usa_goldengate_annotated.jpg"><img src="/fotos/usa_san_francisco/golden_gate_panorama_2.jpg" alt="San Francisco vanaf Alcatraz" /></a><br />
Een blik op San Francisco vanaf de andere kant van de Golden Gate Bridge. Bekijk ook een <a href="/download/panorama/usa_goldengate_annotated.jpg">grote versie van dit panorama met annotaties.</a></p>
<p>Zo nam ik met een hoogtepunt afscheid van San Francisco. Doch dat was slechts het begin van mijn avontuur in de U.S. of A.: er stonden immers 13 dagen van roadtripping voor de deur! Maar dat is voor in het volgende bericht...</p>
<p><a href="/fotoalbum/usa_san_francisco">Alle foto's van San Francisco</a>.</p>
]]></content:encoded>
    <pubDate>Sun, 24 Apr 2011 23:44:00 +0000</pubDate>   </item>
   <item>
    <title><![CDATA[Thin Lizzy, Rotating Leslie, The Go! Team, Levellers]]></title>
    <guid>http://www.stijnvermeeren.be/2011/3/19/thin_lizzy_rotating_leslie_the_go_team_levellers</guid>
    <link>http://www.stijnvermeeren.be/'.2011/3/19/thin_lizzy_rotating_leslie_the_go_team_levellers.'</link>
    <description><![CDATA[
Zoals eerder gezegd, had ik mij voorgenomen om meer optredens mee te pikken hier in Leeds...]]></description>
    <content:encoded><![CDATA[
<p><a href="/blog/2010/11/18/live_at_leeds">Zoals eerder gezegd</a>, had ik mij voorgenomen om meer optredens mee te pikken hier in Leeds. Aldus was ik nauwelijks opnieuw in Leeds na de Kerstvakantie, of ik trok al naar de O2 Academy voor Thin Lizzy. Maar eigenlijk had ik mijn ticket meer gekocht voor het voorprogramma van Supersuckers!</p>
<p>De <strong>Supersuckers</strong> noemen zichzelf zonder meer &quot;the greatest rock 'n' roll band in the world&quot;, en ik was zelfs geneigd om hen daarin niet tegen te spreken. Ik ken vooral hun album <em>The Evil Powers of Rock 'n' Roll</em> uit 1999, wat volgepropt staat met no-nonsense <em><a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Cowpunk">cowpunk</a></em> mokerslagen. Mijn verwachtingen voor het optreden van de Amerikanen uit Tucson, Arizona waren dan ook hooggespannen. Maar de teleurstelling was groot. De Supersuckers ramden gewoon nuanceloos op hun gitaren, met de versterking veel te luid, alles wegdreunend. Frontman Eddie Spaghetti was volledig charmeloos, met zijn obligatoire doch zielloze <em>kicks</em> en gitaarposes. The greatest rock 'n' roll band in the world? Neen, die illusie ben ik kwijt.</p>
<p>Gelukkig waren de Ierse hardrockhelden van <strong>Thin Lizzy</strong> wel zeer genietbaar. De band gaat al meer dan vier decennia mee, al blijft er van de originele line-up niet veel over. Legendarische frontman Phil Lynott overleed al 25 jaar geleden, en nog deze februari overleed gitarist Gary Moore, maar hij was er ook al niet meer bij in Leeds in januari. De enige twee originele leden van Thin Lizzy die erbij waren, waren Brian Downey en Scott Gorham, gemakkelijk te herkennen als de twee grijsaards tussen een voor de rest jonger gezelschap. Het deed velen zich afvragen of deze band zich nog wel Thin Lizzy mocht noemen, dan wel slechts een veredelde tribute-band was. Maar de eer van Thin Lizzy werd zeker hoog gehouden, wat mij betreft. Ik kende van Thin Lizzy voordien eigenlijk alleen &quot;The Boys Are Back in Town&quot; en hun versie van &quot;Whiskey in the Jar&quot;, maar ik werd nu helemaal overtuigd door hun volledige discografie. De show was ook helemaal afgewerkt, inclusief een spectaculaire en perfect afgestemde lichtshow. Al bij al een uitstekende show - bijna <a href="http://www.setlist.fm/setlist/thin-lizzy/2011/o2-academy-leeds-leeds-england-23d2e43f.html">2 uur lang uitstekende hard rock</a> - die ervoor zorgde dat ik, na de ontgoocheling van Supersuckers, toch tevreden naar huis ging.</p>
<p>Het volgende concert was er een dat ik niet zelf gepland had. Via CouchSurfing kwam ik in contact met Simon, een Mexicaanse student in Lancaster, die met een losgeslagen bende van andere internationale studenten van Lancaster naar Leeds was getrokken voor het concert van <strong>Rotating Leslie</strong>, in de kelder van de Royal Park pub. Rotating Leslie is een indierockband uit Hertfordshire (in het Londense) die nog vrij onbekend is, maar eigenaardig genoeg op een of ander Australisch radiostation nogal wat airplay krijgt. Het was dan ook Molly, een Australische student in Lancaster, die het initiatief genomen had om naar dit optreden te gaan. En gelijk had ze: Rotating Leslie bracht het ene aanstekelijke liedje na het andere, strak uitgevoerd en met een présence alsof het podium hun natuurlijke habitat is. Natuurlijk is het erg moeilijk om als jonge band in Engeland je te laten opmerken en door te breken. Maar het is toch onbegrijpelijk dat Rotating Leslie niet meer gekend is. In de Royal Park waren er nog geen 40 toeschouwers; onze groep vulde dus meer dan een kwart van het publiek. Rotating Leslie maalde er niet om, en gaf het beste van zichzelf. Mij hebben ze al als fan gewonnen, nu de rest van de wereld nog!</p>
<p>Op 18 februari stond dan een optreden van een van mijn favoriete bands van de afgelopen jaren op het programma: het dansbare rock-sextet <strong>The Go! Team</strong>. De groep uit Brighton kwam hun derde album <em>Rolling Blackouts</em> promoten, hun meest diverse werk tot nu toe, met ook inbreng van onder andere Satoni Matsuzaki van Deerhoof. Maar het is de eigen zangeres Ninja die nog steeds de hoofdrol opeist, en dat live nog veel meer dan op cd, met haar hyper-energieke zangen, roepen en dansen. Rondom haar stonden nog vijf muzikanten zich uit te leven, vaak met drie gitaren en twee drumstellen (met neonlichtsterren versierd) tegelijk. Toch werd niet alle muziek live gebracht. Met name de instrumenten die de muziek van The Go! Team juist zoveel kleur geven, zoals de trompet, werden slechts door samples vertegenwoordigd. De mondharmonica werd enkel voor twee nummers echt live gespeeld. Jammer, maar de catchyness van de muziek had er gelukkig niet onder te lijden. Het is onmogelijk om stil te blijven zitten bij de muziek van The Go! Team (je zou eens een verborgen camera moeten zetten in mijn kamer als ik hun albums op heb staan!), en het publiek in The Cockpit ging dan ook flink uit de bol. Het is al lang geleden dat ikzelf nog zo lustig aan dansen ben geweest. Na het optreden stond ik flink in het zweet, maar met een brede smile over het gezicht: wat maakt The Go! Team toch fantastische, opgewekte muziek! En wat een schitterende zaal ook, The Cockpit, klein maar fijn, en altijd een fantastische atmosfeer; wat een verschil met de onpersoonlijke massa in de O2 Academy.</p>
<p>Naar die O2 Academy ging ik vorige week nog eens terug voor de <strong>Levellers</strong>. De folk-punkers vieren dit jaar de twintigste verjaardag van hun bekendste album <em>Levelling the Land</em>, dat volstaat met legendarische folkrock-anthems zoals &quot;One Way&quot;, &quot;The Game&quot;, &quot;The Boatman&quot;, &quot;Liberty Song&quot;, &quot;Another Man's Cause&quot; en &quot;Battle of the Beanfield&quot;. Voor de gelegenheid zouden de Levellers het album integraal live spelen. Het voorprogramma werd verzorgd door <strong>The Wonder Stuff</strong>, en mij onbekende band die ook zowat twintig jaar geleden het meeste succes had. Onder het publiek waren duidelijk veel fans uit die tijd, die veel nummers woord per woord meezongen. Er zat echter weinig vuur in de opvoering om van mij een nieuwe fan te maken. En de Levellers maakten eigenlijk dezelfde fout: hun liedjes werden netjes afgespeeld, maar zonder er iets speciaals van te maken, zonder frisse wind. Natuurlijk was ik hier wel al een fan, die alle lyrics gretig meezong. Maar kon je nauwelijks het verschil horen tussen tussen het album en de live-uitvoering, en dan vraag je je toch al of het echt wel de moeite was om af te komen. Halfweg en op het einde lapten de Levellers er ook wat andere hits tussen, maar enkel &quot;Carry Me&quot; en afsluiter &quot;What a Beautiful Day&quot; konden het publiek even enthousiast houden als bij de nummers van <em>Levelling the Land</em>. Dat publiek was overigens in iets te grote getale aanwezig. Natuurlijk wil men zoveel mogelijk tickets verkopen, maar nu was de Academy toch iets te vol om aangenaam te zijn. Bovendien stonden wij juist achter de zone waar men werkelijk aan het dansen was. Die mensen drukten ons naar achter door al dansend meer ruimte op te eisen, terwijl men achter ons juist naar voren aan het duwen was. En dan stonden we nog bij een kale stinkende dikzak die iedereen in de omgeving aan het platwalsen was... De woorden van Lisa vatten het goed samen: &quot;It was a bit like being at home listening their album except you were surrounded by fat balding sweaty men!&quot;</p>
<p>Volgende optreden: Rökkurró, in de Botanique in Brussel op 16 april!</p>
]]></content:encoded>
    <pubDate>Sat, 19 Mar 2011 11:15:00 +0000</pubDate>   </item>
   <item>
    <title><![CDATA[Yorkshire Three Peaks]]></title>
    <guid>http://www.stijnvermeeren.be/2011/3/7/yorkshire_three_peaks</guid>
    <link>http://www.stijnvermeeren.be/'.2011/3/7/yorkshire_three_peaks.'</link>
    <description><![CDATA[
Als je wandelaars in Engeland over de "Three Peaks Callenge" hoort spreken, dan kan dat twee betekenissen hebben...]]></description>
    <content:encoded><![CDATA[
<p>Als je wandelaars in Engeland over de &quot;Three Peaks Callenge&quot; hoort spreken, dan kan dat twee betekenissen hebben. Ten eerste kan men Ben Nevis (1344m), Scafell Pike (978m) en Mount Snowdon (1085m) bedoelen, de hoogste punten van respectievelijk Schotland, Engeland en Wales. De uitdaging bestaat er dan in om alle drie pieken te beklimmen binnen de 24 uur, inclusief de aanzienlijke rijtijd tussenin. Veel wandelaars combineren de uitdaging met het inzamelen van geld voor een goed doel. Toch is er kritiek op het concept, vooral vanwege de grote belasting op de plaatselijke voorzieningen en het milieu, en vanwege de druk om zo snel mogelijk te rijden onderweg tussen de verschillende pieken.</p>
<p>Ten tweede zijn er echter de Yorkshire Three Peaks: Pen-y-ghent (694m), Whernside (736m) en Ingleborough (734m). Dit zijn de drie bekendste heuvels van de Yorkshire Dales, en Whernside en Ingleborough zijn ook de twee hoogste toppen. De uitdaging hier is om de drie toppen te beklimmen in 12 uur. In dit geval moet je ook tussen de pieken wandelen; een totale afstand van 39 km, met 1500 meter hoogsteverschil te beklimmen en weer af te dalen. Voor de Yorkshire Three Peaks ben je dus niet afhankelijk van een goed georganiseerde ondersteuning of van filevrije autosnelwegen, je kan de uitdaging gewoon op jezelf aangaan, een concept dat mij veel meer aanstaat dan de National Three Peaks. Toen er op de &quot;<a href="http://www.couchsurfing.org/group.html?gid=12946">Hiking in Britain</a>&quot;-groep van CouchSurfing het initiatief genomen werd om de Yorkshire Three Peaks te doen, besloot ik dus om ook de uitdaging aan te gaan.</p>
<p>Onze groep bestond uit negen wandelaars, een bonte mix van boeiende personen, van de soort die je alleen met CouchSurfing bijeen kunt krijgen. Zo hadden we Michelle, een ornithologe die de hele dag lang, met twinkelende pretoogjes, de kleinste vogels stond te spotten en te benoemen, vanop een afstand waar u en ik nog niet eens een giraf zouden herkennen. En Sandra, een doctoraatsstudente die bestanddelen in huisstof onderzoekt en voor het verzamelen van monsters gratis overal woonkamers komt stofzuigen. En Scott, die technische tekeningen maakt voor een architectenbureau gespecialiseerd in het bouwen van benzinestations. En Caro, die vleermuizen bestudeert, en om vleermuizen te vangen vaak urenlang een netje 5 meter in de lucht staat te houden, bij een muuropening waarachter ze de angstige vleermuizen, die het netje hebben opgemerkt, kan horen ruzie maken over welke Chinese vrijwilliger eerst moet proberen weg te vliegen.</p>
<p>Vanuit heel Engeland trokken we op vrijdagavond allemaal naar Horton-in-Ribblesdale, het traditionele vertrekoord voor de Yorkshire Three Peaks. We brachten de nacht door in de <a href="http://www.3peaksbunkroom.co.uk/">3 Peaks Bunkroom</a>, een goed uitgerust bunkhouse, met echter één cruciale dooddoener: het doelpubliek bestaat enerzijds uit wandelaars zoals wij, en anderzijds uit <em>stag parties</em> en andere feestvierders die het platteland in willen trekken om veel lawaai te kunnen maken zonder de politie op hun dak te krijgen wegens geluidsoverlast. Terwijl wij dus in onze bunkroom de eerste verdieping een goede nachtrust nodig hadden met de wekker op vijf uur 's ochtends, was er een verdieping lager een verjaardagsfeest aan de gang van een bende jonge Pudsley'anen, met bonkende muziek en de intentie om de nacht door te doen...</p>
<p>Maar goede nachtrust of niet, de wekker stond op vijf uur 's ochtends, daar was geen ontkomen aan. Uiteindelijk duurde het een uurtje eer iedereen helemaal klaar was, en om exact één minuut na zes, met de eerste vage streep van daglicht reeds aan de horizon verschijnend, zetten we onze eerste stapjes van de dag. De eerste piek op de route is Pen-y-ghent. De beklimming begint vrijwel onmiddellijk vanuit Horton-in-Ribblesdale, en na slechts een goed uur bevonden we ons reeds <a href="/foto/yorkshire_three_peaks/1_09_-_pen-y-ghent">op de mistige top</a>, met het verraderlijke gevoel van reeds een derde van de opdracht te hebben volbracht. Doch in afstand hadden we nog maar net drie kilometer afgelegd. Van de 39...</p>
<p>De afstand tussen Pen-y-ghent en de tweede piek, Whernside, is het langste stuk van de route zonder noemenswaardig klimwerk. Aan het begin lijkt het nog wel mee te vallen, want bij het afdalen van Pen-y-ghent kan je het imposante Ribblehead spoorwegviaduct, het begin van de beklimming van Whernside, reeds <a href="/foto/yorkshire_three_peaks/ribblehead_viaduct_in_de_verte">zien liggen in de verte</a>. Doch dan verdwijnt het viaduct achter de plooien van het landschap en tikken de kilometers voorbij. Je krijgt het gevoel dat achter de volgende molshoop toch echt wel het viaduct weer op moet duiken, totdat je je begint af te vragen of het viaduct in de tussentijd niet in rook is opgegaan. Als het viaduct zich dan eindelijk terug laat zien, lijkt het nog vrijwel even ver weg te liggen als anderhalf uur eerder, bij de laatste verschijning! Het is dan ook een opluchting als je eindelijk The Station Inn bereikt, aan het Ribblehead station en aan de voet van het viaduct, voor een <a href="/foto/yorkshire_three_peaks/4_25_-_the_station_inn">thee- en toiletstop</a>. Het uurrooster van de treinen, in grote letters geschilderd boven de bar, vertelt dat de treinen het traject tussen Horton-in-Ribblesdale en Ribblehead in vijf minuten afleggen. Daar hadden wij net goed vier uur over gedaan... Maar de treinen beklimmen Pen-y-ghent niet, natuurlijk.</p>
<p>Gedurende het eerste deel van de wandeling hadden we weinig andere wandelaars gezien. Op Pen-y-ghent waren er twee andere groepen die vroeg aan de Three Peaks begonnen waren; een middle-aged koppel dat wij inhaalden, en een groep jongeren die ons inhaalde. Verder werden we ook voorbijgeflitst door een groep van acht <a href="/foto/yorkshire_three_peaks/fell_runners">fell runners</a>. Onder de indruk van hun energie, vroeg ik een van hen: &quot;Are you doing the three peaks?&quot; Hij had nog net de tijd om terug te roepen: &quot;No, we're just doing two peaks today.&quot; Ha! Slechts twee pieken, woosies! Maar de manier waarop hij losjes het woordje &quot;just&quot; had gebruikt, liet uitschijnen dat hij ze evengoed alledrie op zou kunnen lopen, vervolgens nog de energie zou hebben om een marathon te doen tot in de Lakes, daar ook nog tot op de top van Scafell Pike zou kunnen lopen, om ons dan op te bellen met de woorden: &quot;Are you <em>still</em> not finished doing the three peaks?&quot;</p>
<p>Toen we, na onze korte stop in de pub, aan de beklimming van Whernside begonnen, waren er echter veel meer wandelaars op ons pad. Het was inmiddels half elf en vele dagjestoeristen begonnen aan hun kortere wandelingen. Het weer was droog maar zwaarbewolkt, met wolken die aan de hogere toppen bleven kleven, zodat er ook vanop de <a href="/foto/yorkshire_three_peaks/6_20_-_whernside">top van Whernside</a> niets te zien was. Desondanks waren er verschillende andere groepen aan het lunchen op de top, allemaal gezeten langs het <em>dry stone</em> muurtje om te schuilen voor de koude wind. We konden ons gelukkig warmen met de gedachte dat we nu werkelijk over de helft zaten, zowel in afstand als in klimwerk. En met de stopwatch op 6:10, zaten we goed op weg om de eindstreep te halen binnen de richttijd van twaalf uur.</p>
<p>Terug op weg kwamen we al snel weer onder de wolken uit en kregen we aan de andere kant van de vallei het onmiskenbare silhouet te zien van <a href="/foto/yorkshire_three_peaks/ingleborough">Ingleborough</a>, met de plateauvormige top, gehuld in een gloed van zonlicht dat tevergeefs probeert om de wolken open te breken. Vanuit de hoogte van Whernside ziet Ingleborough er niet zo'n grote beklimming uit, maar hoe meer je afdaalt tot in de vallei, hoe groter en zwaarder Ingleborough lijkt te worden. In de vallei konden we eerst nog even uitrusten in The Old Hill Inn in Chapel-le-Dale. Exact acht uur waren we nu onderweg, en twee derde van de wandeling zat erop: goed bezig!</p>
<p>Over de beklimming van Ingleborough vanuit Chapel-le-dale had ik al een aantal horrorverhalen gehoord, genre &quot;dodelijk steil&quot;. Maar uiteindelijk viel dat allemaal best mee. Aanvankelijk gaat het zoetjes aan omhoog, over een onverharde weg doormidden lapiaz en vervolgens over een goed aangelegd pad door de moors. Dan doemt er inderdaad een verticale muur van 100 meter voor je op, maar opnieuw is er een goed aangelegd pad, zigzaggend en met vele rotsen die als trappen dienst doen. Voor je het weet ben je boven, <a href="/foto/yorkshire_three_peaks/9_34_-_ingleborough">op Ingleborough</a>, en is er enkel nog een 7km lange afdaling tot in Horton-in-Ribbledale te doen.</p>
<p>De beklimming van Ingleborough was voor mij nog geen enkel probleem. Ik had nog energie op overschot, en moest wachten op enkele anderen in de groep die al hun krachten moesten verzamelen om boven te geraken. Maar ironisch genoeg kreeg ik het nu moeilijk in de afdaling; niet uit energiegebrek, maar wel door pijnlijke knieën. Vooral op de steilere stukjes afdaling deed elke stap - elk schokje voor mijn knieën - pijn. Voor het eerst begreep ik waarom mensen met wandelstokken op stap gaan, en wenste ik dat ik zelf een paar had... Als ik ooit de Yorkshire Three Peaks opnieuw doe, zal ik zeker <em>trekking poles</em> meenemen.</p>
<p>Gelukkig bestaat de afdaling van Ingleborough grotendeels uit een autostrade van een wandelpad, in rechte lijn naar Horton-in-Ribblesdale. Aan de andere kant van Horton was Pen-y-ghent inmiddels uit de wolken geraakt, en baadde die heuvel nu in een <a href="/foto/yorkshire_three_peaks/pen-y-ghent_in_het_namiddaglicht">prachtig namiddaglicht</a>. Veel energie om van dat zicht te genieten hadden we echter niet meer, alle aandacht ging naar de wegwijzers richting Horton, met steeds afnemende afstanden. Drie mijl en drie kwart. Twee mijl en een half. Eén mijl. En plots bevonden we ons in het station van Horton-in-Ribblesdale - stop, look and listen - en bleef er enkel nog de tergend lange weg naar de andere kant van het dorp over, naar The Golden Lion, waar we bijna 12 uur eerder vertrokken waren. In een tijd van 11:50 klokten we af. Een zeer indrukwekkend resultaat voor een groep van negen willekeurige mensen, die geen van allen ooit eerder een dergelijke uitdaging hadden geprobeerd. Ik had op voorhand echt niet gedacht dat iedereen het zou halen, maar we eindigden met de volledige groep, binnen de richttijd van 12 uur. Uitgeput maar trots op onszelf, ploften we dan ook neer <a href="/foto/yorkshire_three_peaks/11_50_-_pub">bij het haardvuur in The Golden Lion</a>.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/fotos/yorkshire_three_peaks/11_12_-_1_mile_to_go.jpg" alt="Horton in Ribblesdale" /></p>
<p>Volgende uitdaging: 12 augustus - <a href="http://www.dodentocht.be/">de Dodentocht</a>!</p>
]]></content:encoded>
    <pubDate>Mon, 07 Mar 2011 12:09:00 +0000</pubDate>   </item>
   <item>
    <title><![CDATA[LASEK-dagboek]]></title>
    <guid>http://www.stijnvermeeren.be/2011/2/14/lasek-dagboek</guid>
    <link>http://www.stijnvermeeren.be/'.2011/2/14/lasek-dagboek.'</link>
    <description><![CDATA[
In april vorig jaar onderging ik een eerste laser-behandeling voor mijn ogen...]]></description>
    <content:encoded><![CDATA[
<p>In april vorig jaar onderging ik een <a href="/blog/2010/5/12/lasik-dagboek">eerste laser-behandeling voor mijn ogen</a>. Voordien had ik een nogal zwaar voorschrift van -9 voor mijn rechteroog en -7,5 voor het linkeroog (0 is het ideaal). Na de eerste laser ging daar een heel stuk van af, maar helemaal perfect zijn mijn ogen niet geworden. Op z'n best was het rechteroog een -1, maar in plaats van naar perfectie te evolueren, nam de scherpte na een aantal maanden terug af tot een -2. Het linkeroog was iets beter, maar ook daar bleef uiteindelijk een -1'tje over. Veel beter dan voordien, maar niet goed genoeg om alles (bv. autorijden) zonder bril te doen.</p>
<p>Zo bleef ik dus regelmatig bij Optical Express langsgaan voor controles, in afwachting dat mijn zicht zich zou stabiliseren. Ik kreeg een bril aangeboden om te gebruiken in afwachting van de <em>enhancement</em> (verbeteringsbehandeling). Ook voor die enhancement moets ik niets meer bijbetalen. Natuurlijk was de oorspronkelijke prijs voor mij wel hoog genoeg (£3600 in totaal). Een van de redenen voor die relatief hoge prijs zal wel geweest zijn dat ik met mijn zwaar voorschrift een grotere kans had om een enhancement nodig te hebben. Maar het was toch fijn dat men bij Optical Express erg goed voor mij bleef zorgen, ook al hadden ze al mijn geld al op zak.</p>
<p>Vorige maand was mijn zich dan voldoende stabiel om de enhancement te doen. De eerste behandeling was een LASIK-behandeling, waar ik wegens een dun hoornvlies maar op het nippertje geschikt voor was. De enhancement zou een LASEK-behandeling zijn, waarbij men aan het oppervlak van het hoornvlies, in plaats van een flapje te maken en daaronder te laseren, zoals bij LASIK. LASEK was geen optie voor de eerste behandeling, omdat LASEK niet geschikt is voor zo'n grote correcties. Voor de enhancement was LASEK dan weer de enige optie, want het opnieuw openen van het flapje van de eerste LASIK-behandeling voor complicaties zorgen, dus een tweede LASIK-behandeling doet de chirurg liever niet, en bovendien was mijn hoornvlies sowieso al zo dun dat LASEK de enige optie was. Het grootste nadeel van LASEK is dat het herstel langer kan duren en ook pijnlijker kan zijn.</p>
<p>De LASEK enhancement vond plaats op 24 januari in de namiddag. De ervaring van de ingreep was vrijwel exact hetzelfde als bij de eerste LASIK-behandeling. Na het laseren plaatste de chirurg nu ook een (niet-corrigerende) lens in elk oog, om het herstel van het aangetaste hoornvlies te bevorderen. Die lenzen, waar je vrijwel niets van kon zien of voelen, zouden vier dagen in mijn ogen moeten blijven zitten. Daarna kon ik naar huis. Net als bij de LASIK-behandeling was er van echte pijn geen sprake, hooguit van was ongemak. Feitelijk waren de eerste uren na de enhancement voor mij veel comfortabeler dan na de eerste behandeling. Toen waren mijn ogen de eerste uren extreem lichtgevoelig, zodat ik bijzonder veel traande en mijn ogen nauwelijks kon openen, zelfs in een donkere kamer. Nu had ik daar veel minder last van. Dat de behandeling nu in de late namiddag was, en ik dus in de avondschemering buitenkwan, in plaats van in de felle lentezon, zal daarbij wel geholpen hebben, maar sowieso was het veel comfortabeler.</p>
<p>Bij het in de verte kijken kon ik nu vrijwel onmiddellijk het resultaat zien. Net als na de eerste operatie, was het dichtbij focusseren aanvankelijk echter heel moeilijk - een boek lezen of een computerscherm bekijken was problematisch gedurende de eerste week. Het duurde nu iets langer eer ik opnieuw goed dichtbij kon focusseren, en zelfs nu - drie weken later - vergt het nog iets meer concentratie dan normaal om de ogen scherp te stellen, maar lezen is toch al totaal geen probleem meer.</p>
<p>De dag na de enhancement had ik mijn eerste controle, en de eerste reactie van de oogarts was: &quot;you're looking very well for somebody who's just had LASEK yesterday&quot;. Inderdaad, van het aangekondigde pijnlijkere herstel na een LASEK had ik nog niets gemerkt. De arts waarschuwde me wel dat die pijn na een dag of twee nog wel kon opkomen, maar uiteindelijk had ik een vrijwel pijnloos herstel. Wel werden mijn ogen nogal snel moe en geïrriteerd, en moest ik me dus regelmatig neerleggen om de ogen te sluiten en te laten rusten. Een ideale situatie was dat om wat uitzendingen van <a href="http://sites.radiofrance.fr/franceinter/em/2000ansdhistoire/">2000 ans d'histoire</a> (<a href="http://www.2000ans.com/">fansite</a>) te beluisteren. Dat is (al sinds 1999!) de dagelijke geschiedenis-uitzending van France Inter, en een fantastische manier om bij te leren over geschiedenis en tegelijk je Frans te onderhouden. Helaas heeft de onvervangbare presentator Patrice Gélinet net zijn afscheid bij France Inter aangekondigd: hij wordt immers lid van het <em>conseil supérieur de l'audiovisuel</em>. Hopelijk blijft de uitzending toch bestaan, al zal het heel moeilijk zijn om een geschikte opvolger te vinden voor Patrice Gélinet. In ieder geval: hulde, Patrice, voor je fantastische werk met <em>deux mille ans</em>!</p>
<p>Enfin, terug naar mijn ogen. Na vier dagen moest ik terug langs bij Optical Express om de beschermende lenzen uit mijn ogen te laten halen. Hoewel die lenzen de pijn zouden moeten verminderen, en ze dat waarschijnlijk tijdens de eerste dagen na de LASEK ook wel gedaan hebben, waren ze na vier dagen mijn ogen wel aan het irriteren. Na het verwijderen van de lenzen verdween de irritatie aan mijn ogen immers vrijwel onmiddellijk.</p>
<p>Begin februari ging ik dan met de hiking club voor drie dagen naar de Cairngorms, mijn eerste keer in Schotland. De weersvoorspellingen waren afschrikwekkend, met zowat alle risico-indicatoren op rood: zware stormen, rukwinden van 150 km/u, lawinegevaar <em>overal</em>. Maar uiteindelijk was het weer veel beter dan verwacht. De hevige koude wind was er wel, maar de eerste twee dagen waren ook uitzondelijke helder, zodat we prachtige uitzichten kregen. Mijn ogen werden wel een beetje geïrriteerd door de ijzige wind - dat zal nog wel te maken hebben met extra gevoeligheid na de LASEK, zeker? - maar met <em>ski goggles</em> op werd dat snel beter. <a href="http://www.stijnvermeeren.be/fotoalbum/cairngorms">Foto's van de Cairngorms</a> staan op deze website - zeer de moeite, al zeg ik het zelf.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/fotos/cairngorms/op_cairn_lochan.jpg" alt="Cairn Lochan" /></p>
<p>Afgelopen vrijdag moest ik dan opnieuw op controle voor mij ogen. Met beide ogen heb ik nu vrijwel ideaal 20/20 zicht. Met elk oog apart zie ik nog iets minder goed, maar dat is te verwachten. Als ik volgende week met alle oogdruppeltjes mag stoppen, zou het zicht nog beter moeten worden. Ziet er goed uit!</p>
]]></content:encoded>
    <pubDate>Mon, 14 Feb 2011 17:26:00 +0000</pubDate>   </item>
   <item>
    <title><![CDATA[If we don't have dreams, then what do we have?]]></title>
    <guid>http://www.stijnvermeeren.be/2011/1/23/if_we_don_t_have_dreams_then_what_do_we_have</guid>
    <link>http://www.stijnvermeeren.be/'.2011/1/23/if_we_don_t_have_dreams_then_what_do_we_have.'</link>
    <description><![CDATA[
Wat is nu het grote verschil tussen België en Engeland? Het is me al vaak gevraagd, maar ik weer er nog steeds geen goed antwoord op...]]></description>
    <content:encoded><![CDATA[
<p>Wat is nu het grote verschil tussen België en Engeland? Het is me al vaak gevraagd, maar ik weer er nog steeds geen goed antwoord op. Er zijn natuurlijke de onontkoombare verschillen (<em>Europeans drive on the right side of the road, in both senses of the word</em>) en de meer subtielere verschillen (het bedanken van de buschauffeur in Engeland). Er is de Engelse drinkcultuur, waarbij men de pints naar binnen giet om toch maar goed dronken te worden voor de pubs sluiten, maar langs de andere kant zijn die pubs prachtig ingericht, met elk een eigen karakter; sterk in tegenstelling tot de vaak onuitnodigende Vlaamse café's.</p>
<p>Die verschillen zijn wel gemakkelijk aan te wijzen, maar blijven ver van de echte essentie van de Britse en Belgische cultuur, vind ik toch.</p>
<p>Mijn eeuwig respect gaat dan ook naar stand-up comedian Alun Cochrane, die in een sketch van vijf minuten wél die essentie van &quot;Britishness&quot; heeft weten te vatten. Hij vertelt over <em>crisps</em>. Chips dus, maar in het Engels zijn chips frietjes, wat mij nog steeds in verwarring kan brengen. Ik weet niet hoe treffend dit fragment bij de niet-ingewijden zal overkomen, maar voor mij is dit een onwaarschijnlijk treffende karakterschets van de Engelsen.</p>
<p style="text-align: center;"><object type="application/x-shockwave-flash" style="width:450px; height:366px;" data="http://www.youtube.com/v/ovssyTL8xag?showsearch=0&amp;fs=1">
<param name="movie" value="http://www.youtube.com/v/ovssyTL8xag?showsearch=0&amp;fs=1" /><param name="allowFullScreen" value="true" />
</object></p>
<p>Bovenstaand fragment van Alun Cochrane komt uit <em>Dave's One Night Stand</em>. Die <em>Dave</em> is een Brits televisiekanaal dat vooral bekend is voor het eindeloos recycleren van BBC-programma's als Top Gear en Dragon's Den. Ze hebben echter ook een eigen stand up comedy show, <em>Dave's One Night Stand</em> dus. Hier nog een fragment uit dat programma, van David O'Doherty. Met een &quot;gast-optreden&quot; van Shakira!</p>
<p style="text-align: center;"><object type="application/x-shockwave-flash" style="width:450px; height:366px;" data="http://www.youtube.com/v/aRyo3YP9N6s?showsearch=0&amp;fs=1">
<param name="movie" value="http://www.youtube.com/v/aRyo3YP9N6s?showsearch=0&amp;fs=1" /><param name="allowFullScreen" value="true" />
</object></p>
<p>Trouwens, hoe komt het dat de Britse humor wereldberoemd is, maar niemand in België ook maar iets kent van Britse stand-up comedians? Britse comedy-klassiekers zoals Monty Python, Fawlty Towers, Allo Allo, Yes Minister, Blackadder en Coupling staan ook in Vlaanderen terecht hoog aangeschreven. Maar ken je één Britse stand up comedian? (Neen, Nigel Williams telt niet mee.) Eigenaardig, toch? Natuurlijk is cabarethumor soms moeilijk te vertalen of cultuurafhankelijk. Maar toch, er liggen heel wat geniale Britse stand-up acts voor het rapen. Wel, Dave O'Doherty is een Ier, maar dat doet niets af van mijn punt.</p>
<p>Als extra argument: hier is integraal <a href="http://video.google.com/videoplay?docid=2628774106022441566#">Dress to Kill</a> van Eddie Izzard, zonder twijfel een van de beste comedy-optredens aller tijden!</p>
]]></content:encoded>
    <pubDate>Sun, 23 Jan 2011 23:26:00 +0000</pubDate>   </item>
   <item>
    <title><![CDATA[Basta]]></title>
    <guid>http://www.stijnvermeeren.be/2011/1/18/basta</guid>
    <link>http://www.stijnvermeeren.be/'.2011/1/18/basta.'</link>
    <description><![CDATA[
Vandaag in mijn mailbox (gestuurd via Q-E-D, een project dat ondanks een langdurig gebrek aan vernieuwigen toch nog steeds leeft):...]]></description>
    <content:encoded><![CDATA[
<p>Vandaag in mijn mailbox (gestuurd via <a href="http://q-e-d.be/">Q-E-D</a>, een project dat ondanks een langdurig gebrek aan vernieuwigen toch nog steeds leeft):</p>
<blockquote><p>Voor het televisieprogamma Man Bijt Hond ben ik op zoek naar mensen die gepassioneerd met wiskunde bezig zijn. Ik zoek dus mensen die houden van cijfers, raadsels, de wiskunde in het dagelijkse leven,..
Kennen jullie mensen die ik hier eens over mag contacteren?</p></blockquote>
<p>Zou het iets te maken hebben met belspelletjes, met de uitzending van Basta, en met Gaëtan De Weert die een instant-nationale held is geworden dankzij het kraken van <a href="http://www.deredactie.be/polopoly_fs/1.943667!file/basta_110117_telsleutel.pdf">de sleutel</a>?</p>
<p>Natuurlijk loopt Vlaanderen nog steeds hopeloos achter wat betreft internettelevisie; zelfs vanuit België kan je niet eens integrale programma's bekijken, laat staan (eventueel tegen betaling) vanuit het buitenland. Op Youtube is de uitzending van Basta gelukkig al wel helemaal geplaatst: <a href="http://www.youtube.com/watch?v=zE70nooQO7g">deel 1</a>, <a href="http://www.youtube.com/watch?v=Pk_TT1KFwzU">deel 2</a>, <a href="http://www.youtube.com/watch?v=Nfv5yoqmGXM">deel 3</a>, <a href="http://www.youtube.com/watch?v=wbxJ8JYw_jI">deel 4</a>, <a href="http://www.youtube.com/watch?v=EOTv_-sgY7M">deel 5</a>, <a href="http://www.youtube.com/watch?v=562Ldy14Td0">deel 6</a>. Wees er snel bij, want Youtube is er tegenwoordig ook snel genoeg bij om video's te verwijderen. Zelfs MegaVideo moet zich tegenwoordig gewonnen geven aan de censuur. Het is frustrerend dat er zo hard wordt gecensureerd op videowebsites, zonder dat er degelijke, legale alternatieven worden aangeboden.</p>
<p>Misschien moet Basta daar ook maar eens een uitzending over maken. Want wat het viertal van de Neveneffecten, de maken van Basta, tot nu toe al gepresenteerd hebben, is fantastisch: televisie met hart en ziel, maar ook met een lach en vooral: met een missie. Veel programmas met verborgen camera, waar mensen voor de zot gehouden worden <em>just for the sake of it</em>, kan ik totaal niet uitstaan. Maar Basta gaat undercover met een missie. In de <a href="http://www.youtube.com/watch?v=c6DDzYWZ_vI">eerste aflevering</a> plaatsen ze een container pal voor de hoofdingang van Mobistar, met een telefoonnummer op de zijkant. <em>Mattieu van Mobistar Security</em> belt het nummer op, en weet zich meteen gevangen in een nagebootste klantendienst die even Kafkaiaans is als die van Mobistar zelf, inclusief wachtmuziekjes die live op een orgeltje gespeeld worden! Heerlijk.</p>
<p>En dan kwam natuurlijk nog de aflevering die de belspelletjes definitief zal nekken. Basta slaagde erin een infiltrant vier maanden lang effectief belspelletjes te laten presenteren, en kraakten uiteindelijk zelfs de steen der wijzen; <a href="http://www.deredactie.be/polopoly_fs/1.943667!file/basta_110117_telsleutel.pdf">de absurde sleutel</a> voor het oplossen van bepaalde belspelltjes. Terwijl men inbelt met het juiste antwoord (zelfs een rekenfout van de makers in rekening nemende), horen we ook de verstomming en de verslagenheid in de regiekamer. Helden! Het moet van de Zaventem-stunt van Schalkse Ruiters geleden zijn, dat een Vlaamse televisie-uitzending nog zo'n maatschappelijke inpact had. (Aan Waalse zijde had je natuurlijk ook Bye Bye Belgium.)</p>
<p>Anyway: ook hier in Leeds iets er <em>excitement</em> op komst!</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/leedsarsenal.jpg" alt="Leeds United - Arsenal" /></p>]]></content:encoded>
    <pubDate>Tue, 18 Jan 2011 15:03:00 +0000</pubDate>   </item>
   <item>
    <title><![CDATA[Rócoco rocóco rococó rococo]]></title>
    <guid>http://www.stijnvermeeren.be/2011/1/8/rococo_rococo_rococo_rococo</guid>
    <link>http://www.stijnvermeeren.be/'.2011/1/8/rococo_rococo_rococo_rococo.'</link>
    <description><![CDATA[
Ik ben al een tijdtje van plan om een lijstje te maken met mijn favoriete albums van de noughties - of de nillies, zoals men in Vlaanderen belachelijkerwijze pleegt te zeggen -, met voor elke cd ook een korte motivatie waarom hij zo fantastisch is....]]></description>
    <content:encoded><![CDATA[
<p>Ik ben al een tijdtje van plan om een lijstje te maken met mijn favoriete albums van de noughties - of de nillies, zoals men in Vlaanderen belachelijkerwijze pleegt te zeggen -, met voor elke cd ook een korte motivatie waarom hij zo fantastisch is.. Ik ben het in feite al sinds 2009 van plan. Ik wou de lijst eerst op het einde van het decennium op mijn blog zetten. Maar die deadline heb ik ondertussen al met meer dan een jaar gemist. Het lukt nog wel ooit, maar ik moet nog heel wat van mijn albums eens goed terug beluisteren om het hele project te vervolledigen.</p>
<p>Ondertussen is het misschien wel gepast om eens terug te blikken op het muziekjaar 2010. Ik heb ongetwijfeld nog veel van het betere werk van afgelopen jaar te ontdekken, maar het is toch nu al duidelijk dat 2010 een goed muziekjaar was.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/music2010/national.jpg" alt="The National - High Violet" /> <img src="/download/blogfotos/music2010/arcadefire.jpg" alt="Arcade Fire - The Suburbs" /></p>
<p>The National en Arcade Fire hebben allebei een derde meesterwerk op rij afgeleverd, en het is dan ook volkomen terecht dat <em>High Violet</em> en <em>The Suburbs</em> de meeste gepubliceerde eindejaarslijstjes aanvoeren.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/music2010/warpaint.jpg" alt="Warpaint - The Fool" /></p>
<p>In tegenstelling nog vrij onbekend, maar tevens een favoriet van mij, is het magnifieke debuutalbum <em>The Fool</em> van de intrigerende art-rockband Warpaint.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/music2010/newsom.jpg" alt="Joanna Newsom - Have One On Me" /></p>
<p>Joanna Newson verwende de muziekliefhebber dan weer met <em>Have One On Me</em>: maar liefst drie cd's poëzie-met-de-harp om vingers van af te likken.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/music2010/arnalds.jpg" alt="Ólafur Arnalds - ...And They Have Escaped the Weight of Darkness" /></p>
<p>Het onvermijdelijke IJslandse kippenvel kwam dit jaar van Ólafur Arnalds' album <em>...And They Have Escaped the Weight of Darkness</em>; hoewel de eigenlijke soundtrack van van mijn IJslandreis met name bestond uit ongebreidelde traditionele rímur-zangen en uit de verliefdheid-opwekkende liedjes van Rökkurró, is het toch de eenvoudige maar bloedmooie semi-klassieke muziek van Ólafur Arnalds die nu bij mij onmiddellijk de eindeloze adembenemende pracht van het IJslandse landschap oproept.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/music2010/admiral.jpg" alt="Admiral Freebee - The Honey and the Knife" /> <img src="/download/blogfotos/music2010/mintzkov.jpg" alt="Mintzkov - Rising Sun, Setting Sun" /> <img src="/download/blogfotos/music2010/triggerfinger.jpg" alt="Triggerfinger - All This Dancin' Around" /></p>
<p>De meeste nieuwigheden vanuit België gaan tegenwoordig aan mij voorbij, helaas, maar dit jaar kon ik toch nog nieuw werk van enkele van mijn favoriete Belgische bands oppikken: Admiral Freebee, Mintzkov en Triggerfinger stelden niet teleur.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/music2010/skylarkin.jpg" alt="Sky Larkin - Kaleide" /></p>
<p>Vanuit mijn nieuwe thuisbodem Leeds is er dan weer opwindend werk van Sky Larkin te vermelden: hun tweede album <em>Kaleide</em> is heerlijk complexenloos rocken en verdient meer bekendheid.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/music2010/mgmt.jpg" alt="MGMT - Congratulations" /></p>
<p>Nu we toch bezig zijn, laat me dan nog eens - zoals in de goede oude tijd - drie albums recenseren, die mijn ultieme best-of-2010 lijstje waarschijnlijk net niet zullen halen, maar toch de moeite zijn. Laat ons beginnen met <em>Congratulations</em>, de tweede van MGMT. Het is een dramatische stijlbreuk met <em>Oracular Spectacular</em>, en daar doet het feit dat Andrew VanWyngarden nu gemiddeld minstens een octaaf lager zingt nog het minste toe. Van vlot luisterende hits is er nu geen sprake meer, bij de meeste nummers is er zelfs niets dat op een refrein lijkt, en &quot;Siberian Breaks&quot; klokt zelfs over de 12 minuten af. Dat is een riskante keuze, temeer omdat de teksten ook niet voor continuïteit kunnen zorgen, want er valt geen touw aan vast te knopen. <em>Congratulations</em> is dus een soort van conceptalbum zonder concept. Dat wilt niet zeggen dat het een slechts album is, allesbehalve. MGMT stroomt nog altijd over van de fantastische ideeën, die echter soms niet goed genoeg zijn uitgewerkt. Een nummer als Flash Delirium bijvoorbeeld zit zo propvol met schitterende elementen, dat er geen enkel van echt tot z'n recht komt. Ik geef de voorkeur aan <em>Oracular Spectacular</em>, maar Congratulations is toch een bevestiging van MGMT als band die nog veel in petto heeft.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/music2010/drums.jpg" alt="The Drums" /></p>
<p>Ten tweede heb ik ook het zelfgetitelde debuutalbum van The Drums beluisterd. Hoewel The Drums aansluiten bij hippe bands zoals Vampire Weekend, hoor je er evengoed de muziek van The Cure in, maar dan een versimpelde up-tempo feel-goodversie van The Cure. Het klinkt allemaal zeer leuk, met af en toe een fraaie twist (die panfluit-melodie in &quot;Book of Stories&quot;!), maar er zijn toch te weinig van die verrassingen, te weinig dynamiek ook, om de liedjes van The Drums onvergetelijk te maken.</p>
<p style="text-align:center;"><img src="/download/blogfotos/music2010/marling.jpg" alt="Laura Marling - I Speak Because I Can" /></p>
<p>Tot slot mijn mening over <em>I Speak Because I Can</em>, van de jonge Britse singer-songwriter Laura Marling. Mooi liedjes, maar veel meer valt er over de muziek helaas niet te zeggen: er zijn nog te weinig elementen die uniek en onnavolgbaar Laura Marling zijn. Maar mooie liedjes, dát zeker! Met name de intiemere songs zoals &quot;Goodbye England (Covered in Snow)&quot; en &quot;What He Wrote&quot; zijn prachtig. Er is nog ruimte voor verbetering, maar als ze die vindt, is Laura Marling op weg om de Joni Mitchell van de 21ste eeuw te worden. Binnen enkele maanden zou er overigens al een nieuw album van haar verschijnen: ik ben erg benieuwd!</p>
]]></content:encoded>
    <pubDate>Sat, 08 Jan 2011 17:34:00 +0000</pubDate>   </item>
 </channel>
</rss>

